aanmelden
Wachtwoord vergeten

Categorieën

» Fietsen
» Kleding
» Websites
» Column
» Zadeltest
» Actueel
 

Inhalen

25.10.2009
Vanmiddag had ik weer eens zo'n klassiek "vrouw-haalt-man-in-moment".
Voor de context: ik fiets gemiddeld genomen ongeveer het tempo van een zondagse toerfietser. Misschien nog iets langzamer. Ik word regelmatig ingehaald, af en toe gebeurt het dat ik zelf iemand inhaal. Meestal mannen want er zijn nou eenmaal meer mannen op de weg.

Let wel, ik haal eigenlijk nooit een man in tenzij hij domweg te langzaam fietst. Ten eerste vind ik niet dat ik ten opzichte van een man iets te bewijzen heb. Ten tweede, als ik een doorsnee, normaal fietsende man in ga halen met als doel hem opzichtig uit mijn wiel te rijden is er in de meeste gevallen weinig kans dat ik dat lang volhoud, en dan hou ik liever de eer aan mezelf. Dus als ik iemand inhaal is het meestal een treuzelende toerder die met een trapfrequentie van 50 aan zijn fietscomputertje zit te prutsen en even is vergeten op zijn gemiddelde te letten. Wat er dan gebeurt is typisch.

Schuin achter me hoor ik de peddelaar denken: 'Shit. Word ik nou verdomme voorbij gefietst door een VROUW?!' Pretenderend dat het hem niks kan schelen blijft de toerder nog even in hetzelfde tempo doorpeddelen, al prutsend aan zijn tellertje. Maar ondertussen neemt zijn haantjes-instinct een loopje met hem. Je kunt de klok erop gelijk zetten. 60 seconden, dan houdt hij het niet meer. Volgens een geheel voorspelbaar patroon komt hij me na exact een minuut weer voorbij stuiven, in een tempo dat minstens 4 km/u hoger ligt dan wat hij daarvoor al een half uur fietste. Om te laten zien dat hij toch echt! wel! harder! kan! dan! een! vrouw!!

Nou moet ik toegeven dat ik dan ook wel weer zo kinderachtig en irritant ben dat ik in zo'n situatie zo lang mogelijk flink blijf doortrappen om in het wiel te blijven. Ik ben toch potverdorie niet onder de indruk van zijn 'splijtende demarrage'. Al moet ik mijn hartslag ervoor naar de 200 jagen, ik zal zijn wiel houden! Eigenlijk is een vrouw net een soort man.

Lannie Ligthart

 

Afgang

05.04.2009
Doordat ik van maart t/m mei in het buitenland zit heeft mijn fietsseizoen nogal een haperende start dit jaar. Terwijl vriendlief zich in het Hollandse pokkeweer het snot voor de ogen traint zit ik zonder fiets in het zonnige Australië op mijn luie reet wedges met sour cream te eten (de Australische variant van patatje-met). Omdat ik toch niet helemaal ongetraind terug wil komen probeer ik zo nu en dan de MTB van mijn huisgenootje te lenen. Voor uw referentiekader: dit is een fiets in de categorie 'gratis-van-de-buurman-gekregen-eigenlijk-rij-ik-liever-op-die-van-mijn-vriend'.

Hoewel je bij Australië niet meteen aan bergen denkt is Brisbane een ontzettend heuvelachtige stad. Hellingen van 20%+ zijn geen uitzondering. Elke rit is een aaneenschakeling van korte maar heftige klimmetjes.
Dat is best leuk, maar niet op een fiets van 20 kg. Nou ja, eigenlijk weet ik niet hoeveel hij weegt, maar ik schat hem bijna 2x zo zwaar als mijn fiets thuis, en die is met 12 kg al niet de lichtste. En op zo'n fiets door een heuvelige stad valt niet mee. Zelfs in je allerkleinste MTB-verzetje valt het nog niet mee een Australische bult op te ploeteren met zomaar 10 extra kilo's onder je kont.

