In samenwerking met AGU en Team Jumbo Visma interviewden we Wout Van Aert na zijn succesvolle voorjaar. Hoe belangrijk is kleding voor een topwielrenner die op meerdere fronten actief is? Ondertussen dendert de WVA trein voort en gaat hij samen met Dylan Groenewegen en Steven Kruijswijk op zoek naar succes in de Tour de France.

Kleren maken de man en goede wielerkleding de coureur. “Als je shirt en broek als een tweede huid aanvoelen, vind ik dat een meerwaarde”, zegt Wout Van Aert, een van de uitblinkers van dit seizoen. “Goede kleding maakt het leven als renner gemakkelijker.”

Denkend aan Dubai waar zijn coureursleven, na een paar maanden vol van hectiek, emotie, spanning en druk, een dag of tien in de vakantiemodus gaat, wordt Wout Van Aert meteen weer blij. Weg lijkt de vermoeidheid van de Amstel Gold Race die hij zojuist heeft gereden. Met een knipoog naar de slogan van AGU, de wielerkledingsponsor van Jumbo- Visma, #everydayriding: “Ja”, komt er tussen een vrolijke lach door uit zijn mond. “Maar die gaat nu effe on hold. Dat wordt #neverriding op mijn Instagram. Of nee, ik maak er wel #noteverydayriding van wanneer ik daar op het strand lig.”

Tussenrapport
Want helemaal loskomen van zijn vak, dat lukt de 24-jarige Vlaming toch niet. Terugkijkend op zijn eerste volledige voorjaar als wegrenner kan hij niet anders dan dik tevreden zijn. Er is aan alle kanten progressie te zien geweest. Natuurlijk, er is een baas boven baas in de persoon van Mathieu van der Poel – nu al een legende voor wie er kennelijk geen wielerwetten bestaan – maar wie Van Aerts prestaties nader beschouwt, zal op een tussenrapport eerder ‘uitstekend’ dan ‘goed’ noteren. Tussen 2 maart en 21 april stond hij aan de start van acht grote wedstrijden. Het rijtje: dertiende in de Omloop Het Nieuwsblad, derde in de Strade Bianche, zesde in Milaan- San Remo, tweede in de E3 Binck- Bank Classic, 29ste in Gent-Wevelgem, veertiende in de Ronde van Vlaanderen, 22ste in Parijs-Roubaix en tot slot 57ste in de Amstel Gold Race.

De eerlijkheid gebiedt hem te zeggen dat de twee grote keienkoersen, de Ronde en Parijs-Roubaix, niet de gehoopte uitslagen hebben opgeleverd. “Tenminste, de klasseringen die ik misschien wel heb verdiend of erin zaten. Door omstandigheden (mechanische pech, valpartijen) rolden er niet de uitslagen uit die een juiste weerspiegel

De vertoonde kunsten zijn voor hem belangrijker dan de cijfertjes. “In de cross zit je meestal op de plaats die je waard bent na een uur bikkelen. Op de weg daarentegen worden je uitslagen ook dikwijls bepaald door andere factoren. Ik ga altijd voor de winst, maar als ik dan zesde word in Milaan-San Remo, dan is dat een heel dikke uitslag. Die onthoud ik wel, maar nog meer het feit dat ik tijdens die race met de eersten de Poggio over reed”, aldus Van Aert.

Veldrijders die de wereld veroveren op de verharde wegen hebben de wielerlente een stuk leuker gemaakt. “Of Mathieu en ik nu iets hebben bewezen? Mwoah, zoiets zeg je niet over jezelf. We kunnen beter Van der Poel als voorbeeld nemen. Die maakt waar wat ik allang dacht dat hij zou kunnen. Echt, het is geen verrassing hoe hij zich heeft getoond. Wél dat hij het ook nog eens in drie koersen afmaakt (winst in Dwars door Vlaanderen, de Brabantse Pijl en de Amstel Gold Race).

