BLOG: Meedoen op de Fiets
14 mei 2012 | Door Edwin | Geplaatst in Blog Marcel Kruithof, Fietsnieuws, Homepage
In 2004 heeft Marcel Kruithof, toenmalig technische redacteur van Fiets, in onze eigen extreem make over zich in zes maanden voorbereid op de Marmotte. In 2012 is Marcel opnieuw van plan de zware cyclo in de Alpen te gaan rijden. Wekelijks vertelt hij over zijn belevenissen op weg naar 7 juli in: Extreem make over 2.0: 8 jaar en 30 kilo verder:
Ben ik er of ben ik er nog niet. Dat zal de komende tijd de vraag zijn. Want ik zit er dichtbij. Voorlopig is het nog een ‘Nee’, maar ik weet zeker dat het binnenkort een ‘Ja’ zal zijn. Want al was het een ‘illegale tussendoor weging’ na een rit van 150 km met de toer club van de Goudse Ren en Toer Club Excelsior, er stond toch echt 100,0 kg op de weegschaal. De officiële weging van zaterdagochtend was nog 101,4 kg, dus daar hou ik nog maar even aan vast.
Lees Verder
BLOG: Drie Jaargetijden(4)
11 mei 2012 | Door Edwin | Geplaatst in Vier maanden USA
blog: Ronald Jacobs
De Drie Jaargetijden
Ons prachtige plekje onder een fraaie boom aan de Rio Grande , was niet zo slim bedacht. In dit jaargetijde laat de boom zijn zaadjes vallen en het stuifmeel komt in zakken naar beneden. Dat resulteert in een muziekstuk van ritmische tikken op het dak van de camper. Het is tijd dat een goede componist hiermee aan de slag gaat, want er zit niet veel logica in. Het draagt niet bij aan een ontspannen slaap.
De zon piekt door het achterraam. De kleur heeft iets van de herfst. Overal liggen bladeren en gevallen zaadjes. Voor dag en dauw op weg dan maar.
Taos is een stad van niks. Lelijk. Het enige positieve is , je raadt het al, ze hebben een Walmart. Om een einde te maken aan “we hebben geen handdoeken….” verdwijnen er weer een stuk of vier nieuwe, twee pannenlappen en twee theedoeken in het linnenkastje van de RV. Goed, daarna het doel van deze dag, Taos Pueblo.
Taos Pueblo
(pueblo: Spaans voor dorp) staat op de werelderfgoedlijst van Unesco. Het is de oudste continue bewoonde nederzetting van oorspronkelijke Amerikanen. Nu wonen er nog een stuk of vijftig Indianen. Stroom en waterleiding hebben ze er niet. Commercieel zijn ze wel. Om binnen te mogen betaal je $ 10 per persoon en nog eens $ 8 per fotocamera. We gaan mee met een rondleiding, die is op papier gratis, maar feitelijk wordt er een kleine fooi van een paar dollar verwacht. In een klein half uur leren we het nodige over de bloedige geschiedenis en het leven in de pueblo. Ik maak een paar artistiek bedoelde foto’s van gekleurde deuren in het bruine leem. Blijkt tijdens de rondleiding dat er helemaal geen deuren en ramen in de oorspronkelijke huizen zaten. De ingang was via het dak.
Na de rondleiding lopen we nog wat rond en gaan de winkeltjes met Indiaanse producten binnen. Nogal aan de prijs allemaal, net als het ter plekke gebakken brood dat we verorberen. Of is dat nou weer te Nederlands? Het typische Indiaanse brood is wel lekker trouwens, doet een beetje denken aan de smaak en omvang van onze pannenkoeken. Volgens de Indiaanse mevrouw eten zij het bij de soep zonder er iets op. Ingrid kan de kaneel en poedersuiker niet laten staan. Zelf eet ik het met honing.
Meer informatie: http://www.taospueblo.com/
Sneeuw!
Weer in de camper stuurt de TomTom ons door het Carsons National Forrest. Een schitterende weg door de bergen. De route gaat zo hoog dat er nog sneeuw en ijs naast de weg ligt. En als de wereld dichttrekt ook op de weg. Er valt regen en natte sneeuw. Het is een uurtje winter. Eenmaal in de afdaling verbetert het weer en rijden we de blauwe lucht met stapelwolken tegemoet.
