Het is 1 april 1980 en het is geen grap. In het centrum van Zaltbommel neemt de dan 20-jarige Gijs van Tuyl een rijwielenwinkel over. Zijn hele familie zit in de tuinderij, maar dat trekt hem niet. Fietsen, dat wil hij. Zijn zoon Alan vertelt zijn opmerkelijke levensverhaal.

Gijs van Tuyl was wielrenner. Niet onverdienstelijk, maar niet goed genoeg om er voldoende geld mee te verdienen. Dat vertelt zijn zoon Alan van Tuyl. “Handelen en verkopen kon hij als de beste. In zijn winkel verkocht hij eerst vooral gewone fietsen. Van Union en MBK, later kwam Giant daarbij en weer later Alan en Somec. Enkele wielrenners uit de buurt wilden best naar zijn winkel komen, maar dan moest het assortiment wel wat beter.

Gijs kwam in contact met de firma Simons in het Vlaamse Bekkevoort. De Belgen maakten onder andere Diamant-fietsen – de frames werden geproduceerd bij Martelly in Wingene en daarna voorzien van Cicli Diamant-decals. Maar het was geen probleem om ze in plaats van Diamant te labelen met ‘Gijs van Tuyl’.”

Leuk, maar Gijs wilde meer. Italië was het beloofde land en hij trok samen met Jack Machielsen naar de beurs in Padova. Jack was geen wielrenner, maar hij sprak vloeiend Italiaans en kon heel goed wielen spaken. Alan: “Wel onder het adagium ‘één borreltje vóór het wiel en een borreltje na het wiel’. De wielen waren altijd perfect rond…”

Neusje voor sponsoring

Er werd contact gelegd met Andrea Pesenti. Daar kon Gijs frames laten maken zoals hij dat graag wilde. Dus met extra nokjes, andere kabeldoorvoer en graveringen. Alan: “Want Gijs wist wel wat hij wilde. En als hij meer wilde verkopen dan zijn concurrenten moest er wel wat speciaals gemaakt worden. Nu noemen ze dat custom, toen was dat naar wens of op maat.”

De frames werden in Italië gemaakt, het spuitwerk werd in Zaltbommel gedaan. Eerst in de schuur bij Arie van Dijk in Rijswijk in de Bommelerwaard, vanaf 1991 in de eigen spuiterij in de nieuwe vestiging in Bruchem. Gijs had ook een neusje voor sponsoring. Richard Groenendaal reed op een Van Tuyl-crosser en ook Marianne Vos behaalde successen op een VT – ze werd er zelfs wereldkampioene veldrijden mee. Alan: “Hij deed aan marketing nog voordat het woord was uitgevonden.”

Gijs reed tochten als de Dolomieten Marathon en de Marmotte en ventte dat ook uit. De zaak groeide goed. Fameus waren de Kerstshows. Daarnaast nam hij veel materiaal over van profploegen; vooral de fietsen van de Rabobank-ploeg waren via Van Tuyl te koop.

Nooit nee zeggen

Begin jaren negentig kwam het voormalige Oostblok in beeld. Alan: “Het IJzeren Gordijn was gevallen en in 1993 stonden er ineens een paar Litouwse wielrenners voor de deur. Ze hadden over Van Tuyl gehoord en hadden koersfietsen nodig. Mijn vader regelde toen een paar fietsen voor een mooie prijs en een van hen boekte een overwinning in een koers die door Studio Sport werd uitgezonden. Daarmee maakte hij mooie reclame voor Van Tuyl.”

De familie kon toen nog niet bevroeden dat ze tot 2012 betrokken bleef bij Litouwen en Rusland. “In Nizhny Novgorod (de vijfde grootste stad van Rusland) was toen de defensie-industrie gevestigd. Die gebruikte veel titanium en dat bood mogelijkheden. We konden toen meer ontwikkelen dan via de Italianen. En tegen nette prijzen. Ook belangrijk.” Hoogtepunt was de TiCa: een frame van titanium en carbon. “Ook nu nog oogt het heel modern.”