Klasbak
“Wat ik heb geleerd is dat ik vooral naar mezelf moet kijken. Als ik me aan Mathieu zou moeten spiegelen, wordt het wel heel moeilijk in de carrière die nog voor me ligt. Hij is een klasbak en die worden niet vaak geboren. Op dit moment is hij overal de beste wielrenner die er rondrijdt. Dat kan iedereen vaststellen. De anderen, onder wie ikzelf, moeten gewoon verdergaan en hun best blijven doen. Dat kost mij geen enkele moeite. Ik houd van deze sport, het is mijn leven. Ook ik wil, net als Mathieu, het liefst alles winnen. Lukt dat niet, dan wil ik wel steeds kunnen zeggen dat ik er alles aan heb gedaan wat in mijn vermogen lag.”

Om die reden besteedt Van Aert ook veel aandacht aan tal van andere aspecten, variërend van materiaal tot verzorging. Hij noemt zichzelf een veeleisende wielrenner. “Ja, iemand bij wie alles tiptop geregeld moet zijn. Let wel: ik ben ook hard voor mezelf. Train nooit een minuut minder dan mijn schema vermeldt, en doe alles om beter te worden. Dat zorgt ervoor dat ik veel vraag van de mensen om me heen, of ik nou op de cross ben of me voorbereid op de Ronde van Vlaanderen.”

Automatisch zoomt hij in op de ‘werkkleding’. “Wie zo ongeveer 365 dagen per jaar op een fiets zit, heeft met allerlei weertypes te maken. Je rijdt door de sneeuw, de zon, de regen, de kou, met veel en weinig wind. Onder al die omstandigheden wil je je sowieso comfortabel voelen in de outfit die je draagt. Kijk, als crosser heb je niet veel te kiezen; je staat in dat pakje aan de start. Het enige waarin je wat kunt variëren is het onderlijfje (ondergoed met of zonder mouwen). Het is namelijk niet zo prettig een thermovest aan te hebben, want het veldrijden is vanaf minuut één zó explosief dat je licht gekleed bent. Alleen, er doen zich weleens problemen voor, zodra het 4 graden is en regent. Veertig minuten gaat het goed, daarna slaat de kou toe. Je leert niet per se je beter te kleden; wél te wennen aan het weer. Bij mij in België hoor ik geregeld wegrenners klagen dat ze niet kunnen trainen omdat het weer te slecht is. Als ik dat als excuus zou gebruiken, kon ik de hele winter niet trainen. Dat werkt natuurlijk niet.”

Uitproberen
Welk shirt, broek of wat dan ook Van Aert moet gebruiken, is een kwestie van ervaring opdoen. “De afgelopen editie van Parijs-Roubaix was een mooi voorbeeld. Bekend met de weersvoorspelling wisten we dat we tijdens de finale prettige temperaturen zouden hebben. Maar bij de start was het 5 graden en stond er een heel vieze noordoostenwind. Je wilt geen vijf lagen over elkaar aan hebben want je moet ook je warmte kwijtraken. Tegelijkertijd is het wel zaak de eerste uren geen kou te lijden. Ik trok daarom een buffje aan, knie- en armstukken die eenvoudig waren uit te trekken, en een winddicht shirt. Keuze genoeg in ons assortiment van AGU; we beschikken bijvoorbeeld over vier verschillende shirts, qua dikte: een aero shirt, een winddicht shirt en een zomershirt met gaatjes voor de ventilatie, om maar iets te noemen. Door uit te proberen leer je welke kleding je het best kunt pakken. Je kunt een trui en broek aantrekken die heel lekker zijn om in te trainen, maar net niet genoeg lucht geven in de koers.” Grinnikend: “Daar kom je dikwijls pas achter tijdens de race, als je een verkeerde keuze hebt gemaakt.

