15 april 2019 | Michael Kerkhof

Een dagje naar Parijs-Roubaix

Ben je ooit naar Parijs-Roubaix gegaan? Nee? Ik ook niet, maar daar moest zondag maar eens verandering in komen. Altijd was er wel iets waardoor ik niet in de gelegenheid was om ‘De Hel’ in het echt te bekijken. Zondag niet. Je leest het sfeerverslag hieronder.

Parijs-Roubaix bezoeken

“Ga jij helemaal naar Parijs-Roubaix? Blijf je er in de buurt slapen?” Parijs-Roubaix klinkt misschien als een ver-van-mijn-bed-show, maar dat is het niet. Vanuit mijn woonplaats Rotterdam was het slechts iets meer dan twee uur rijden naar de finishplaats van de (naar mijn bescheiden mening) mooiste wielerklassieker.

Enkele dagen voor onze rit naar Roubaix stippelden we de afsteekroutes uit. Eén ding stond voor mij allang vast: het Bos van Wallers. Ik moest en zou de passage door het bos in het echt meemaken. Jarenlang zag ik de renners op televisie stuiteren over ‘Trouée d’Arenberg’, maar nog nooit in het echt. Ik had flink wat drukte verwacht, maar dan vooral bij het oprijden van de kasseienstrook. Dat herkende ik immers nog van de beelden. Wij besloten aan het einde van de strook te staan. Daar zal het vast minder druk zijn.

Dat was verkeerd gedacht. Nadat we de snelweg afreden, kwamen we al direct in een enorme autorij te staan. We parkeerden de auto aan de zijkant van de weg en besloten om verder naar het bos te wandelen. Geen verkeerde keuze, zo bleek achteraf. In de ruim anderhalve kilometer richting de negentiende kasseienstrook liepen we langs de ene na de andere auto. Het stond bomvol.

Parijs-Roubaix, drukte richting het bos van wallers
Een geweldige drukte richting het Bos van Wallers.


We zijn er!


Nu nog een redelijk plekje zoeken..

Bos van Wallers
De steentjes lagen er slecht bij.

Ook bij het einde van de strook was het dringen geblazen. We liepen door en halverwege het bos viel de drukte ietwat mee. Na een uur wachten kwamen daar de renners aan. Tegenwoordig hoef je niks te missen van de koers door middel van liveblogs of zelfs tv op je telefoon, maar in het Bos van Wallers voelde het weer even zoals vroeger: geen bereik. Het was wachten op het peloton, of de kopgroep. We hadden geen flauw idee.

“Lekke band voor een Mavic auto, hoe ironisch”

Nadat een batterij aan wagens ons was gepasseerd (inclusief een lekke band voor een Mavic auto, hoe ironisch), kwam daar de kopgroep aan. In de gauwigheid herkende ik alleen Peter Sagan en Greg Van Avermaet. Wout van Aert volgde iets later, want die was een paar honderd meter eerder nog gevallen. Lang duurde het niet of het pelotonnetje was al voorbij. Na de ploegleiderswagens bleef het stil. Terwijl alle supporters alweer naar hun auto liepen, bleven wij nog even kijken. De koers is meer dan dat je op tv ziet. De mooiste verhalen worden achterin het peloton gemaakt.

Het werd stil in het bos. Heel stil. Plots zag ik in de verte een renner van Mitchelton-Scott aan komen lopen. Lopen, want van zijn wiel was nog maar weinig over. Als het geen Parijs-Roubaix was, was hij allang uitgestapt. Nu niet. Luka Mezgec wandelde door het bos met de fiets van ploegmaat Robert Stannard om zijn schouder. Alle fans wandelden maar al te graag met hem mee richting de auto’s.

Luka Mezgec 2019
De eenzame aftocht van Luka Mezgec.

