Puck Moonen (21) is hot. De Brabantse werd onlangs verkozen tot mooiste sportvrouw van Nederland en op Instagram heeft ze meer volgers dan Dumoulin, Mollema, Kruijswijk en Gesink bij elkaar. Allemaal leuk en aardig, maar behalve een mooi meisje is Moonen natuurlijk vooral wielrenster. Hoe is dat zo gekomen en waar gaat dat heen?

Tekst: Elias de Bruijne / Beeld: Remco Veurink

Huize Moonen ligt op de hoek van een rustig weggetje, een paar kilometer buiten de bebouwde kom van Liempde. Fotograaf Remco en ik staan voor de voordeur en twijfelen of we moeten aanbellen of achterom lopen. “In Brabant gaan we altijd achterom”, zegt Remco, maar ik heb al aangebeld. De deur gaat open en vader Bart Moonen staat in de deur opening. Tegelijkertijd verschijnt aan de zijkant van het huis moeder Mirjam, wenkend dat we achterom kunnen lopen. Zo gaat dat hier dus inderdaad. De hond des huizes, een enthou siaste teckel, begroet ons uitbundig en over een knerpende grind-strook lopen we naar de achtertuin. Tegen een bankje staat een Ridley Fenix SL in de kleuren van Lotto-Soudal. Terwijl ik ernaar sta te kijken stapt Puck Moonen door de achterdeur de tuin in. Ze steekt al in wielertenue, maar van haast is geen sprake. Of we een kop koffie willen, vraagt moeder Mirjam. De Ridley blijft geduldig op zijn plek staan, we drinken koffie met de familie Moonen en voor we het weten zijn we een half uur verder. Brabantse gastvrijheid.

‘Ik zit niet bij Lotto-Soudal vanwege Instagram!’

‘Je moet gaan fietsen, meisje!’

Puck Moonen is sinds vorig jaar een bekendheid in wielerland. Ze is net verkozen tot Mooiste Sportvrouw van het jaar, had op 15 juli 194 duizend volgers op Instagram en is sinds dit jaar prof bij Lotto-Soudal Ladies. Het is allemaal snel gegaan. Lange tijd wees niets erop dat Moonen ooit profwielrenster zou worden. Haar vader runt een ruitersportzaak en het lag dus voor de hand dat kleine Puck ging paardrijden. Na een tijdje hield ze dat echter voor gezien en ging ze op voetbal, waarna ze uiteindelijk bij het wielrennen terechtkwam. Het was echter bepaald geen liefde op het eerste gezicht. “Toen ik een jaar of dertien was kwam ik tijdens een bezoekje aan de dierentuin terecht bij een promotie-evenement van Eneco.

Op een podium stonden twee Tacxen waarop bezoekers het tegen elkaar konden opnemen en ik ging de uitdaging aan. Omdat ik elke dag 12 kilometer naar school fietste, had ik een goede conditie en won ik makkelijk. Kennelijk deed ik het goed, want Leontien van Moorsel, die daar ook was, zei tegen mij: ‘Je moet gaan fietsen, meisje!’ Ik wist op dat moment niet eens wie zij was en vond wielrennen helemaal niks. Maar twee jaar later ging het alsnog kriebelen toen ik in een fietsenzaak een racefiets zag staan. Ik ging kranten bezorgen en met het geld dat ik had gespaard kocht ik na een jaar – ik was toen zeventien – voor 950 euro een tweedehands racefiets.”

Keimooi ding

Het bleek een miskoop. “Ik vond het een keimooi ding, maar er was van alles mis mee. Ik was zoveel geld kwijt aan het oplapwerk dat ik er bijna gelijk weer mee stopte.” Bijna, maar niet helemaal. Puck sloot zich aan bij wielervereniging Het Snelle Wiel in Hapert en ging wedstrijden rijden bij de junior-dames.