Vandaag vond ik dat ik aan een uitdaging toe was. Dus ik besloot Mt. Coot-tha op te fietsen. Mt. Coot-tha is een berg (nou ja, heuvel) aan de rand van de stad, vanaf waar je een mooi uitzicht hebt op de skyline van Brisbane. Niet gehinderd door enige voorkennis van het traject ging ik op pad. Halverwege mijn eigen straat realiseerde ik me dat ik een enorme prutserige beginnersfout had gemaakt, namelijk het op het aanrecht laten staan van mijn bidon. Hmm. Ik koop onderweg wel wat. Maar ja, kent u dat? Geen zin om af te stappen? Zonder water of voedsel reed ik aan de voet van de klim voorbij het bordje: 'scenic drive to lookout - 12 km'. Deze informatie negeerde ik en ik begon te klimmen. Helaas voor mij brak precies tijdens mijn klim tegen alle verwachtingen in de zon door en werd het een warme en, dankzij de extra kilo's, bijzonder trage klim. Zo nu en dan werd ik tot mijn frustratie met hoge snelheid voorbij gedarteld door een wielrenner op een elegant slank racefietsje.

Na een minuut of 10 besloot ik dat ik het eigenlijk niet verantwoord vond om zonder water nog kilometers door te rijden en besloot - geheel tegen mijn principes in - om te keren. Ik moet dus constateren dat deze eerste miserabele poging tot het bedwingen van Mt. Coot-tha (hoogte: 244m, afstand: 2.56 km, gem. stijgingspercentage: 10.5%) alleen maar bestempeld kan worden als een enorme afgang. Zeker omdat ik er inmiddels achter ben dat ik er, op het moment dat ik omkeerde, eigenlijk al bijna was. Die 12 km was de totale afstand van een scenic drive langs de lookout en dan met een omweg terug de stad in. Kortom, Mt. Coot-tha is een klimmetje van niks.

Maar ik ben niet voor een gat te vangen. De eerstvolgende keer kom ik boven, water of niet.

Lannie Ligthart

 

Circus

15.01.2009
Onlangs bezochten wij de zesdaagse van Rotterdam. De dag van de finale. Bij binnenkomst bekroop mij meteen het aloude nostalgische circusgevoel. Je komt binnen, scoort een bord junkfood, zoekt een plekje op een oncomfortabele plastic tribunestoel, en het genieten kan beginnen. Grote tent, circusarena, luidsprekers en schijnwerpers. De renners rijden als dressuurpaardjes door de arena. Puntenkoers, afvalrace. En dan komt de grote attractie: de Beer. En de Beer luistert naar de naam Chris Hoy. Sir Chris Hoy, zoals de circus-omroeper niet kon nalaten steeds te benadrukken.

Vorig jaar tijdens de Tour de France las ik een erg vermakelijke column van Thijs Zonneveld over Fabian Cancellara. Over hoe het peloton sidderde als Cancellara zich voorin liet zien. Over hoe spieren als kabeltrossen over zijn hele lichaam liepen. En inderdaad is Cancellara een man met indrukwekkende dijen, die ongetwijfeld zijn medecoureurs doet beven als hij die spieren laat rollen. Maar bij het zien van de Beer zat ik me toch af te vragen of deze column niet eigenlijk met terugwerkende kracht over Chris Hoy ging. Naast spierbundel Hoy lijkt zelfs Cancellara een iel ventje.

Normaal gesproken heb ik helemaal niks met brede, gespierde kerels. Mijn wederhelft heeft meer het postuur van Thomas Dekker, en dat is niet helemaal toeval. Maar om de een of andere reden vind ik gespierde kerels ineens reteinteressant als ze in een regenboogpak op een fiets zitten. Ik werd een beetje moe van mezelf. Ik kwam toch zeker voor de sport, niet om verlekkerd naar gespierde mannenbenen te loeren? Maar om me heen kijkend merkte ik dat de reactie van de mannen in het publiek eigenlijk niet zoveel verschilde van die van mij. Een mengeling van ontzetting en diep ontzag. Zelfs al had je de potentie om hem te verslaan in een sprint (erg onwaarschijnlijk), dan nog zou je het vermoedelijk niet eens durven, uit dom respect voor die spiermassa.

