Met je racefiets door de modder ploeteren. Zo simpel is het eigenlijk. En hoewel het crossen met de dag moderner wordt blijft er één ding hopeloos ouderwets. Het schoeisel. De banden. Een crosser rijdt met tubes. punt.

Waarom tubes?

Een tube zit stevig vastgelijmd op de specifiek daarvoor bedoelde velg. Hierdoor kan de band niet van de velg lopen wanneer je op volle snelheid door de bocht schiet. Ook kan je met lagere druk rijden dan met een conventioneel systeem met binnenband. Doordat een tubevelg geen opstaande randen heeft rijdt je minder snel lek. En mocht je lek rijden, dan blijft de tube vast zitten aan de velg waardoor je gewoon door kunt fietsen richting de materiaalpost.

Een tubevelg is vlak en heeft geen opstaande randen.

Het alternatief

Dat tubes verre van ideaal zijn als het gaat om gebruiksvriendelijkheid weten we allemaal. Het is een heel gedoe om de boel te monteren. Ook moet je ze altijd netjes schoon houden, anders ‘rotten’ ze letterlijk onder je vandaan. Heb je liever geen tubes dan zijn er twee opties. Een standaard band met binnenband. De Challenge Grifo is al jaren het beste alternatief voor tubes. Zeker met een dunne latex binnenband.

Een tube na goed gebruik. Wanneer de beschermlaag stuk gaat rot de tube letterlijk weg.

Liever geen binnenbanden? Dan is het mogelijk om tubeless te rijden. Vittoria heeft hier goede banden voor in het assortiment. Net als Challenge en Specialized. Een nadeel is dat je niet met dezelfde lage druk kunt rijden als je met tubes kunt doen. Een doorsnee crosser pompt tussen de 1.2 en 2.2 bar in zijn banden. van de weersomstandigheden. Met een tubeless kun je niet veel lager gaan dan 1.8 bar. Gebruik je een lagere druk dan heb je meer grip. Maar in een snelle bocht rijdt je onherroepelijk de band van de velg.

Tubeless banden van Vittoria

Verkrijgbaarheid

Terug naar de tubes. Want de wereld van de katoenen worsten is een bijzondere. Een kleine hoeveelheid fabrikanten bekommeren zich om de tubes voor de allergrootsten. De grote merken zijn in de crosswereld de kleinsten. Merken als Specialized, Vittoria en Michelin maken een collectie tubes. FMB doet dit ook. Verreweg de grootste is A.Dugast. Een klein merk in Nederlandse handen. Richard Nieuwenhuis en zijn team maken in stuk voor stuk elke tube met de hand. De breedte van het , eigen profielen. Alles is mogelijk. Doordat dit volledig handwerk is mag je voor een tube behoorlijk in de buidel tasten. Gemiddeld kost een tube zo’n €75,-. Kies je voor Dugast dan moet je deze zelf nog weerbestendig maken door hem te sealen met Aquasure. Tel hierbij nog de kit en een op en je bent al snel €85 verder, per wiel. Oef!

Profielen

Grofweg heb je in het veld keuze uit 3 verschillende bandprofielen. Elk merk heeft zijn eigen variant hierop maar uiteindelijk komt het allemaal ongeveer op hetzelfde neer.
Keuze één is het zandprofiel. De snelste band met een piepklein nopje in de vorm van een wiebertje. Of zoals in de volksmond genoemd: ‘’. Deze banden worden enkel gebruikt tijdens droge crossen met veel los zand, wanneer het hard gevroren heeft, of in het begin van het seizoen wanneer de parcoursen kurkdroog zijn.

Keuze twee is de meest gekozen band. De ‘Grifo’ een allround band welke ongeveer 70/80% van de tijd door toppers gekozen. Het is de standaard trainingsband. Maar ook de band waar renners altijd één rondje mee inrijden voordat ze overschakelen naar het . Want glijdt het maar een beetje, dan is de Grifo een stuk sneller dan een band met hogere noppen.
Hoewel de Grifo officieel de naam is van Challenge’s intermediate, worden eigenlijk alle banden van diverse merken zo genoemd. Denk aan de Typhoon en de Slalom.

De laatste keuze is de Rhino. Het zware . Het Stekelvarkentje zoals Paul ze noemt. De Rhino is er sinds halverwege de jaren ’90. Daarvoor was er nauwelijks andere keuze dan de Grifo en was het week in week uit blij dat ik glij. De Rhino geeft net dat extra stukje grip in de modder. Gemiddeld kun je 2 tot maximaal 3 rondes rijden met de Rhino voordat het profiel zich met modder.
Alternatieven voor de Rhino zijn de Terrano Wet van Vittoria, de Terra van Specialized of de FMB Super Mud. ding hebben ze allen gemeen. De noppen staan haaks op elkaar en hebben vaak een profiel met een ‘haakje’.

Diverse merken, alle een vergelijkbaar patroon.

Bandendruk en meetsystemen

De grootste vraag voor de start van een belangrijke wedstrijd. Hoeveel? Hoeveel druk steek je in de tubes. Vaak maakt 1 of 2 tiende al een verschil van dag en nacht op parcoursen met veel slijk. In extreme modderbakken zakt de druk tot ongeveer 1.2 bar en rijd je net niet op de velg. De band schuift onder je vandaan waardoor het profiel contact houdt met de ondergrond zodat je grip houdt. Schijnt de zon en is de ondergrond droog dan kom je al snel op 1.8 tot wel 2 bar. De band nu veel minder waardoor de fiets minder zoekt. Geen probleem, een beetje schuiven op een harde ondergrond komt vanzelf weer goed.

Schuiven maar. Daarom hoort een tube goed vast te zitten.

Dat zijn de extremen. Veel crossen zijn ‘gewoontjes’. Een goed uitgangspunt is de , zo’n 1.5 bar. De marges zijn klein en de verschillen in rijeigenschappen gigantisch. Het is daarom belangrijk secuur te kunnen meten. Hoeveel druk je in de banden pompt is uiteindelijk niet zo belangrijk. Wel is belangrijk dat je het altijd met dezelfde tool doet. Zo herken je bij hetzelfde getal ook de gewenste rijeigenschappen.

Pompen met enkel een handpomp is niet secuur genoeg. Vaak zijn de klokjes op deze pomp klein en niet erg precies afleesbaar. Nameten met een digitale drukmeter is een goede optie. Let wel op dat er geen lucht ontsnapt, anders kun je weer opnieuw pompen.

Één of zelfs twee cijfers achter de komma meten werkt niet met een handpomp.

Het meest secuur is een digitale, draadloze compressor. In de crosswereld ook wel een ‘boor’ genoemd. Dit omdat hij sprekend lijkt op een draadloos boormachine. Zo’n boor pompt traag waardoor je de druk tot twee cijfers achter de komma kunt bepalen. Helaas zijn de van Bosch al jaren uit de handel. Er leeft een aardige handel in deze op marktplaats. Merken als  en Fumpa maken moderne varianten van de Bosch Pag. Wil je het wat betaalbaarder houden? Dan heeft bijvoorbeeld SKS kleine digitale drukmeters waarmee je nauwkeurig de druk in je banden kunt controleren.