Als er nog een kilometer of tien te rijden valt, gaat het een beetje mis. TomTom geeft aan dat we over een weg moeten die niet bestaat en stuurt ons een weg op tussen niets en nergens. De weg wordt smaller en smaller, slechter en slechter om in een zandpad te veranderen. Draaien gaat met ons ruim 8 meter lange huisje niet, dus we besluiten door te zetten. Het geluk is met ons en het pad sluit weer aan op een asfaltweg.
Bij de hoofdweg staat een bord, RV park 13 mijl. Daar maar heen dan. Het wordt tijd om het bord kapot te zagen en op te stoken, want het park is dicht en gras staat er een meter hoog. Gelukkig is er nog een ander park aan het stuwmeer waar we vlak bij zijn. Door dan maar. We passeren de ingang van een State Park, maar nemen niet de tijd om daar een goed op het bord te kijken. Het RV park blijkt open, maar fraai is het niet. Een passant vertelt ons dat er in het State Park een camping is. Na wat twijfel, wagen we de gok. Een voltreffer. Dat zie je alleen in boekjes. Een prachtig meer, wij lleen met één campeerder op een onmetelijk terrein. En, de zon schijnt. Het voelt een beetje als voorjaar.
El Vado Lake State Park op 2100 meter hoogte
Pas op de plaats na vrieskoude nacht
De plek waar we staan is verrukkelijk…. 360 graden rondom alleen maar ruimte, vergezichten, blauw water, bergen. We zijn helemaal alleen. Gisteravond wilden we na een soepje en een broodje nog even de ranger van het park bezoeken, maar die was er niet. Toen maar een envelopje met stageld in het bakje gedaan. We besluiten om vroeg ons bed in te duiken om nog effe naar het wild te kijken, want er zijn ontelbare sporen. Onderweg naar deze plek zien we een elk (soort hert) en kalkoenen. Het wildspotten heeft geen lang leven, want we tollen van de slaap. Dan wordt Ingrid midden in de nacht wakker van de kou. Niet gewoon koud, vrieskou. De camper isoleert voor geen meter. Is het warm buiten, dan is het warm binnen, is het koud buiten, nou dan raad je het al. Uit het vooronder haal ik een extra deken en een paar dekbedhoezen mee. Daarna nog een kopje pepermunt thee en de wereld is weer okay. ’s Ochtends blijkt zelfs de waterslang bevroren. Bij de eerste zonnestralen hervat hij zijn dienst.
Huiswerk
We besluiten om vandaag maar eens ‘thuis’ te blijven en rustig aan te doen. Tijd om mijn blog en foto’s bij te werken. Het is een schilderachtige plek, dus het is geen straf.
El Vado State Park New Mexico naar Durango, Colorado
Met pijn in ons hart verlaten we ons plekje aan het water. We rijden een paar mijl naar de doorgaande weg. Het is nog lekker vroeg en ja hoor daar staat een groep reeën gulzig langs de kant te knabbelen en nemen ons nieuwsgierig op als we stoppen. Ook allerlei woestijnmuizen rennen voor onze banden uit als we verder rijden. Wild genoeg zo ’s ochtends vroeg. Richting de grens met Colorado, verandert het landschap met de mijl. En met het landschap ook de ranches. Hier zie je ze, zoals in films: prachtige landhuizen met veranda’s en witte hekken. Je ruikt en ziet dat er nog tot voor kort veel sneeuw heeft gelegen. Onderweg stoppen we voor een lekkere kop koffie met een muffin bij een bakkerij annex koffiehuisje. We slaan meteen een aantal broden in. Ze zijn lekker stevig gebakken net als thuis en dat hebben we toch een beetje gemist. Buiten schijnt een voorjaarszonnetjes en we zien de mensen hier lopen in korte broeken t-shirts en dat op zo’n 1500 meter hoogte. Iedereen is relaxed, het is een mooi zonnig stadje, niks niet meer rommelig, stoffig en vaak armoedig zoals in New Mexico en Texas. Hier in zuid Colorado is alles fris en schoon. Zoals voorgenomen rijden we vandaag niet meer dan 150 mijl en zijn tegen 12.00 uur in Durango (14.000 inwoners). De stad en omgeving is een eldorado voor mountainbikers, wandelaars, wildwatersporters, die in typische westernlandschappen en in oude mijnwerkersnederzetting zijn geïnteresseerd.