Waar iemand als Lars Boom zijn mederenners intimideert met een angstaanjagende gelaatsuitdrukking imponeert Chris Hoy puur met lichaamsbouw. Totdat hij zijn helm afzet en vriendelijk lacht, en je denkt: is dat alles? Geen bulderende Hulk, gewoon een vriendelijke vent. Met een wat forse bouw. Eigenlijk meer een soort teddybeer. Een teddybeer in een circustent. Maar dan wel eentje die je met 'Sir' dient aan te spreken.

Lannie Ligthart

 

Winterdip

02.01.2009
Het is weer winter. Een koude, natte, gure, strenge, donkere winter.
Om mij heen zie ik verschillende mensen op verschillende wijze met dat feit omgaan.

Sommigen gaan schaatsen. Sommigen storten zich met hart en ziel in de kou en de modder, en crossen zich zonder morren de winter door. Anderen, zoals mijn vriend, raken verveeld en storten zich bij gebrek aan fiets-uren maar op het verkopen van overtollige onderdelen en het aanschaffen van nieuwe, en als het geld dan uiteindelijk echt op is, doden ze hun tijd met het photoshoppen van hun droomfiets. Bij gebrek aan competitie maken ze daar dan ook maar wedstrijdjes van - zie de verscheidene photoshop contests die er al zijn geweest op het fiets-forum de afgelopen maanden.

Bij mij werkt het anders. Alle goede voornemens ten spijt ben ik meer het type van de winterslaap. Ik probeer mijn conditie wel op peil te houden, maar erg best lukken wil dat niet. Qua fitheid heb ik inmiddels een absoluut dieptepunt bereikt.

Niet dat ik het niet geprobeerd heb. Ik heb  van alles geprobeerd. Spinnen ging een tijdje goed, tot mijn sportmaatjes ombeurten begonnen af te haken en ik niet in staat bleek mezelf in mijn eentje door de kou en de regen naar de sportschool te slepen. Tacxen heb ik ook gedaan. Decadent als wij zijn hebben we meteen maar de duurste en hipste tacx aangeschaft die er was, met virtual reality en de hele mikmak, maar hoe hip ook, het kan me niet echt boeien. Binnen fietsen is gewoon NIET LEUK.

Dus toch maar weer naar buiten. Dit heb ik weken weten uit te stellen met de smoes dat ik geen goeie winterkleding had. Mijn laatste buitenfiets-poging (met onvoldoende warme kleding) was ergens in oktober, en resulteerde in zware onderkoeling. Een uur in een heel heet bad had ik nodig om weer bij mijn positieven te komen. Gelukkig was het de weken daarna zulk hondenweer dat ik elke keer wel een excuus had om thuis te blijven. Ineens had ik zeeën van tijd over. Dat beviel eigenlijk uitstekend.

Maar toen kwam de kerst. En met de kerst kwamen de kerstkilo's. Dat was de druppel. Er moest en zou weer gefietst worden, hoe koud ook. Inmiddels was het weer een beetje zonnig, en vol goede moed toog ik naar de fietsenwinkel om winterkleding aan te schaffen. Van top tot teen ingepakt en geisoleerd stapte ik op de fiets.

Helaas. Of het de slechte conditie was, de kou, of gewoon het feit dat ik het niet meer gewend was, ik kwam amper vooruit. En alle warme kleding ten spijt had ik nog steeds een half uur warm bad nodig om weer op temperatuur te komen.