We hebben bij Fiets tientallen VT-fietsen getest, en in 2002 was dat één van de 990 TiCa’s: 1500 gram, torsiestijfheid 90 Nm, 2.200 euro voor een frameset. Onze review: ‘En? Je wordt er stil van als je wegrijdt. Hij is licht, voelt strak aan en is voorzien van een goede racegeometrie.’ Er zijn er veel van verkocht. Toch was het op een bepaald moment voorbij. Alan: “De kwaliteit van wat er uit Rusland kwam was heel wisselend en de handel met Oost-Europa was niet altijd zonder gevaren. Zo was er tijdens het tanken bij de Poolse grens binnen vijf minuten een auto met tientallen frames verdwenen. Onder de neus van Gijs.”

Maar Gijs wilde meer. Alan omschrijft het karakter van zijn vader: “Het moest altijd meer, indrukwekkender ook en iedereen moest weten wie Gijs van Tuyl was. Nee zeggen deed hij niet. Ook niet als hij een fiets had verkocht die op vrijdag geleverd moest worden – maar die donderdag nog in de lakkerij hing. Dat hield dan in dat er extra gewerkt moest worden door de anderen in de zaak om de belofte van mijn vader waar te maken. Dat leverde niet altijd leuke taferelen op.”

Daarnaast was Gijs ook niet heel secuur als het ging om beloften aan de bedrijven waar hij zaken mee deed. “Van een betalingsachterstand schrok hij niet. Het kwam eigenlijk altijd wel weer goed.” Maar op een gegeven moment was het genoeg. In 2004 verkocht Gijs de winkel – en de merknaam – omdat er plannen waren om naar Zuid-Afrika te vertrekken. Hij was een bewonderaar van het land en zag er ook mogelijkheden. Het ging echter niet door. Gijs ging zich bezighouden met het ontwikkelen van wielen voor Shimano.

Volgende generatie

Het bloed kroop waar het niet gaan kon. Zoon Alan ging zich, na een opleiding aan de IVA Business
School, toch bemoeien met fietsen. “De naam Van Tuyl konden we niet meer voeren. We begonnen met CC53-11.” Eerst in het oude pand in Bruchem, later (in 2015) kwam er een nieuwe vestiging in Zaltbommel. In 2020 overleed Gijs aan een slepende ziekte (Creutzfeldt-Jakob). Tot op het laatst bleef hij bezig in de zaak. “Al ging het ’t laatste jaar steeds moeilijker.”

Wat heeft Gijs na al zijn inspanningen nu achtergelaten? Alan met gepaste trots: “Hij was vaak zijn tijd vooruit. De frames werden niet hier geproduceerd, maar alle specs en zeker ook de designs kwamen uit zijn koker. Zo kon hij zich onderscheiden van de standaardmodellen. Zijn leven draaide om fietsen en dat gevoel wilde hij doorgeven aan zijn klanten. Wat mijn vader eigenlijk al deed met zijn Featherlight, Triatlon of TiCa-fiets, doen we nu ook met Apex en Gilbertson. Geen standaardfiets, maar geheel naar wens. De frames komen uit het Verre Oosten, het spuitwerk verzorgen we zelf en uiteraard worden alle fietsen in Zaltbommel opgebouwd.”

Retro rules

Ruim twintig jaar was het merk Van Tuyl een begrip. De honderden modellen zijn grofweg te onderscheiden in de klassieke stalen Columbusen Reynolds-frames uit de jaren tachtig, de Italiaanse Altec en Deda 7003 aluminium kaders van halverwege de jaren negentig, en de latere carbon en titanium frames in diverse uitvoeringen. Het zijn (nog) geen fietsen die een grote schare verzamelaars of liefhebbers trekken. Een Van Tuyl-racefiets is er alleen met velgremmen. De prijzen op Marktplaats variëren van krap 150 euro tot rond de 800 euro (voor de TiCa). Eigenlijk een doorsnee prijs voor een oude racefiets met velgremmen.

In de winkel in Zaltbommel prijken enkele retromodellen. Aanvankelijk had Alan van Tuyl geen oog voor vroeger. “Maar sinds een paar jaar let ik extra op als er iemand met een oudere racer binnenkomt. Als die dan echt mooi is, komt-ie gewoon weer thuis.” Het gaat nu zelfs zover dat Alan meedeed aan de Retro Demo tijdens de Acht van Chaam. Op een blauwe SLX Featherlight.