Alweer een nieuwe Specialized? ‘Innovate or Die’, roepen de Amerikanen al jaren. En alhoewel de innovaties in deze generatie Roubaix mee lijken te vallen, is het ze toch weer gelukt een moddervette fiets af te leveren. Maak kennis met de nieuwe Specialized Roubaix SL8!

Ik kan me nog goed de tijd herinneren dat de gemiddelde wielertoerist nog nooit van een Specialized had gehoord. Als je hem flink uit de broek wilde laten hangen dan kocht je een Pinarello. Misschien een De Rosa of dichter bij huis iets moois als een Duell. Specialized was een mountainbike merk. De Rode S van Ned Overend en Christoph Sauser. Maar ook een merk met bravoure en een duidelijke missie. Binnen afzienbare tijd moest iedere wegwielrenner het merk kennen en associëren met hoogwaardige kwaliteit. In die tijd kwamen zowel de Tarmac als de Roubaix op de markt. Fietsen met een duidelijk verhaal.

csds

Specialized Roubaix SL8

Nu twintig jaar later zijn de merknamen Tarmac en Roubaix niet meer weg te denken uit de fietsindustrie. De eerste is leidend als het gaat om high-end pure racers en is een prijzenpakker. De Roubaix associeer je enerzijds met discomfort en keien. Terwijl de fiets anderzijds juist draait om comfort.

Bekijken we de nieuwste generatie Roubaix dan valt er direct één ding op. En dat is het feit dat de vernieuwingen niet enorm opvallen. Was de vorige generatie Roubaix dan al zo goed? Komen we zo op. Eerst even de naam. De fiets heet Roubaix SL8, maar als we goed tellen komen we tot slechts de 7e generatie Roubaix. Ach, dit klinkt wel zo makkelijk nu het gelijk oploopt met de verse Tarmac SL8.

Goed, de saaie kost dan. Dit is dus de 7e generatie Roubaix. En via talloze overwinningen in de gelijknamige wedstrijd zijn we ook aanbeland bij de 3e generatie met een Futureshock. U weet wel, dat veerelement in het balhoofd. Qua profiel is deze fiets misschien niet veel veranderd, maar bekijken we het iets genuanceerder dan zijn er toch veel verbeteringen.

De keuze is reuze

De line-up bestaat uit zeven modellen. Het topmodel, de S-Works krijgt een volledig carbon frame met 12R materiaal terwijl de rest het moet doen met 10R. Een gewichtskwestie. Een S-Works frame weegt 820 gram. Zo’n 50 gram lichter dan zijn voorganger. Een complete fiets weegt 7.3 kilo.

Subtiele styling

De frames hebben veel eenvoudige features. En daarmee bedoelen we vooral eenvoudig in onderhoud. Zo zien we een bracket met BSA schroefdraad en kabels die niet door het balhoofd lopen. Ook is er een normale stuurpen. Die kabels binnendoor laten lopen zou met zo’n veerelement ook erg lastig en onhandig zijn.

De Futureshock 3.3

Voorvering

Daarover gesproken. Dat veerelement heet de Futureshock en bestaat al een tijdje. Dit is de 3e generatie en komt in de line-up in drie verschillende uitvoeringen. Een veer-geveerde 3.1 versie in het basismodel. De 3.2 versie met oliedemping zit in het grootste deel van de collectie en een 3.3 versie met ‘on-the-fly’ instelbaarheid vind je op de S-Works modellen.

Die futureshock is eigenlijk volledig opnieuw ontwikkeld en bestaat uit een veer en oliedemper. Intern zit de oliedemper aan de onderkant en veer er bovenop. Dit in tegenstelling tot de 2.2 versie. Voordeel hiervan is dat de veren veel makkelijker vervangbaar zijn, waardoor de demper zeer simpel naar wens te tunen is. Er zijn drie soorten/sterktes vering beschikbaar waarvan ook de preload instelbaar is met losse spacers. Verder is het nu geen gesloten systeem meer, maar een cartridge die door je dealer te servicen is. Seals en naaldlagers zijn gewoon vervangbaar. Een stuk handiger en minder kostbaar dan eerdere versies die alleen in zijn geheel vervangen konden worden. Lees je dit terwijl je al een moderne Roubaix in de schuur hebt staan? De nieuwe demper past zonder aanpassingen ook in de ‘oude’ Roubaix modellen.

Zo’n demper wisselen klinkt spannend, maar is in feite niet meer dan drie boutjes in de juiste volgorde los- en vastdraaien. Hetzelfde geldt voor het wisselen van zo’n veer, wanneer je vindt dat de Futureshock te soft, of juist te stug is. Een grote verbetering. Zo kun je bijvoorbeeld voorkomen dat de Futureshock al deels in zijn vering zakt omdat je een stuurtas met proviand gemonteerd hebt. Slim!

De draaiknop bovenop. Eenvoudig te bedienen

Meerdere standen

Wat ook is aangepast is dat de standen waarmee je de stugheid van de vering kunt instellen steviger en duidelijk voelbaar zijn. Je voelt het verschil tussen de diverse standen inderdaad beter. Ook draai je minder in het wilde weg. Een ‘klikje’ is duidelijk voelbaar. In de praktijk gebruikten we de knop echter zelden tijdens onze testritten. Dat beetje extra comfort is namelijk hartstikke prettig.

Aan de achterkant geen Futureshock, maar ‘Aftershock’. De zadelpenklem is lager geplaatst en kan zo flink op en neer bewegen. Dit zorgt voor voelbaar comfort en volgens Specialized tot 18 millimeter aan demping.