Dus ik ben weer terug bij de tacx. Ik heb alle hippe features uitgezet, trap monotoon de pedalen rond en verdrijf intussen de tijd met het kijken van foute kerstfilms. Eerst maar eens die kerstkont eraf, en hopelijk komt die conditie dan vanzelf wel weer een keer. Ik modder me wel door de winter, maar dan wel zonder modder, en met een warm dak boven mijn hoofd. Moge het maar weer gauw zomer worden.

Lannie Ligthart

 

Kamikaze

23.11.2008
Van kinds af aan ben ik er rotsvast van overtuigd geweest dat ik geen sportgenen bezit. Met gym deed ik mijn uiterste best niet aan de beurt te komen en hoopte ik vurig dat het gauw tijd was. Vanwege mijn niet bijster goede motoriek werd ik sowieso altijd als laatste gekozen, dus dat was ook al niet bevorderlijk voor mijn enthousiasme. De Coopertest was mijn grote nachtmerrie en de sportdag het dieptepunt van het jaar. Toch ben ik nu aan het schrijven voor de fiets-website. Rara, hoe kan dit??

Ik geef het niet graag toe, maar zoals vermoedelijk bij wel meer vrouwen het geval is, werd mijn eerste wielren-ervaring geïnitieerd door een man. We verhuisden naar een stad die op enige afstand lag van mijn vriend z'n werk, waarop hij besloot dat hij voortaan op de racefiets naar zijn werk zou gaan. Het fietsvirus sloeg flink toe, en weldra vroeg hij of ik ook niet een racefiets moest kopen. Zoals gezegd vond ik mezelf nog steeds een totale anti-sporter, dus dat idee klonk me niet direct als muziek in de oren. Maar ja, om een paar trappers rond te draaien hoef je niet zoveel motoriek te hebben dacht ik, dus, vooruit met de geit. Ik vroeg aan een vriendin met racefiets of ik haar fiets een paar weekjes mocht lenen.

De vriendin in kwestie had een racefiets staan van het type 'gratis-af-te-halen-op-marktplaats'. Keihard mannenzadel, buiscommandeurs, zowel binnen- als buitenbanden zeker 20 jaar oud, u kent dat wel. Maar het frame had de juiste maat, de trappers gingen rond en zelfs de versnellingen waren nog redelijk in orde. Dus vriend en ik gingen op pad.

De diepe zit was nogal wennen. Ik had het idee dat ik elk moment voorover over mijn stuur kon rollen. Het eerste wat we tegenkwamen was een drukke rotonde. Voor mijn gevoel was het een regelrechte zelfmoordactie om op deze fiets door de bebouwde kom te rijden, laat staan over zoiets als een rotonde. Let wel: eigenares van deze fiets gebruikte hem in hartje Amsterdam als stadsfiets. Dat had tot gevolg gehad dat ze er een keer in een dronken bui mee de tramrails in was gereden. Helaas stond daardoor de remgreep nu zo scheef dat je vijf minuten van tevoren moest bedenken dat er geremd moest gaan worden, anders was je niet op tijd bij de hendel. 

Kennelijk bezit ik dan misschien geen sport-gen maar wel een kamikaze-gen. Op de een of andere manier ben ik na deze ervaring nooit meer gestopt met fietsen. Inmiddels doe ik dat gelukkig op een iets modernere racefiets, met een iets comfortabeler zadel en een iets beter hanteerbaar stuur. Mensen die mij nog niet zo lang kennen denken waarachtig dat ik sportief ben. Ik denk dat ik ze maar lekker in die waan laat.

