We gaan terug naar de jaren tachtig van de vorige eeuw. Staal regeert in het peloton. Slanke ronde buizen, verbonden door lugs, en vooraan een licht gebogen stalen voorvork. Prima voor veel wielrenners, maar niet voor iedereen…
Slank en rank was een fiets in de jaren tachtig. Standaard was een frame geconstrueerd met een bovenbuis van 25,4 millimeter doorsnee, een 26,8 millimeter staande buis en 28,6 millimeter onderbuis. En een balhoofdbuis met een standaard stuurpen en een 1 inch balhoofdstel. We wisten niet beter…
De markt werd in die jaren beheerst door het Italiaanse Columbus en het Engelse Reynolds, aangevuld door Oria, Mannesmann en Tange (Dedacciai werd pas in 1992 opgericht). Zo op het vlakke en in de polder was het allemaal prima, maar ging je de bergen in, dan… In de speelfilm Ventoux zie je een jonge Peter de afdaling niet overleven door een hevig slingerende racefiets. Dit zogeheten shimmyen zorgt ervoor dat je als berijder de controle verliest.
Naast slechte banden en wielen die in onbalans waren, was een slap frame ook een oorzaak van dit slingeren. De stalen frames van toen scoorden zeer matig bij de torsiestijfheid. Fabrikanten realiseerden zich dit ook en gingen op zoek naar een oplossing. Ze moesten wel, want aluminium en carbon begonnen aan hun opmars…
Max-frames
Oversizing bleek de oplossing om de stabiliteit drastisch te verhogen. Het Italiaanse Columbus introduceerde in 1987 de Max Nivacrom butted buizenset: met 31,7 millimeter (bovenbuis) en 35 millimeter (onderbuis), geovaliseerde buizen met specifieke lugs en bracketpot en sterk oversized achtervorken en voorvork. Zo’n frame stond als een huis en toonde zich indrukwekkend…
Zo hebben we halverwege de jaren negentig een Jan Janssen Max Prestige op de meetbank gehad: het 56 centimeter frame woog 2220 gram en scoorde 108 Nm/º bij de torsiestijfheid (een 1930 gram wegend Reynolds 531 frame scoorde destijds 76 Nm/º bij de torsiestijfheid). De Max-buizenset werd gebruikt door Italiaanse fabrikanten als Bianchi, Somec, Olmo en Casati. En een merk als Merckx had een eigen versie (MX Leader) net als bijvoorbeeld Grandis.

Ook in Nederland zijn er Max-frames gebouwd, onder andere door Brands en Duell. De buizen konden gesoldeerd worden of gelast. Een Max-frame was niet goedkoop, minimaal 2.000 gulden, toch zo’n 500 gulden meer dan een SLX-kader. Niet alleen door de duurdere buizen en lugs, maar ook omdat het grote oppervlak uitnodigde tot veel graveringen…
Profs hebben er ook mee gereden: bij Motorola en Telekom en in 1995 het Belgische Collstrop Lystex (Diamant). Lance Armstrong werd in 1993 wereldkampioen met een Merckx MX-Leader. En de te vroeg overleden Michel Zanoli reed ook op een MX-Leader bij Motorola (1992). In 1995 stapte Motorola over op Caloi-frames; dit waren bij Merckx vervaardigde frames. Onder anderen Fabio Casartelli reed op een Caloi Max. De frames werden vooral ingezet tijdens de klassiekers; echt licht is een Max-frame niet, dus in de bergen werd er toch eerder gekozen voor Columbus SLX of EL.
Chromo-oval
En andere fabrikanten? Reynolds kwam eerst met de 731 OS-buizen en eind jaren tachtig – in opdracht van Gazelle – met de speciale Reynolds 531 Trapezi-buizenset en paste die toe bij zowel de Demax frames als de Special. Een 2 kilo wegende Gazelle Trapezi scoorde rond de 102 Nm/º. Koga had in 1995 zowel de FullPro-S Columbus Max met Chorus voor net geen 6.000 gulden, maar ook de 2.295 kostende GentsRacer met 105. De GentsRacer heeft Max look-a-like chroommolybdeen Chromo-Oval FM 1-buizen en lugs: bovenbuis maximaal 36 millimeter doorsnee, de schuine buis net een millimeter meer.
De torsiestijfheid van de GentsRacer was hoog: 102 Nm/º. Het frame bleef negen jaar in de collectie. In 2004 werd deze fiets als complete GentsRacer met Shimano 105 9-speed aangeboden voor 1.495 euro. Los weegt een 58 centimeter frame 2090 gram, de carbon voorvork met stalen balhoofdbuis en klassiek schroefdraad 650 gram.
En toen…
…Werd staal ingehaald door andere oversized materialen. Denk maar aan de lichtere aluminium frames van Cannondale en Klein, de eerste OCLV-frames van Trek en ook Columbus ging over op Altec aluminium buizen. Net als Dedacciai met de Deda SC61.06. De trend begin jaren nul was om een zo licht mogelijke racer te creëren. Daarnaast gingen merken steeds meer zelf framematerialen ontwikkelen om zo minder afhankelijk te zijn van derden.
En ook belangrijk: we zagen bij de profs vanaf eind jaren negentig eigenlijk alleen nog stalen frames als er klassiekers betwist moesten worden (en bijvoorbeeld als er een frame op maat werd besteld). De torsiestijfheid werd vergroot door de overgang naar het AHead-systeem en door de oversized balhoofdbuis. Columbus heeft na de Max ook nog de Minimax en EL Oversized geproduceerd.

De Max-buizenset verdween een tijdje van de markt, maar dook zo’n tien jaar geleden toch weer op. Samen met nieuwere buizensets als Life en Spirit HSS. Tegenwoordig zien we nog steeds oversized staal, zowel bij racefietsen als gravelbikes. Een merk als Officina Bataglin maakt met de Portofino R een heel fraaie schijfremracer. En ook Braun en Merckx maken prachtige stalen racers. De nadruk bij het toepassen van staal ligt nu meer op comfort, duurzaamheid en een bijna industriële uitstraling – iets dat een carbon frame net niet heeft…