Niet zichtbaar vanaf de zijkant maar wel van voor en achter, de enorme ruimte rondom de banden. Je kunt van deze comfortracer zonder problemen een snelle gravelracer maken. De maximale bandbreedte is 40 millimeter. Specialized adviseert 38 millimeter banden en een bredere velg. In de praktijk komt dat zo’n beetje op 40 millimeter neer.

Dit is fors meer dan voorheen en maakt de fiets zeer veelzijdig. Is dit dan ook een gravelbike? Naast de al bestaande Diverge, Diverge STR en ook Crux? Nee. Zeer zeker niet. Deze fiets heeft een racegeometrie en duidelijke focus op verhard. Dit neemt echter niet weg dat je er heel behoorlijk mee van het padje kunt gaan. In mijn ogen de perfecte kroondomeinracer. Over de weg naar de hei, en vervolgens offroad scheuren.

Als laatste moeten we iets vermelden over aerodynamica. Niet echt een belangrijk issue bij een comfortfiets. Want hoewel de staande achtervorken lager op de zitbuis zijn aangezet, en de buisvormen wat dikker en meer geoptimaliseerd zijn als het op luchtweerstand aan komt, valt de grootste slag toch te slaan aan de voorzijde. Dit doet Specialized zoals al gemeld niet. Geen oversized balhoofd en geïntegreerd stuur. Nee, een hoverbar – zo’n stuur met een knikje – moet zorgen voor een comfortabele zit. Dat staat haaks tegenover een aerodynamische houding en zodoende kunnen de kabels ook meer dan prima buiten om hun weg naar de onderbuis vinden.

Om aan den lijve te ondervinden of al deze claims kloppen rijden we niet twee uurtjes naar het zuiden om in Roubaix de Roubaix te testen. Nee, we stappen in het vliegtuig naar zowat het zuidelijkste puntje van Europa in Portugal. Dat dit zo niet hoort en dat je een kasseienfiets op de keien moet testen laat de natuur ons subtiel weten doordat we de komende drie dagen door mistig Flandrienweer fietsen.

We stellen onze fiets in. Eenvoudig en zonder bijzonderheden. Nu rijd ik normaal met een behoorlijk sportieve zithouding, dus op pad gaan met de Roubaix en bijbehorend hoog balhoofd voelde in het begin even als ‘standje vakantie’ Iets wat prima op te lossen is met een normaal stuur en diepere stuurpen. Echter heeft het gros van de doelgroep van de Roubaix baat bij de comfortstrategie en is dit dus helemaal prima.

In de praktijk

Alle fietsen zijn voorzien van de standaard banden, Specialized Mondo in 32 millimeter breedte. Klinkt breed, voel je niets van. Waar je ook amper wat van voelt, is de Futureshock. In positieve zin dan. We vertrekken, en sukkelen over het asfalt richting de eerste klim. Een loper die overgaat in een behoorlijk steile passage, bekleed met spiegelgladde keitjes. Kijk! Roubaix-gevoel. Een beetje schuiven op het zadel om grip houden is het devies. Vooraan zie je het voorwiel op en neer stuiteren. Dit terwijl het stuur bijna volledig trillingloos lijkt te zijn. Een enorm verschil met een fiets zonder zo’n doordachte pogostick in het stuur. De fiets, een Expert-model, is afgemonteerd met SRAM Rival. De flinke cassette aan de achterkant kunnen we goed gebruiken. Wat is het toch fijn dat je tegenwoordig met de racefiets haast recht tegen de muur op kunt rijden en nóg steeds voldoende bereik hebt.

Onze bandjes staan redelijk zacht. Dat moet ook, want Portugees asfalt en regen is een levensgevaarlijke mix die behoorlijk wat zeephellinggevoelens met zich mee brengt. In de Rival-crank zit een powermeter verwerkt die eenvoudig te koppelen is. Berg op beuken we lekker door. Dat weet ik, want die cijfers zeggen wat mijn benen voelen.

We zetten eens lekker aan. Van links naar rechts. Flink sleuren aan dat stuur. En eigenlijk voelt dat gewoon heel ‘racey’, de stijfheid is dik in orde. We zijn hier echt op pad met een koersfiets! Al is het wel een heel comfortabele. Niet alleen aan de voorkant, ook aan de achterzijde. Een stukkie offroad dan, wat gravel. Geen probleem! Doordat er nu flink bredere banden gemonteerd kunnen worden is deze fiets veel veelzijdiger geworden. Het is een echte comfortracer, maar misstaat niet als vlotte gravelbike. In zijn geheel is de Roubaix SL8 niet revolutionair anders dan zijn voorganger. En hoewel die SL6 (die geen SL6 heet) er al een tijdje is, blijkt dat dus vooral gewoon een heel goede fiets te zijn. Dat de Futureshock nu servicebaar is, lijkt me een enorme verbetering omwille van de duurzaamheid.

De Roubaix blijft één van de comfortabelste racers die je kunt kopen. Weinig andere fietsen filteren trillingen voelbaar zo duidelijk uit. Ben je op zoek naar een machine die je helpt urenlang probleemloos in het zadel te houden of wil je vooral gewoon heel comfortabel op pad zijn. Dan is dit je ding.

Het basismodel, de Roubaix SL8 kost €2.800, terwijl het topmodel, de S-Works €14.000 moet kosten. De door ons geteste Expert-uitvoering met SRAM Rival AXS kost €6.500,-. (Nog) meer informatie op specialized.com.