Lannie Ligthart
 

Sleutelen

Ik heb een haat-liefdeverhouding met sleutelen aan de fiets. Niets mooier dan helemaal zelf een onderdeeltje aan mijn fiets te vervangen of iets beter af te stellen.
Als het lukt tenminste. Daar zit ‘m echter het pijnpunt: het valt zo vaak tegen. Net als ik die mountainbikepedalen wil vervangen, blijken ze zo muurvast te zitten dat na veel proberen alleen de grootste krachtpatser van de werkplaats ze nog los krijgt. En wanneer ik de avond voor een tocht een paar gloednieuwe Michelin-bandjes wil monteren, blijkt dat een onmogelijke opgave. Uiteindelijk krijgt zelfs drie man sterk het niet voor elkaar die banden over mijn velgen te leggen. Ook het monteren van die nieuwe, ingewikkelde fietscomputer is geen een-twee-drietje. De handleiding is niet zo duidelijk en het kost me al een uur om globaal door te krijgen hoe het moet.
Wanneer het dan tegenvalt, geef ik het al snel op - ik kan het niet! - en voor ik het weet sta ik te kijken hoe mijn man ermee bezig is. Ook hem lukt het niet zo maar, hij moppert soms wat af, maar hij houdt vol, en dan ineens zit het toch zoals het moet. Of hij krijgt dat ene moertje of boutje met zijn surplus aan kracht wel los. Bovendien is hij niet zo voorzichtig en niet bang iets kapot te maken. Intussen blijf ik me de onhandige vrouw voelen.
Het ergste is het als ik onderweg met een technisch mankement krijg te kampen. Zodra er een man naast me komt staan, lijkt het of ik zelfs de simpelste handeling niet meer goed kan uitvoeren. Ik heb ooit gelezen dat vrouwen slechter worden in het oplossen van wiskundesommen als er mannen bij zijn en ik heb een bang vermoeden dat dezelfde hersenkronkel de veroorzaker is van mijn plotselinge onhandigheid. Natuurlijk is die man naast me altijd meer ervaren en dus handiger en voordat ik er goed en wel erg in heb, is het mankement verholpen.
Een enkele keer loopt het anders. Zoals jaren geleden toen ik lekreed op weg naar huis van een woon-werkrit. Terwijl ik bezig was met mijn band werd ik herhaaldelijk aangesproken door passerende wandelaars die mij heel vriendelijk hun hulp aan boden. Twee keer zei ik dat het wel lukte, de derde was vasthoudender en besloot het van me over te nemen. Hij had echter duidelijk minder ervaring met racebandjes en lastige ruime velgen dan ik en hij slaagde er niet in de buitenband er goed om te krijgen. Uiteindelijk moest ik wel zeggen ‘zal ik het doen’, en binnen een minuut lag de band er dan toch op.
Het herhaaldelijk observeren van sleutelende mannen heeft me inmiddels wel één ding geleerd. Ze weten het ook lang niet altijd, het gaat regelmatig niet in één keer goed, maar sleutelen is niet opgeven als het tegenzit en niet bang zijn iets fout te doen. Kortom: ik moet meer oefenen, vooral in geduld en doorzettingsvermogen. En een oproep voor alle handige mannen: help die fietsvrouwen een beetje op weg, maar laat ze daarna vooral zelf aanmodderen. Dan leren ze het tenminste.