Vader Bart: “In het begin dacht ik dat wielrennen een bevlieging was, net als het voetbal wat ze een tijdje had gedaan, maar ze bleef er maar mee doorgaan.” En dat terwijl het in het begin voor geen meter liep, zegt Puck. “Vaak werd ik er al in de eerste bocht afgereden. Ik wist niet hoe ik moest trainen of hoe vaak en bij de club kreeg ik nauwelijks begeleiding. Inclusief wedstrijden zat ik hooguit twee keer per week op de fiets. Dat schiet niet op als je concurrenten elke dag trainen.” Toch bleef ze fietsen. Gewoon, omdat ze er lol in had zichzelf te verbeteren en omdat ze het heerlijk vond om door de natuur te rijden en haar hoofd leeg te maken – wat ze tegenwoordig overigens nog steeds het fijnst vindt aan wielrennen. Na een jaar bij Het Snelle Wiel reed ze in 2015 en 2016 voor clubteams, waarna ze in oktober 2016 een contract kon tekenen bij het damesteam van Lotto-Soudal. Het was een move waar nogal wat mensen vreemd van opkeken.

Contract

We hebben de koffie inmiddels op – en het tekentalent van Moonen bewonderd, ze tekent in haar vrije tijd graag en prachtig – en stappen op de fiets. Vandaag staat er een kort herstelritje op het programma na de intensieve duurtraining die ze gisteren heeft afgewerkt. Moonen vertelt verder. “Het contact met Lotto-Soudal kwam min of meer toevallig tot stand. Ik was op het hoofdkantoor van mijn fietssponsor Ridley in Tessenderlo en daar was ook Lotto-Soudal-ploegleider Liesbeth de Vocht. Ik raakte met haar aan de praat en van het een kwam het ander.” Moonen kreeg een contract voor één jaar, net als alle andere dames in de ploeg. Veel zekerheid geeft dat niet, maar ze is er gerust op dat ze ook volgend jaar nog prof is bij dezelfde ploeg. Voor het geld hoeft ze het overigens niet te doen, want daarvan kan ze – zoals zoveel vrouwelijke profs, de toppers daargelaten – bij lange na niet rondkomen.

Verschrikkelijke optimist

Hier en daar wordt er schamper gedaan over haar plek bij Lotto-Soudal. Ze zal dat wel aan haar publicitaire waarde te danken hebben, is de teneur. Moonen, die de nuchterheid zelve is, haalt er de schouders over op. Ongetwijfeld werkt het in haar voordeel dat ze interessant is voor sponsoren, dat geeft ze grif toe, maar ze kan ook heus wel fietsen – zeker voor iemand die nog maar een paar jaar wedstrijden rijdt – en heeft haar draai gevonden in het profpeloton.

‘Ik denk dat ik het van het klimmen en aanvallen moet hebben, maar dat moet ik allemaal nog ontdekken’

“Ik dacht eerst dat de andere rensters zouden denken dat ik alleen maar bij Lotto-Soudal zit vanwege Instagram en zo, en dat was bij sommigen in het begin misschien ook zo, maar inmiddels heb ik wel laten zien dat ik op mijn plek zit. Een tijdje geleden kreeg ik na een koers een compliment van Floortje Mackaij. Ze zei: ‘Jij bent echt veel verbeterd, ga zo door!’ Dat doet me goed, dat ik complimenten krijg van rensters tegen wie ik opkijk. Ik snap het trouwens ook wel als anderen mij met scheve ogen aankijken. Ik word een beetje bij de mensen door de strot geduwd: ik fiets nog niet zo lang, maar ben wel bekender dan veel andere rensters. Maar dat is zoals het is. Ik deel mijn verhaal op Instagram en dat loopt gewoon goed. Dan moet je daar mee doorgaan en je best ervoor doen, een beetje aanvoelen welke foto’s in de smaak vallen en daarop inspelen. Dat is gewoon leuk.”

Het maakt haar ook eigenlijk allemaal niet zoveel uit wat mensen van haar denken. Ze heeft het afgeleerd zich daar druk over te maken. Op de basisschool en middelbare school werd Moonen gepest, maar uiteindelijk kwam ze er sterker uit. “Ik kwam op een punt dat ik dacht: het kan me niets schelen wat mensen denken, ik doe mijn ding en anderen denken daarvan maar wat ze willen. Ik ben een doorzetter en een verschrikkelijke optimist, en die instelling komt me ook in het wielrennen van pas. Ik blijf gewoon proberen en geloof er altijd in dat het goedkomt.”

