14 juli 2015 | Erik van Lakerveld

Komt Nibali nog terug in Pyreneeën?

De eerste week van de Tour de France 2015 had al een turbulent verloop met de vele valpartijen en de resulterende gedwongen opgaven van Tom Dumoulin, Tony Martin en Fabian Cancellara. Een teleurstelling was ook het optreden van Vincenzo Nibali, die de slag miste bij de waaiers in Zeeland en zelfs moest lossen op de klim naar Mûr de Bretagne. Betekent dit dat we Nibali moeten schrappen van het lijstje favorieten en wordt de Tour de France 2015 daarmee een strijd tussen Chris Froome, Alberto Contador en Nairo Quintana?

Wij denken dat het heel goed mogelijk is dat Nibali in de Pyreneeën een come-back gaat maken. We zullen dat onderbouwen met berekeningen op basis van ons model dat beschreven is in Het Geheim van Wielrennen.

Analyse van het vermogen van de renners op basis van de openingstijdrit

In ons artikel van vorige week presenteerden we al een analyse van het parcours van de tijdrit in Utrecht en de capaciteiten van Tom Dumoulin. We voorspelden toen dat hij een tijd van 15:14 zou rijden. We zaten er daarmee 10 seconden naast, want Tom reed in werkelijkheid 15:04. Terugkijkend denken we dat deze fout vooral veroorzaakt is door onze aanname dat Tom tien seconden zou verliezen in de bochten. Het parcours bleek zo snel en vloeiend dat de bochtverliezen verwaarloosbaar zullen zijn geweest. Ook was het nog warmer dan we vooraf dachten.

Vandaag gaan we de resultaten van de tijdrit gebruiken om de vorm van de toppers in te schatten en te berekenen welk vermogen ze kunnen trappen. We hebben daartoe de werkelijke resultaten ingevoerd in ons model, zoals de gereden tijd en dus de snelheid en ook gegevens als de temperatuur, de luchtdruk en het gewicht en de lengte van de renners. Omdat de luchtweerstand bij kleinere renners ook iets minder is, hebben we daarvoor gecorrigeerd. De gebruikte gegevens en de belangrijkste resultaten van onze berekeningen staan in de onderstaande 2 tabellen.

De belangrijkste conclusies van deze berekeningen zijn:

  1. De winnaar Rohan Dennis heeft wel de snelste tijd gereden, maar niet het hoogste vermogen geleverd. Fabian Cancellara trapte 23 Watt meer, maar door zijn hogere gewicht en hogere luchtweerstandsfactor leverde dit hem toch niet de overwinning op.
  2. De vier specialisten/tijdrijders Dennis, Martin, Cancellara en Dumoulin hebben topprestaties geleverd met een vermogen van rond de 500 Watt of hoger en een ADV (Anaeroob Drempel Vermogen) van rond de 6 Watt/kg of hoger.
  3. De vijf genoemde klassementsrenners hebben aanmerkelijk lagere vermogens geproduceerd (rond de 400 Watt) en ondanks hun lagere gewicht was ook hun ADV iets lager (rond de 5,8 Watt/kg). Dit duidt er mogelijk op dat ze niet tot het uiterste gegaan zijn.
  4. Van de vijf genoemde klassementsrenners heeft Vincenzo Nibali relatief de beste prestatie geleverd. Met name het feit dat hij relatief de hoogste waarde aan ADV heeft geleverd ( 5,84 Watt/kg) is veelbelovend omdat in de bergen juist de ADV de belangrijkste parameter is die de prestatie bepaalt.

Berekening van mogelijke prestaties van de toppers op de Plateau de Beille

We hebben de bovenstaande resultaten gebruikt om te berekenen wat de klassementsrenners donderdag 16-07 zouden kunnen presteren op de klim naar de Plateau de Beille. We hebben daartoe de gegevens van de klim ingevoerd (lengte 15,8 km, helling 7,9%, hoogteverschil van 545 meter tot 1780 meter). Verder hebben we aangenomen dat de temperatuur 25 0C zal zijn en de luchtdruk 1013 mbar. Vanwege de ijle lucht op de berg, is de ADV van de renners van zeeniveau gecorrigeerd naar een gemiddelde hoogte van 1500 meter. De resultaten staan de in de tabel en grafiek.

De belangrijkste conclusies zijn:

  1. Vincenzo Nibali hoeft zeker nog niet afgeschreven te worden! Hij had bij de tijdrit de hoogste ADV-waarde van de klassementsrenners. In principe zou hij daarom bij de klim naar de Plateau de Beille de hoogste snelheid moeten kunnen rijden en circa 0,5-1,5 minuut moeten kunnen winnen op de overige favorieten.
  2. Nairo Quintana scoort relatief slecht in onze berekening. Dit komt niet alleen omdat zijn ADV aan de lage kant is, maar ook omdat hij erg licht is. Zijn totale vermogen is daarom verreweg het minst en dit geeft ook een klein nadeel met betrekking tot de luchtweerstand. Hij heeft het meeste profijt van hele steile hellingen, boven de 10%.

Kloppen de sommen wel?
Op het eerste gezicht lijken de resultaten nogal vreemd en gaan ze wat tegen de verwachtingen in. Froome is toch dikwijls de sterkste en Nibali moest zelfs al lossen op de Mûr de Bretagne. Hoe zit dat nu?

Het eerste antwoord op deze vragen is dat ons model gebaseerd is op de wetten van de natuurkunde en de fysiologie. Die wetten gelden altijd en overal, dus daar verwachten we geen fouten in. Wel is het zo dat we natuurlijk aannames hebben moeten doen bij het maken van de berekeningen. De volgende zijn de belangrijkste:

  1. Afbeelding 5Het gewicht van de renner
    We hebben daarvoor de data van internet gebruikt. Eventuele afwijkingen kunnen een flink effect hebben. We hebben dat geïllustreerd aan de hand van het gewicht van Nibali, zie de tabel rechts.
  2. Hoe diep zijn de renners gegaan bij de tijdrit?
    Volgens onze gegevens heeft Nibali de hoogste ADV gereden, maar misschien hebben Contador en Froome wel minder risico’s genomen en wat voorzichtiger gereden. Omdat de tijdrit relatief kort is, kan dit ook een behoorlijk effect hebben. Hetzelfde geldt voor het feit dat sommige renners wat explosiever zijn dan anderen, waardoor ze in een korte tijdrit of korte klim wat meer van hun vermogen kunnen mobiliseren dan anderen.
  3. Wat is de vorm van de dag?
    Het kan natuurlijk heel makkelijk zo zijn dat een renner een mindere dag heeft door problemen met (lichte) ziekte, eten e.d. Wellicht is dit de verklaring voor de slechte prestatie van Nibali op de Mûr de Bretagne.

We zijn erg benieuwd naar de prestaties van de toppers op de Plateau de Beille en gaan de resultaten zeker weer nader analyseren! We hopen op die manier steeds beter grip te krijgen op de factoren die de prestaties van de toppers bepalen.

Uiteraard blijft het uiteindelijke resultaat van de Tour onvoorspelbaar, mede door de invloed van de ploegentactiek en de vele onvoorzienbare gebeurtenissen gedurende de 3 juliweken in Frankrijk.

Je kunt de invloed van alle factoren op je eigen prestaties berekenen met onze calculatoren op hetgeheimvanwielrennen.nl. Daar kun je ook ons boek bestellen.

Hans van Dijk, Ron van Megen en Guido Vroemen

Gerelateerd

Geef een reactie

Inloggen