24 juli 2019 | Edwin Haan

30 Kilometer klimmen naar Val Thorens, voor de profs uit

De Tour doet op 27 juli Val Thorens aan. En dat belooft vuurwerk, want dit is geen etappe voor watjes. Alleen al de slotklim vanuit Salins les Thermes is ruim 30 kilometer lang. Die reed ik vorige week, laten we hopen dat de profs zaterdag wat beter weer treffen.

Een deel van de klim naar ‘Val Tho’ is opnieuw geasfalteerd. Er is niet gekozen voor de klim via D117, de grote weg. Nee, het eerste deel gaat via de veel mooiere D96 richting la Côte Derrière en dan helemaal door naar Les Frênes. Een smal weggetje, deels met vers glad asfalt, maar ook deels met veel steentjes en scheuren. Nu gaat het in de 20e etappe gelukkig alleen maar omhoog, dus gevaar voor de renners is er niet, maar het maakt de klim niet makkelijker.

Liefhebbers

Onderweg zie je dat het fietsen erg leeft in de dorpjes. Overal hangen fietsen aan de balkons, lijnen met vlaggetjes zijn alvast gespannen, we zien koeien met de bollentrui en ondanks het niet al te beste weer wordt er volop gefietst. Allemaal renners die ook willen voelen wat de profs voelen, of zich alvast goed voorbereiden op l’etape du Tour. We komen zelfs een hele schoolklas tegen met jongens en meisjes van een jaar of 12. Je kunt niet vroeg genoeg beginnen.

Brrrr

Tijdens mijn rit daalde de temperatuur in het zelfde gestage tempo als de hoogtemeters er bij kwamen. Ik begon met een afdaling vanuit Meribel en startte dus met klimmen in het gezellige Salins les Thermes. In Les Menuires zaten we al ruim onder de 10 graden, en eenmaal in Val Thorens zag ik 3,8 graden op mijn schermpje staan. In de wolken, met een beetje motregen en toen kwam de verrassing nog. Het leek ze in het skidorp leuk om de finishlijn nog iets boven het dorp te leggen. Dus is er in allerijl een gravelpad aangelegd van ongeveer een kilometer lang met lelijke stijgingspercentages. Alsof de renners na 130 kilometer en 4500 hoogtemeters nog niet genoeg te verduren hebben gehad.

Work in progress

Toen ik boven aankwam werd er al druk gewerkt aan het opbouwen van een finishdorp. Hekken, tenten, spandoeken en een heleboel werklui. Niet alleen voor de Tour-finish, maar ook voor de l’etape du Tour, het jaarlijks evenement waar ruim 10.000 wielrenners aan mee doen. Die vond plaats op 21 juli. Ik stond daar in de regen, verkleumd te bedenken of afdalen wel zo’n goed idee zou zijn. Maar je moet toch ergens heen als je helemaal boven op 2339 meter staat. En de enige keuze die je hebt is naar beneden.


Die lach is bijna bevroren

Opwarm-Croziflette

Na opwarmen met een heerlijke Croziflette heb ik het toch maar gewaagd. Ook omdat de serveerster wist te melden dat het een stukje lager behoorlijk aan het opknappen was. We stoppen vlak voor Les Bruyères even om het mistige berglandschap vast te leggen. Verderop lijkt het lichter, ik zie zelfs wat kleine blauwe gaatjes in het wolkendek.

Kapel bezoek

Verder naar beneden komen we nog een keer langs de prachtige kapel Notre Dame de la Vie in Les Menuires. Tijdens de klim zijn we er voorbij gereden, maar dit keer knijpen we in de remmen. Ik vrees dat de profs er geen oog voor hebben, maar als je de kans krijgt, moet je zeker even binnen kijken. Het plafond van de koepel heeft aan de binnenkant schitterende schilderingen. Je bent er met 5 minuutjes wel uitgekeken, maar het is zeker de moeite waard.

Bergklimaat

Weer buiten konden armstukken, beenstukken en windjack al uit, heerlijk. Een vreemde gewaarwording, dat je start bij 3 graden en een kwartiertje later ruim 20 graden op je scherm ziet staan.

Daarna met gezwinde spoed verder naar beneden. Onderweg hoor ik de Marmotten fluiten, maar ze laten zich niet zien. Ik stel me voor dat ze ons aanmoedigen, al denkt mijn Franse fietsmaatje dat het waarschuwingen zijn. Niet voor ons, maar voor hun maatjes. Pas op, laagvliegende wielrenners! Waarschijnlijk heeft hij gelijk, maar ik vind mijn uitleg toch leuker.

Als je de keuze hebt, neem dan niet dezelfde weg die je ook beklommen hebt. Die is lastig, en vol grind en onoverzichtelijke bochten. Ik deed het wel en moest echt voorzichtig afdalen, niet fijn. Gewoon de D117 volgen tot je weer in het dal bent is slimmer.

Edwin Haan

Fietst op alles met twee wielen. Wielrennen, gravelracen, crossen, mountainbiken en zelfs een voorzichtig downhill dagje komt wel eens voor. Vooral geïnteresseerd in techniek en gadgets. Favoriete grote ronde, de Giro. Favoriete klassieker, Parijs-Roubaix, ondanks een grote weerstand tegen het zelf fietsen op kasseien.

Strava: http://www.strava.com/athletes/1304841

Meer artikelen van Edwin Haan

Geef een reactie

Inloggen