In het zuidoosten van Frankrijk slingert de Grande Traversée VTT L’Alpes-Provence, een mountainbike-avontuur van 305 kilometer lang met 8500 hoogtemeters. Ronald Jacobs keek naar de kale cijfers en dacht: een walk in the park. Dat klopt, alleen op een heel andere manier dan hij vermoedde…

Met de auto vind ik een parkeerplek op een camping in de Zuid-Franse plaats Manosque, waar de Grande Traversée VTT L’Alpes-Provence finisht. Voor letterlijk een paar euro kun je comfortabel de bus pakken in de richting van de officiële startplek op de top van de Col de Larche (2.002 meter hoogte), op de grens met Italië. De bus gaat tot Barcelonette (145 kilometer, drie uur) en de fiets mag achterop de bus mee. Handig, het busstation ligt op slechts twee kilometer van de camping.

Col de Larche – Jausiers, 34 km / 935 hm

Vanuit Barcelonette kun je in 30 kilometer en 900 hoogtemeters naar het startpunt fietsen of een georganiseerde transfer nemen. Soms heeft een mens geluk. Kristof, de Belgische uitbater van B&B La Mexicaine in Jausiers, wil zelf ook de eerste etappe fietsen en bied aan om mij op te pikken.

Vanaf de Italiaanse grens maken we over een stenige en goed lopende schotterweg de nodige hoogtemeters. Dan volgt een wat moeilijk zichtbare singletrail door het hoge gras. Oppassen om niet tegen de uitgesleten zijkanten aan te rijden. Totaal onverwacht gaat Kristof vol in de ankers. De overvloedige regen in de afgelopen maanden heeft een diepe geul in de bergwand uitgesleten. Mijn fietsmaat voor één dag kukelt net niet in de twee meter diepe gleuf. Met wat klauterwerk overwinnen we deze barrière.

Als het pad breder wordt, stuiten we een paar keer op kuddes schapen en geiten. Die worden bewaakt door patous, enorme Pyrenese berghonden waarvan zelfs wolven bang van zijn. Een bok met prachtige horens is de koning van de weide. Hij staat fier op een rots en overziet zijn landgoed. Na een fijne afdaling ligt er aan de door gaande weg een prima terras. En dan weet je het wel, tijd voor een bakkie.

De klimspieren gaan uit het vet voor een klim van een paar kilometer met een gemiddelde stijging van boven de 15%. De beloning is een afdaling vol haarspeldbochten over een pad dat is bezaaid met fors uitgevallen stenen. De laatste inspanningen van vandaag zijn een steile klim naar het schilderachtige dorpje Châtelard en een golvende singletrail naar B&B La Mexicaine.

Jausiers – Montclar, 59km / 1775 hm

Snel ontbijten en vroeg op de pedalen. Mijn racefietshart gaat sneller kloppen want ik sta aan de voet van de klim naar de Cime de la Bonette. De Fransen beweren dat het met 2.804 meter de hoogst geasfalteerde weg van de Alpen is. Dat klopt niet, want de Ötztaler Gletscherstraße (2.829 meter) is een stukje hoger. Maar ja, die heb ik al afgestreept en de Bonette moet er nog een keertje aan geloven. Maar helaas, niet nu.

De Traversée volgt onverharde paden die parallel aan de hoofdweg lopen. Eerst gaat dat nog vlot. Dan volgen de hop on, hop off trails. Op de fiets, van de fiets, op de fiets, van de fiets. Bij Le Lauzet-Ubaye begint dé klim van de dag. De 1200 hoogtemeters zijn globaal in vieren te verdelen. Eerst even smal asfalt, gevolgd door een steile maar goed berijdbare schotterweg door een bos.

Met nog een kilometer of vijf te gaan begint de ellende, een pad te steil en te stenig om te fietsen. Volle bak omhoog duwen in de brandende zon. Het gaat zo langzaam dat de navigatie af en toe aangeeft dat ik stilsta. Dat denken de grote zwermen vlinders ook. Ze landen op mijn fiets, mijn helm en op mij. De laatste twee kilometer tot de top op ruim 2.100 meter hoogte gaat door het zompige gras van een bergweide.

