24 mei 2020 | Rob Meeuwessen

Reisverhaal: Een soort Ronde van Vlaanderen, door het stof naar de kasseien

Het voorjaar loopt ten einde. Een voorjaar zonder Milaan-San Remo, zonder Amstel en zonder de Ronde. Geen te vroeg vertrokken Greg, geen tweede plaats voor Sep en geen spektakel van Mathieu. Om te checken of de Paterberg nog wel de Pater is, en of je op de Koppenberg nog steeds om je moeder roept, zakt Fiets af naar Vlaanderen. We rijden een deel van de Ronde, maar dan onverhard. Geschikt voor gravelbikes en mtb’s.

Als straks de grens tussen NL en BE weer open gaat kun je ook als ‘Ollander’ deze route prima nafietsen in één dag. Onderaan dit artikel vind je de gps-gegevens.

Foto’s: Rob Meeuwessen, Hans Becking

Door het stof naar de kasseien

Pladutse. Dat klinkt als een langlopende, slopende klim in de Sloveense Alpen.  Maar het is een onbetekenende weg met zicht op de flanken van de Koppenberg. Links een veld met ‘patatten’, rechts de weide waar op 1 november Van der Poel traditioneel zijn offday beleeft in de plaatselijke cyclocross. Collega Hans wacht me op. In de kofferbak liggen ‘sjoekes’, romige eclairs om duimen en vingers bij af te likken. De lekkernij wordt weggespoeld met koffie uit een thermosfles. Straffe renners drinken een straffe bak, het zwarte goud knarst dan ook nog tussen mijn tanden wanneer we aanstalten maken om ‘de Ronde’ te betwisten.

Hoewel de gps- route begint op de bekende brede baan naar Berchem, pakken wij de route op vlak voor de Koppenberg. Na twee keer links een eenmaal rechts draaien we koud het klassieke pijnpunt op. Het is de eerste keer dat ik de Koppenberg alleen betwist. In alle rust en stilte. Op de kasseien staan de namen van zorgverleners gekalkt. Wat nog maar weer eens duidelijk maakt in welke tijd we leven. Ons gekakel wordt minder naarmate we bijna boven komen.

IJskelder

De route voert ons onverhard naar het volgende obstakel. Het is een vrij eenvoudig concept. Pokkenklim, stukje bergaf, meestal over de weg en daarna vlak tot de volgende klim. Wanneer we de betonplaten baan achter ons laten, rollen we meermaals tussen de patattenvelden over een knoertharde, kurkdroge ondergrond. Meestal in één rechte streep tussen de gewassen door. Zonder noemenswaardige technische passages. We draaien de ‘donderij’ op. Kasseien, zo vlak, zo prachtig gelegd dat je nauwelijks opmerkt dat de betonplaten leggers hier even vrijaf hadden.

De nog laag staande zon weerkaatst op de keien en zorgt voor een sierlijke schaduw. Via het ‘peerdegedoe’, een prachtig klassieke hoeve gevuld met een gezellige beestenboel, dalen we af tot de voet van de ‘IJskelder’.

De IJskelder

In deze drassige kuil is het altijd nat, zelfs in deze voorjaarswarmte van bijna 25 graden. De klim dankt zijn naam aan een vooroorlogse kelder vlak naast de hiervoor aangelegde passage. De drassige ondergrond wordt verklaard doordat juist onder dit pad een van de bronnen van stroom de Zwalm ontspringt. De IJskelder is een klassieker in toertochten en mountainbikeroutes, maar onbekend bij wielertoeristen.

La Houppe

Even verderop passeren we Brakel en laten de Valkenberg juist links liggen. We passeren een van de vele wit gekleurde molens. Ditmaal de volledig heropgebouwde en zelfs weer in bedrijf zijnde Verrebeek molen. Fietsen we verder dan pakken we en passant een KOM mee bij de klim door het Livierenbos. Het pad loopt dwars door het Natura 2000-gebied en is tevens de taalgrens tussen het Vlaams sprekende Oost-Vlaanderen en Franstalig Henegouwen. De zuidelijke lus van deze rit brengt je van bos naar bos. Veelal over brede paden of tractorsporen. De vaart blijft er zo lekker in en we passeren het Brakelbos.


Boshyancinten in het brakelbos

Gedurende de lang lopende klim richting de top van La Houppe fantaseren we over de eindeloze mogelijkheden die de flanken van het Brakelbos ons voorschotelen om de begroeide ondergrond om te toveren in een bikepark. Niets van dit alles zal werkelijkheid woorden. Zeker omdat de bossen in dit jaargetijde vol staan met prachtig bloeiende paarse boshyacint. En dat willen we graag zo houden. Boven op La Houppe, met uitzicht op het gesloten hotel in de zo kenmerkende bocht, houden we halt. Import-Vlaming Hans tovert een verse wafel uit zijn zak. Brabander als ik ben heb worstenbrood over de grens gesmokkeld.

Ronse als middelpunt

Het tweede deel van deze dagtocht is beduidend grilliger dan de warming-up. Het is draaien en keren rondom het noorden van Ronse. We beklimmen onverhard de Kanarieberg en passeren daarbij het Muziekbos. Hans vertelt over een betonnen paal die hij ooit tijdens een Flanders Cup in twee stukken heeft gebotst. En warempel, de paal is er nog, de barst ook. Via de Ten Bergestraat komen we aan bij de Spichtenberg. Zo’n typisch Zuid-Limburgs aandoend puncheur klimmetje waarbij je net een tand te groot staat. Vanaf nu lijkt het enkel nog klimmen en dalen. Waarbij mooie uitzichten afgewisseld worden met pure nostalgie.