Anja Janssen
 

Bang voor de berg

Na een lange reis vind ik mezelf terug in Les Deux Alpes als lid van de Orde van de Oranje Polsband, bestaande uit Rabomedewerkers, -clientèle, -renners en -aanhang. Het gezamenlijke doel: een beklimming van de Alpe d'Huez. De avond voor de grote dag gaan er stoere verhalen over de tafel. Loodzware Dolomietenmarathons, gouden Marmottes,  gewonnen triatlons en andere ontzagwekkende prestaties passeren de revue. Ik word er stil van, met mijn ene beklimming van Courchevel en een aantal keren een Toscaanse vakantieberg die geen naam mocht hebben (en die dan ook niet had). Aangemoedigd door Jan Douwe Kroeske steekt Leontien van Moorsel de deelnemers nog fijn even een hart onder de riem. "Afstappen vind ik zóóóó zwak!", roept ze monter door het restaurant. Hennie Kuiper verhoogt de feestvreugde met "klimmen is nooit leuk, maar als je boven bent, is het wel mooi!" We gaan een fijne dag tegemoet.
Na het ontbijt de volgende ochtend kijk ik nog eens op het routekaartje en word acuut misselijk. Ik ben bang. Bang voor de Berg. In de bus naar de startplaats zoek ik steun bij Keetie van Oosten-Hage. Tweevoudig wereldkampioen op de weg, twintigvoudig Nederlands kampioene en voormalig houdster van het werelduurrecord. Een vrouw met ervaring. Het gesprek komt natuurlijk op de naderende beklimming. Keetie bekent zich te voelen alsof ze op weg is naar een WK; oranje shirtje aan, rugnummer opgespeld en een knoop in de maag van de zenuwen. Zenuwen? Deze wielerheldin met eindeloos veel kilometers in de stevige benen en toch... een lotgenote. Bang voor de berg.
Bij nader inzien is de hele busbevolking nogal stilletjes en zie ik strakke koppen bij aankomst op het startplateau. Veel pers die per helikopter arriveert (zij wel). Kroeske kletst quasi-opgewekt de drie minuten vol die de startgroepen scheidt. Ik zit in groep 6 en moet dus ruim een kwartier de tijd doden.
Arend Glas, bobsleeër van beroep, 110 kilo schoon aan de haak, bovenbenen als boomstammen en de gespierde kont van een 500-meterspecialist, staat naast me. De Rabo-arts heeft deze onderneming voor hem betiteld als een mission impossible en een beetje sportman ziet zo'n uitspraak natuurlijk als een uitdaging. Maar Arend is er volgens mij ook niet gerust op. Hij gaat liever bergaf. Achter de stoere zonnebril lees ik angst in zijn ogen. Volgens mij is hij ook bang. Bang voor de berg. Dan klinkt voor onze groep het startschot en persoonlijk aangemoedigd door Keetie kan ik eindelijk vertrekken.
De eerste bochten zouden het ergst zijn. Na alle verhalen verwacht ik een Redoute van 14 eindeloze kilometers lang, maar na een bocht of vier is er nog steeds geen 'muur' te bekennen. Onverwacht doemt de eerste ravitailleringpost al op. Ik hoef geen volle bidon, ik moet door. Ik ben een Vrouw met een Missie. Feest in de Hollandse bocht. Uit een giga geluidsinstallatie klinken vaderlandse hits en waanzinnig uitgedoste wielerhooligans zingen vrolijk mee. Even versnellen op de maat van een smaakvolle meezinger. De tweede ravitaillering al. Gaat het goed? Ja, het gaat goed. Ik passeer steeds meer deelnemers die in eerdere startgroepen zaten. Vervelend voor hen, bijzonder motiverend voor mij. "Sorry!", roep ik tegen enkelen die van tevoren te kennen hadden gegeven dit moment te vrezen. Het dorp, verwarring bij de rotonde (ik zal toch NU niet verdwalen?), behulpzame toeschouwers met wijzende handen, een stukje dalen (hoera!) en dan de finishlijn in zicht. Nog een sprintje eruit persen, klaar. Ben ik kapot? Welnee. Was het zo erg als ik vreesde? Absoluut niet. Ik kleed me snel om en wacht mijn lotgenoten op. Één voor één druppelen ze binnen in verschillende stadia van uitputting. Natuurlijk heeft de bobsleeër de top bereikt en Keetie verloochent haar Zeeuwse afkomst niet; zij worstelde en kwam boven. Na het aanvullen van de verbruikte koolhydraten volgt de prijsuitreiking en een ietwat genante vertoning wanneer Joop Zoetemelk mij de bolletjestrui probeert aan te trekken. Mevrouw Zoetemelk kleedt zich 's ochtends zelf aan, zoveel is duidelijk. Ik krijg kussen van Kuiper en ben tevreden met mijn tijd van 1 uur en 14 minuten. Wietse van Alten, winnaar bij de topsporters en in het dagelijks leven handboogschutter, heeft de berg in een uurtje bedwongen. Ik overweeg ter plekke te switchen naar intensieve handboogschiettrainingen.
De volgende dag mogen de echte mannen aan de bak. Voordat zij de alp opstormen is er tijd voor een tripje naar 3300 meter waar wij licht in het hoofd van de ijle lucht het traject van onze beklimming bekijken. Een miezerig kronkelweggetje is het, zo vanaf de Pic Blanc gezien. Bang voor de berg? Ikke niet.

