Zelden zal er van tevoren zoveel over een WK-parcours zijn gesproken als over dat van Innsbruck. En dan gaat het bijna altijd over de Hölle, de steile slotklim. Wij stuurden niet-klimmer Léon van Bon eropuit om eens poolshoogte te nemen. Hij bekeek waar de Elite Heren op 30 september overheen gestuurd worden.

Tussen hemel en Hölle

Dit jaar is, zoals jullie waarschijnlijk wel weten, het WK in Innsbruck Tirol. Wat een prachtige omgeving om het WK te organiseren. Ik mocht vorig jaar september het parcours verkennen en ik heb volop genoten. Ik houd van de bergen. Dat klinkt misschien raar voor een niet- klimmer als ik was toen ik nog prof was, maar de bergen hebben iets magisch voor mij. Ze zijn machtig, in grootte en in schoonheid. Vooral in het centrum is Innsbruck de moeite waard om te bezoeken. De oude kern voert je terug in de tijd. Het Huis met het Gouden Dak is wereldberoemd, maar wie neemt straks die gouden medailles mee naar huis?

Steile slotklim

Iedereen heeft het over de Hölle, de verschrikkelijk steile slotklim van het wereldkampioenschap. Zó steil zelfs dat de organisatie en de UCI deze klim alleen aandurven bij de elite mannen wedstrijd. Ik kan me zo voorstellen dat Annemiek van Vleuten die klim er veel liever wel in had willen hebben en ze zal niet de enige zijn. Waarschijnlijk zullen er ook wel een aantal columns over geschreven worden en deze keer misschien wel terecht.

Laten we het parcours eens bekijken. Het begint voor bijna alle categorieën in het mooie stadje Kufstein (alleen de junior dames starten in Rattenberg.) Van daaruit rijden ze over glooiende wegen richting Innsbruck. Snelle wegen waar het tempo hoog zal liggen. Vlak voor Innsbruck ligt de eerste echte klim. Wat voor de elite mannen een opwarmertje is, omdat hij zover van de finish gelegen is, zal deze klim voor de overige categorieën meteen een scherprechter zijn. Zelf voor de vrouwen verwacht ik hier wel vuurwerk. Deze klim is steiler dan de klim in het circuit en biedt daardoor zeker mogelijkheden.

Circuit

Dan komen ze in Innsbruck op het circuit. Vrijwel meteen begint de klim naar Igls. De brede weg loopt goed en erg lastig is de klim niet. Deze klim moet het vooral van zijn lengte en herhaling hebben. Het is zo’n klim waar je rustig twee aan twee kletsend omhoog kan rijden, maar op een gegeven moment begin je je toch te ergeren aan het tempo van die gast naast je. Maar de lengte van 7,9 kilometer en een gemiddelde stijging van 5,7 procent zijn toch ook geen schokkende cijfers. Het steilste stuk van 10 procent is maar kort en de klim eindigt niet met een klapper maar vlakt langzaam af.

Dit betekent voor alle categorieën dat ze moeten koersen. Aanvallen en niet wachten tot de laatste ronde. Als je de koers echt hard wilt maken, dan moet je gaan. Natuurlijk zal de herhaling (bij de vrouwen 3x) zeker in de benen kruipen en kun je hopen dat dat genoeg is om de laatste ronde alles los te rijden, maar als ik Annemiek of Anne was zou ik eerder de forcing voeren.

2 meter breed

Daarna volgt er een heel snelle, niet al te technische afdaling. Eenmaal beneden kom je aan het meest bizarre en enge stuk van het parcours. Vanaf de brede brug (van ongeveer 20 meter) ga je rechtdoor tussen de gebouwen een straatje in van 2 meter breed. Ik kon het niet geloven en heb voor de zekerheid op de plek nog even navraag gedaan of het klopte, maar het is waar. Deze versmalling zal heel belangrijk zijn in het koersverloop, omdat je hier wel graag vooraan wil zitten. Het peloton zal elke ronde zeker op een lint zijn en de smalle weg loopt elke ronde een kleine kilometer omhoog voordat je rechts weer een brede weg opgaat. Door dit smalle weggetje heb je op het circuit niet veel rust. Daarna ben je gauw weer bij de finish en weer aan de voet van de klim. Bij de vrouwen maken we natuurlijk veel kans om met de gouden medaille naar huis te gaan. De Nederlandse ploeg heeft goede klimmers, die op dit selectieve parcours erg goed uit de voeten zullen kunnen.

Hottinger Hölle

Bij de mannen verwacht ik een heel andere koers. Waarom? Omdat de laatste klim, de Hottinger Hölle, belachelijk zwaar is. Dat nodigt uit om niet te koersen en je kopman aan de voet af te zetten. De klim is bijna 3 kilometer lang, 11,5 procent gemiddeld met stukken van 25 procent. Dit is niet een bochtje waar ze net 25 procent kunnen meten wat dan mooi staat in de statistieken, nee het is lang steil. Heel steil. Van de groep van tien rijders waarmee ik omhoog reed moesten er vijf lopen.

Het is smal, en duurt en duurt en wordt steeds steiler. Om maar te zwijgen hoe het is als het heeft geregend en de straat er nat bij ligt. De weg ligt in het bos en wordt niet vaak bereden, dus het is glad en renners zullen moeite hebben niet weg te slippen als ze aanzetten. Bovenop heb je ook nog een klein plateautje voordat je naar beneden duikt. Een moment om, mocht het nodig zijn, definitief het verschil te maken. De afdaling is overigens mooi breed en bochtig. Ideaal voor Nibali, dacht ik meteen toen ik er zelf reed.

 

Hoewel het met 4670 hoogtemeters een zeer zwaar WK wordt verwacht ik niet meteen een spectaculaire koers. Door angst of vertrouwen voor de Hölle ben ik bang voor een koers met een hoog tempo maar waar de favorieten zich heel lang koest houden. Maar ik hoop dat ik het helemaal mis heb en dat we een spetterende koers krijgen.

Alaphilippe

Voor mij is Julian Alaphilippe de grote favoriet, zeker als hij de vorm van de Tour heeft. Maar ook de Nederlanders zijn zeker niet kansloos. Ik ben heel benieuwd wat Tom Dumoulin, Bauke Mollema, Steven Kruijswijk hier gaan doen en als Wout Poels in orde is, is hij misschien wel de belangrijkste pion van het Nederlandse team. En natuurlijk is er ook nog Wilco Kelderman, die erop gebrand zal zijn om zijn jaar goed af te sluiten.

Naast Alaphilippe zie ik buitenlanders als Alejandro Valverde, Vincenzo Nibali, Richard Porte en Romain Bardet ver komen. Vanuit het Belgische kamp verwacht ik Jelle Vanendert en Tim Wellens. Het is volgens mij dus aan de punchers met klimmerskwaliteiten. De berggeiten met een versnelling in de benen. Net even te zwaar voor Greg Van Avermaet of een Michael Matthews en ja, ook te zwaar voor Peter Sagan, hoewel je het met hem nooit weet. Het zal even wennen zijn om volgend jaar iemand anders in ‘zijn’ regenboogtrui te zien.

Al met al kijk ik uit naar ongetwijfeld enerverende en prachtige wereldkampioenschappen, met een slotstuk om u tegen te zeggen.