Zo stuiten we bij het beklimmen van de Kruisberg – onverhard natuurlijk – op Chalet de la Cruche. Waar verf van de Stella-borden boven het raam langzaam afbladdert en de inventaris al sinds 1950 niet meer is geüpdatet. Achter de vers gesnoeide haag duiken we bergaf. Langs een ‘Pipi Langkous’ woning richting de Fiertelmeers. In het Nederlands ook wel een klotenpad genoemd. Je klimt in één rechte lijn naar het hoogste punt van Vlaanderen, de Hotondberg. Strava leert me dat Eli Iserbyt dit precies twee keer zo snel klaar speelt dan ik. De top van de Hotond ligt op 145 meter en geeft mooi uitzicht over de weide waar nooit meer een Grote Prijs Mario de Clercq zal worden verreden. Geen Lange Klaas meer over de afrastering. Geen verdapperende Lars van der Haar op het puntje van zijn zadel en geen paal koppende Corné van Kessel in de afdaling.

Taalgrens

Na een gelletje en een rustmoment in de zon, dalen we – opnieuw over de weg – af tot we weer klimmen door het Heynsdaele Bos, naar de top van de Karnemelkbeekstraat. Hiermee doen we opnieuw de taalgrens aan. De straat met die prachtige naam wordt slechts één keer per jaar ‘in koers’ bedwongen, tijdens de E3 Harelbeke. Koersverlangen siert deze regio. Maar er is hier ook mountainbikehistorie geschreven. Zo passeren we het Kluisbos, waar Filip Meirhaeghe in eigen streek de Grote Prijs van België won en waar in 2005 het EK plaatsvond. Na enig zoeken kom je talloze prachtige singletracks tegen.

Waar we eerder al de plantenbak passeerden waartegen Mathieu van Der Poel zijn voorwiel aan bonken reed in de Ronde, gaan we nu via een onverharde beklimming van de Kwaremont de N36. De grote weg van Ronse richting Berchem. De weg waar Sep Vanmarcke te vroeg ging en dezelfde weg waar Nikki Terpstra zijn tegenstanders verschalkte. Over de weg, onderbroken door een paar leuke kleine paadjes bereiken we de voet van de Paterberg. Hans op de keien, ik in het gootje. Traag komen we boven. En niet eerder zag ik het hier zo rustig. Enkele fietsers maken een foto en wij doen hetzelfde. De klassiekers hebben we overleefd.

Pironpad

Nog één bekende klim ligt op ons te wachten. De scherprechter in de meerdaagse mountainbikewedstrijd Mountainbike van Vlaanderen: het Pironpad, Vernoemd naar de kunstschilder Leo Piron. Hij had beter zijn stenen eens netjes gerangschikt in plaats van vegen te maken op een doek. We harken naar boven over de afgebrokkelde restjes kassei richting de top van de paardenwei. Het Pironpad is een van de weinige technische passages in deze rit. Gevolgd door een leuk kronkelige afdaling door het Spijkerbos.

Dat het niet technisch is wil niet zeggen dat ik de pootjes inmiddels niet voel. De beklimmingen zijn nooit lang, maar bij tijd en wijle wel pittig gekruid en met het zwaartepunt steevast op de ‘top’. De auto’s zien we in de verte alweer staan. Net als de flanken van de Koppenberg. We zijn rond. Een onverharde tour door Vlaanderen maak je zo lang als je zelf wilt. Deze variant meet 74 kilometer en pakweg 1500 hoogtemeters. Mooi uitgesmeerd over de gehele rit. De onverharde paden lopen vaker omhoog dan bergaf en daarmee is het een route die uitermate geschikt is voor minder ervaren bikers of racefietsers die Vlaanderen eens vanuit een andere hoek willen bekijken.

Reisinfo

Route

De route kan eigenlijk overal worden opgepakt. Vanuit Ronse met als startpunt de Hotond. Vanuit Brakel, of zoals wij deden meer richting het westen. Oudenaarde en het Centrum Ronde van Vlaanderen ligt zo’n 5 kilometer van de route. Ook dit kan perfect als start- en finishpunt dienen.

Eten en drinken

Nu tijdens de lockdown de meeste horeca gesloten is en terrassen omcirkeld met rood-wit lint ben je aangewezen op de bakker. Direct aan de route passeer je helaas geen etalage gevuld met verse koffiekoeken. Verlaat je even de route, bijvoorbeeld in Brakel, la Houppe of vlak na de Koppenberg, dan is het smullen geblazen. Denk eraan om voldoende drinken mee te nemen. Even bijtanken is er momenteel helaas niet bij.

Komoot

Sinds kort plaatsen we de gps-bestanden van onze reisverhalen op onze Komoot partnerpagina. Gratis te downloaden, zodat je ze zelf kunt narijden. Ga naar komoot.nl/user/fietsmagazine voor alle routes. Het aanbod neemt komende tijd flink toe. Als je ons daar even volgt, krijg je automatisch een seintje als we een nieuwe route toevoegen.

Gerelateerd

Rob Meeuwessen

Rob heeft een grote voorliefde voor offroad rijden. Op zowel de mtb als op de crosser. Hij test bikes en spullen en loopt bij voorkeur zoveel mogelijk bijzondere evenementen af. Even op en neer naar Engeland voor 2,5 uur gravelrijden is voor Rob geen probleem....kijk, dan ben je een echte liefhebber.

Strava: https://www.strava.com/athletes/4562872

Meer artikelen van Rob Meeuwessen

Geef een reactie

Inloggen