Angela van Koningsveld

Foto: Ilona Kamps

 

Winkelen

Wij fietsvrouwen hebben het maar makkelijk. Lekke band? Voor we het weten staan er vier mannen over ons wiel gebogen om de klus te klaren. Afstellen, onderhoud, schoonmaken van de fiets? Ongetwijfeld hebben we een fietsman, fietsbroer, fietsoom of fietsvader in onze omgeving die handig is (of die anders wel doet alsof). Hardrijden op de fiets? Niemand die het van ons verwacht. En wanneer mocht blijken dat we toch aardig meekunnen met de mannen, dan worden we overladen met complimenten. Een klein duwtje hier, een genereus aangeboden achterwiel om in aan te pikken daar, het overkomt een fietsvrouw vaker dan een fietsman.
Het gemak houdt op te bestaan zodra we gaan winkelen. Dan bedoel ik niet het winkelen in de met kleding en schoenen overladen damesafdeling van een warenhuis of winkel. Nee, ik heb het over fietsinkopen doen bij de fietsenspeciaalzaak. Eerst moeten we ervoor zien te zorgen dat we serieus worden genomen door de verkoper – dat kan al een lastige opgave zijn. Vervolgens moeten we nog proberen te vinden wat we zoeken. Want er zijn veel minder racefietsende en mountainbikende vrouwen dan mannen, en dus is het aanbod aan specifieke vrouwenproducten klein.
Terwijl wij die specifieke producten wel nodig hebben. Een mannenshirt of jack zit nogal eens te strak om onze heupen terwijl het flappert rond de taille, en een mannenzadel is meestal te smal, om maar wat te noemen. Vaak hebben de fabrikanten wel een redelijke vrouwenlijn, maar de dealers moeten die spulletjes ook nog inkopen. En als er niet zoveel vraag is, dan zijn ze daar terughoudend in.
Neem een fietsbroek of shirt voor vrouwen, elke dealer heeft wel wat in het rek hangen. De keus valt echter vaak tegen; van het aanbod is nogal eens een groot deel alleen geschikt voor korte fietsritjes op een zomerse dag. Shirtjes met heel korte mouwen en V-hals, erg korte broekjes, strakke bodysuits met een minuscuul achterzakje. Vrouwen rijden blijkbaar niet in regen of kou en als ze op pad gaan, hoeven ze niet veel mee te nemen in hun achterzak, denken de ontwerpers. Wij weten wel beter.
Zo wordt het een stuk lastiger als we een regenjas of warm shirt met lange mouwen zoeken met een vrouwensnit. En als je niet al te groot bent, is het nog moeilijker. Dan zoek je je soms suf naar (winter)handschoenen in een kleinere maat, of een helm, of fietsschoenen. Nu heb ik het nog niet eens gehad over de beperkte keus in de winkel in vrouwenzadels, korter gebouwde frames - veel vrouwen zitten immers graag iets rechter op - complete fietsen met een smal stuur en korte cranks of met een triplegroep die achter ook nog een 28, 29 of 30 als grootste tandwiel heeft voor het soepel beklimmen van de Mont Ventoux.
Nee, dan is het niet zo makkelijk een fietsvrouw te zijn. Het is maar goed dat wij zulke taaie volhouders zijn. Als wij maar blijven vragen naar passende spulletjes, dan komt het goed. Ooit. En blijven fietsen natuurlijk!

Anja Janssen
 
Bikemotion
Bestel Fiets online   Bestel Fiets online
Laatste editie Fiets Magazine

Nu te winnen op www.fiets.nl:
Cervelo Test Team kledingset
Bestel hier de nieuwe Fiets-bewaarband