Ik zal maar zeggen dat het fabuleuze uitzicht tijdens de afdaling de beloning vormt voor het afzien. Het pad slingert spectaculair langs de bergwand en kruist indrukwekkende puinwanden. Plotseling kom ik wandelaars tegen. Niet vreemd, want even verder ligt het bovenste station van een stoeltjeslift. Wandelaars en mountainbikers groeten elkaar hier vriendelijk. Daar kunnen wij thuis nog wat van leren.

Bij de lift start een aantal downhilltrails van het bikepark. Ik suis door tientallen kombochten naar beneden. Kicken! Terug op de route lijkt het uitzicht op het felblauwe Lac de Serre-Ponçon niet echt. Gelukkig zitten er dikke schijven op mijn mountainbike, anders was ik met knikkende knieën afgedaald naar mijn hotel in skiresort Montclar.

Montclar – Digne-les-Bains, 70 km / 1725 hm

Na de start gaan er heel wat kilometers door een dicht bos. Af en toe piept de Wahoo-navigatie als een dolle omdat ik ogenschijnlijk op een verkeerde trail rijd. Of hij geeft aan dat de trail rechtdoor gaat op een punt waar helemaal geen pad loopt. Het blijkt aan de gpx-file te liggen. Die is niet precies genoeg. Gelukkig is de hele route ook uitgepijld, dat voorkomt een hoop gezoek.

De klimmen zijn steil en er liggen vaak stenen op de smalle trails, toch gaat de voortgang voorspoedig. Nog wel. Een smalle golvende trail langs een rotswand zorgt voor een genietmoment. In Seyne staat de fraaie citadel op het hoogste punt van het dorp te pronken. Een snel bezoekje en dan op naar een terras op het centrale plein. Gelaafd ga ik verder. De route voert door de smalle kloof van het Ravin de Pro Garnier. Plotseling sta ik voor een afgrond van een meter of vijftien diep. Hè, ik zit toch echt op de route? Niet dus, die loopt hemelsbreed een meter of twintig links van mij en een meter of veertig hoger.

Terug naar een punt waar ik de doorsteek kan maken. Dwars door bosschages klauter ik omhoog met krassen op armen en benen tot gevolg. Tot mijn grote vreugde staat in het gehucht Archail een bron met drinkbaar water. Hard nodig want op mijn fully past maar één bidon en de temperatuur loopt op tot 35 graden. Voor het eerst tref ik andere fietsers. Een drietal volgt de route ook. Eén op een mountainbike en twee op een gravelbike. Ze geven aan met de route te stoppen omdat die totaal ongeschikt blijkt voor de gravelbike. Om te onderstrepen dat eentje een schijterd is, heeft hij een toiletrol aan zijn zadeltas gebonden.

Direct buiten het gehucht rijd ik de Terres Noires in. Een bijzonder gebied vol bijzonder gevormd zwart gesteente. Zo’n gebied dat je alleen in boekjes ziet. Fantastisch mooi, maar grotendeels onfietsbaar. Te steil en te technisch. Mijn bike sleep ik drie kilometer tergend langzaam omhoog. Is boven het ergste voorbij? Nou nee.

De afdaling zou in een bikepark als tenminste drie keer zwart te boek staan, met het dragen van beschermende kleding en een integraalhelm als verplichting. Er zitten wel vijftien drops in van meer dan een meter. Wie denken ze hier een plezier mee te doen? Als ik dit had willen lopen, had ik mijn fiets thuisgelaten en Nordic-wandelstokken gekocht. Gefrustreerd knal ik nog over de afsluitende asfaltweg en kom gekookt aan bij het hotel.

Digne-les-Bains – Sant-Donat, 54 km / 1050 hm

Net na de start volgen de enige vlakke kilometers van de hele rit. De bergen zijn minder hoog, het Alpenlandschap ligt duidelijk achter me. Dat betekent niet dat het gemakkelijk wordt. De klimmen blijven steil en het gravel is grof en diep. In de zoveelste smalle afdaling stuiter ik over dikke, losliggende stenen naar beneden. Daar hangt een tak vol dorens. Remmen gaat niet meer. Resultaat: een bloedende arm. De verwondingen passen prima bij de rest van de collectie krassen die armen en benen inmiddels siert. Voor de hele tocht geldt: ga niet zonder dropper.