“Dit voorjaar heb ik steeds te veel kleding aan gehad, omdat het te warm was. Waarschijnlijk vanwege het slechte weer vorig seizoen trok ik uit gewoonte een extra vestje aan bij de start, om er in de neutralisatie achter te komen dat het niet nodig was. In de Omloop Het Nieuwsblad was het precies andersom: toen had ik me het toch koud… Ervan uitgaand dat het direct een harde koers zou worden, had ik geen beenstukken aan gedaan. We reden echter tien, twintig kilometer op het gemak, toen de kopgroep was vertrokken. Toen had ik echt spijt.”

Regen deert veldrijders niet. Ze kunnen ervan balen, maar een stevige bui verandert niets: crossers komen nooit met een regenjasje aan in de koers. “Des te belangrijker kan het dragen van een regenjack zijn voor een wegrenner”, weet Van Aert. “Vorig seizoen was het dikwijls bar en boos weer in het voorjaar en ben ik veel van start gegaan met een regenjack. Je verliest veel energie als je het koud krijgt. Vooral vroeger leefde het idee dat je niet met een regenjasje kon koersen, want dan ontplofte je van de benauwdheid en de oplopende temperatuur. De AGU jacks ademen goed en zitten strak om je lichaam, zodat je ook weer niet te veel wind vangt. De meeste hebben bovendien zakjes waar je eten in kunt opbergen. Ik denk dat van alle koerskledij regenkleding misschien wel het meest is geëvolueerd.”

Strak pak
Pasvorm is ook een heikel punt. Van Aert prijst zich gelukkig met de AGU-uitrusting, die hem als gegoten zit. De kwaliteit heeft hem verrast. “Als je aan wielrennen denkt, denk je aan Castelli, aan de grote merken. Ik kende AGU als sponsor van Rabobank, maar in België zag je er niet veel mensen mee. Het is topkwaliteit, maar dat moet bij ons in de ploeg ook. Je zult moeten bewijzen dat je kwaliteit kunt leveren, anders kun je volgens mij geen partner worden.

Weet je hoe prettig het is met broeken te rijden die je geen zadelpijn bezorgen? Dat is een groot voordeel, het gehele jaar doorkomen zonder problemen op dat vlak. Het betekent dat de AGU-pasvorm en het materiaal van de zemen erg goed zijn. Ik hecht daarnaast veel waarde aan de aerodynamica. In de koers kunnen fietsen met een strak pakje dat is getest om snel te zijn, is aangenaam. Het geeft mentaal een extra zetje in de rug en dat is ook een voordeel. Elk procentje helpt.“Goed materiaal is van groot belang, dus ook kleding. Het maakt je wielerleven makkelijker. Daarom vind ik het leuk mijn bijdrage te kunnen leveren op het gebied van ontwikkeling. Door de kleding samen met AGU te ontwikkelen en intensief te testen komen we tot de beste producten.”

#everydayriding
AGU staat voor #everydayriding. Wat het weer of doel ook is, AGU heeft de kleding waarmee je elke dag kunt fietsen, voor renners in de World Tour tot zondagsfietsers. Voor Team Jumbo-Visma ontwikkelden ze een collectie voor alle weersomstandigheden. Elk item uit de collectie is zo doorontwikkeld, dat het de renners in staat stelt optimaal te presteren onder alle omstandigheden. Van een thermoregulerend jack voor training in de kou tot een jersey met actief koelende materialen voor in de brandende zon tijdens de Tour.

Over AGU
AGU heeft een rijke historie in de top van de wielersport als sponsor van de legendarische Panasonic-formatie en de succesvolle Rabobank-wielerploeg. Dit jaar is AGU weer terug in het profpeloton als kledingpartner van World Tour-team Jumbo-Visma. Samen met het team ontwikkelen ze de meest hoogwaardige, innovatieve en aerodynamische kleding. AGU innoveert niet exclusief voor Team Jumbo-Visma, de innovatieve features vinden hun weg naar verschillende AGU-collecties. Benieuwd naar de kleding? Check het op de website.