Mezgec werd ingehaald door de Rwandees Joseph Areruya van Delko-Marseille. Om mij heen werd er om de eerste donkere Afrikaanse deelnemer een beetje flauw gelachen. Natuurlijk ziet het er bijzonder uit, maar het is razendknap dat iemand uit Rwanda zich kan meten met de allerbeste (Europese) wielrenners.

Naar de wielerbaan

Toen was het tijd om naar de wielerbaan van Roubaix te vertrekken. Het oorspronkelijke plan was om in Orchies nog een andere kasseienstrook mee te pikken, maar dat plan mislukte faliekant. Op de snelweg vormde er plots filevorming. Het geluid van de helikopter verraadde dat de kop van de koers niet ver weg kon zijn. Iedereen stapte op de snelweg (!) uit hun auto om op de vluchtstrook naar de koers te kijken. Wij kregen er helaas weinig van mee.

Eenmaal in Roubaix aangekomen hadden we ruim de tijd om richting de wielerbaan te wandelen. Je hebt geen tickets nodig om het stadion te betreden, al heb je wel een blauwe armband nodig om daadwerkelijk op de tribune te zitten. Dat hadden wij niet, dus moesten we hopen dat we nog iets van de koers konden zien tussen allerlei – veelal aangeschoten – Belgen. Dat lukte nog aardig. We wisten een goed plekje te veroveren op zo’n 75 meter voor de streep.

 
Het was flink druk in het stadion. Gelukkig wisten we een redelijk plekje te bemachtigen.

Je voelde de spanning in het stadion toenemen. Bij elke versnelling van een Belg vlogen de ‘Komaan Yves!’ en ‘Allez Philippe!’ om je oren. Toen de helikopter boven het Vélodrome vloog en de hoofdrolspelers het mooiste wielerstadion ter wereld binnenreden, deed iedereen een stapje naar voren om niets van de apotheose te hoeven missen. De afloop is bekend: Gilbert versloeg Politt, en het stadion ontplofte. Mooi om live mee te maken.

Mooie verhalen

Parijs-Roubaix staat bol van de heroïsche verhalen. Tik op Youtube maar ‘Siskevicius Roubaix’ in en je krijgt de heldentocht van de Litouwse renner Evaldas Siskevicius te zien. Sporza volgde vorig jaar de bezemwegen in Parijs-Roubaix. Eén renner reed op zo’n grote achterstand dat iedereen hem al vergeten was. Zelfs een lekke band kon de renner van Delko-Marseille niet doen stoppen. “Hij is gek”, zei de chauffeur van de bezemwagen. Siskevicius was onverstoorbaar en wilde koste wat kost de wielerbaan van Roubaix bereiken.

Dat lukte. Ruim een uur na winnaar Peter Sagan haalde hij de wielerbaan. Er was echter een probleem: de poorten waren al gesloten. Gelukkig waren de medewerkers van de wielerbaan zo vriendelijk om de Litouwer alsnog zijn rondje op de wielerbaan te gunnen. Een prachtig verhaal.

Het verhaal wordt alleen maar mooier. Zondag reed Siskevicius een ijzersterke koers en finishte hij wel binnen de tijdslimiet. Sterker nog: hij finishte als negende. Zo zie je maar: opgeven is geen optie.

Op weg naar de auto zagen we plukjes renners voorbijrijden. Ineens viel mijn blik op één renner met het rugnummer 242: Josep Areruya, ploegmaat van Siskevicius. In het bos op grote achterstand, maar nu op weg om geschiedenis te schrijven en als allereerste donkere Afrikaan Roubaix uit te rijden.

Voor volgend jaar schrijf ik hem alvast op.

Joseph Areruya 2019

Michael Kerkhof

Stond vroeger bij de verzorgingsposten bidons te zoeken, schrijft nu over alles wat met fietsen en wielrennen te maken heeft (inclusief bidons). Is gefascineerd door lange sprintetappes, heeft de Giro als favoriete ronde en was fan van Alessandro Petacchi.

Meer artikelen van Michael Kerkhof

Geef een reactie

Inloggen