De zadeltas met mijn bagage zorgt ervoor dat de dropper niet over zijn volle lengte is te gebruiken. Ver achter het zadel hangen, lukt daardoor niet. Achteraf was een kleine tas aan het stuur in combinatie met een tas in het frame een betere optie geweest. De zes kilo fotomateriaal in mijn rugzak had ik graag voor andere bagage gebruikt. Net als de afgelopen dagen brandt de zon onbarmhartig. Op hangen en wurgen bereik ik het hotel. De uitbaatster vraagt wanneer mijn tas aankomt. Ik wijs naar de zadeltas. Ze schatert van het lachen en zegt: “Je bent duidelijk geen vrouw. In dat tasje past voor maximaal een uur aan kleren.”

Sant-Donat – Forcalquier, 56 km / 1420 hm

Bij het eerste licht vertrek ik. Ik kom in een soort vaste mountainbikeronde terecht. Draaien, keren, links, rechts, omhoog en omlaag tot je er dol van wordt. Het eindigt zo’n beetje op de plek waar het begon. Het haalt de kracht al lekker uit de benen. Het blijft zwoegen. Lang ploeteren over een brede schotterweg waar de wielen diep in wegzakken. Boven stuit ik op een kudde schapen bewaakt door een bijna net zo grote groep patous, die het pad blokkeert waar ik in moet. Ze blaffen heftig en eentje laat agressief zijn tanden zien. Uit lijfsbehoud loop ik rustig weg en vind op de navigatie een parallel lopend pad. Vermoedelijk wordt zo een heftige singletrail omzeild. Maar vind ik dat erg?

Grande Traversée VTT L’Alpes-Provence

In Saint-Étienne-les-Orgues is het de hoogste tijd voor een terras. De vriendelijke uitbater vult mijn bidon met steenkoud water uit de tap. Hij blijkt toch te bestaan, een lekker lopende klim. In de afdaling ligt een speeltuin van grillig gevormde rotspartijen die luistert naar de naam Les Roches des Mourres. Met de fraai tegen een bergwand gebouwde etappeplaats Forcalquier in zicht voelt het als een cadeautje.

Forcalquier – Manosque, 36 km / 950 hm

Vol goede moed begin ik aan de laatste etappe. Nog in het dorp begint direct een vanwege de dichte begroeiing amper begaanbaar, dalend pad. Dan volgt een klim die te moeilijk is om helemaal te rijden. Naar beneden gaat het gelukkig beter, al moet ik ook daar met regelmaat van de fiets. Dat ligt aan de moeilijkheidsgraad, maar misschien nog meer aan mijn beperkte technische kunnen.

Al dagen heb ik het nummer Dreadlock Holiday van popgroep 10cc in mijn hoofd. Ze zingen: ‘You’d better understand that you’re alone. A long way from home’. En zo is het maar net. Wie vindt mij als ik hier crash? De hele Traversée schittert namelijk door verlatenheid. Prachtig natuurlijk, maar wat als het misgaat? Wellicht is het beter om deze route niet alleen te rijden, of op zijn minst de locatie te delen met iemand die standby is.

Goed, nog even doorbijten. Halverwege de route staat een planetarium dat onder normale omstandigheden een bezoek waard is. Voor een laatste keer alle zeilen bijzetten om de laatste 300 hoogtemeters te bedwingen. De afsluitende afdaling over een schotterweg voelt als een beloning. Nog een laatste nacht op de camping waar mijn auto staat en dan ga ik terug naar het nu zeer gewaardeerde vlakke Nederland.

Conclusie

De Grande Traversée VTT L’Alpes-Provence is landschappelijk een heel mooie route. Maar alleen geschikt voor (zeer) ervaren mountainbikers die op zoek zijn naar een stevige uitdaging. De klimmen zijn steil, de afdalingen vaak (erg) technisch. Ga met een vol geveerde mountainbike, want een gravelbike is totaal ongeschikt. Wil ik nog terug? Zeker weten, maar dan met de racefiets om er een serie schitterende cols te bedwingen in een fotogenieke omgeving.