Afvallen

Het is niet alleen geloven, maar ook werken geblazen. Moonen neemt haar trainingen serieus. Sinds november werkt ze met een trainer en sinds mei met een diëtist. Die laatste schakelde ze in nadat ze in april in een dip belandde. Ze probeerde in de voorbereiding op de koers gewicht te verliezen door minder te eten, maar dat werkte averechts. Ze kwam juist aan en ging minder hard fietsen. Nu probeert ze met haar diëtist op een verantwoorde manier af te vallen.

“Het is de bedoeling dat ik van 57 naar 53 kilogram ga. Veel toprensters hebben een vetpercentage van 20 procent – gemeten met een bodyscan – en ik zat op 28. Ik moet dus nog aardig wat kwijt. Aan de andere kant is het lastig te bepalen waar de grens ligt. Er zijn wielrensters die zo mager zijn dat ze niet meer ongesteld worden, maar dat onderwerp is in het damespeloton taboe, geloof ik.”

Haar trainingsschema’s krijgt ze van twee Britse trainers. Moonen stuurt dagelijks haar SRM-gegevens richting Londen en via een app-groep houden ze voortdurend contact. De trainingen zijn er vooral op gericht haar in het algemeen sterker te maken, want als beginnend wielrenner moet de basis nog flink versterkt worden. Specifieke doelen voor wedstrijden stelt ze dan ook niet, ze probeert vooral de kopvrouwen Elise Delzenne en Lotte Kopecky bij te staan. “Ik probeer constant goed te zijn en elke maand wat sterker te worden. Er moet nog kracht bij en gewicht af. Ik kan niet hetzelfde aantal uren trainen als de doorgewinterde profs, omdat ik nog maar weinig wedstrijden heb gereden. Als ik nu te snel opbouw is een terugslag onvermijdelijk.” Alsnog is de vooruitgang die Moonen de laatste maanden heeft geboekt groot: bij een vermogenstest in december leverde ze op haar omslagpunt 170 watt, bij eenzelfde test in mei zat ze al op 228 watt.

Moonen voert haar trainingen nauwgezet uit, soms doet ze zelfs meer dan de bedoeling is. “Als ik sprintjes moet doen, doe ik vaak van elk setje eentje meer dan er op het schema staat. Ik hoop dat dat ooit nét het verschil gaat maken.”

‘Er zijn wielrensters die zo mager zijn dat ze niet meer ongesteld worden, maar dat onderwerp is in het damespeloton taboe’

Volgen

De lucht betrekt, er naderen buien. Tijd voor een sprintje richting huis, hoewel dat niet de specialiteit van Moonen is. Wat voor type renner ze is, weet ze nog niet precies, maar ze weet wel dat ze geen sprinter is. “Ik ben totaal niet explosief. Ik denk dat ik het van het klimmen en aanvallen moet hebben, maar dat moet ik allemaal nog ontdekken.” Bochten rijden kan ze in ieder geval wel – of juist niet. Zelfs haar vriend Eli Iserbyt, een van de grote beloften van het Vlaamse veldrijden, kan soms niet volgen, gewoonweg omdat ze te hard de bocht in knalt. Ze moet erom lachen als ze het vertelt. “Het is echt zot hoe jij door de bocht gaat, zegt hij dan.”

Wij komen zonder brokken bij huize Moonen. Als ik even later naar huis rijd, bedenk ik dat Pucks wielercarrière in feite nog moet beginnen: nog zo weinig getraind, nog zo weinig gekoerst, nog zo weinig weet van haar mogelijkheden. En als het als wielrenster niet lukt, dan kan ze nog altijd iets anders gaan doen. Er zijn maar weinig mensen die met hun Cito-score bij de beste twintig van het land zitten, met een potlood foto’s kunnen produceren en ook nog eens een hit zijn op Instagram. Ik ga haar toch maar eens volgen, die Puck Moonen.