Roet
Dichtbij is een relatief begrip hier in de VS. Dat blijkt als we op de kaart zien dat er een RV camping is vlakbij waar er mountainbike trails beginnen: United Campground aan de Animas rivier. De camping biedt internet. Helaas bij inchecken blijkt dat de wifi defect is. Er is alleen internet in de bibliotheek in downtown Durango. Wij weten inmiddels dat Starbucks the place is to be als het om koffie en internet gaat. Bovendien zijn ze op zondag open. Morgen dus maar.
Een enorm kabaal en een verstikkende rook. We schrikken als we vanuit onze camping stoeltjes kennis maken met een grote publiekstrekker: de Durango & Silverton Narrow Gauge Railroad train, die over een 72 km lange bergroute naar de vroegere mijnbouwstad Silverton rijdt. Op het sinds 1882 continu gebruikte smalspoor (pal achter onze camper dus!!!) rijdt een heuse stoomlocomotief met gerestaureerde wagons. Een enorme zwarte rook blaast ons bijna van ons campingstoeltje we moeten het roet van ons gezicht afvegen. Afijn dat hoort bij een beetje bij Durango zullen we maar zeggen.
On the trails
In Durango lijkt outdoor sport bij het leven te horen. In het niet al te grote stadje hoest het winkels met outdoor gear. Skies, bergsport, hiken en gelukkig veel mountainbikes. Al vanuit de stad beginnen de trails. En daar zijn er ontelbare van. In alle soorten en maten en voor ieder niveau mountainbiker. Althans dat zeggen ze. Het is niet waar. Althans niet naar Nederlandse maatstaven. Er bestaan geen vlakke meters. Het gaat of omhoog of omlaag. In alle trails zitten technische hindernissen. Niet allemaal even spannend voor gemiddelde en gevorderde bikers, maar voor beginners vermoedelijk al snel too much.
Voor Durango begrippen zijn we nogal vroeg in het seizoen. Op de hoge bergen ligt nog sneeuw, vertelt de aardige gast in een moutainbikeshop waar we een routekaart kopen. Veel routes zijn nog ontoegankelijk, maar toch hebben we geluk. Normaal is het in deze tijd van het jaar niet zo’n prachtig weer en ligt er nog veel meer sneeuw. Dat komt omdat Durango op 1988 meter ligt en de zomer vroeg is dit jaar. Gesterkt met de nodige adviezen ga ik de trail op. Als start het Horse Gulch Telegraph Trail System ten oosten van de stad. Amerikanen lijken te zijn geboren met een ingebouwd kompas, want ze praten steevast in windrichtingen als ze het over een route hebben. Als ik het over een windrichting heb, kun je beter niet achter me gaan fietsen, maar dat terzijde.
De eerste halve kilometer op de trail vraag ik mij af waar ik aan begonnen ben. Ik knuts van dikke kei naar dikke kei. Voordat ik ga twijfelen versmalt het pad tot een echte singletrail en wordt hij ook prima begaanbaar. Volgens advies blijf ik de bordjes met Telegraph Trail volgen. De naam van de trail is al snel duidelijk. Oude palen waar de telegraafdraden aan hebben gezeten staan nog verweerd en schuin in het landschap. Het pad kronkelt de berg omhoog. Afwisselend vrij stevig en dan weer gemoedelijk. Zo af en toe is er een kleine technische uitdaging in de vorm van wat ongelukkig liggende rotsblokjes of krap uitgevallen haarspeldbochten. Met het stijgen van de hoogtemeters worden de met sneeuw bedekte toppen van de omliggende bergreuzen beter zichtbaar. Dat soort panorama’s maken mij altijd weer gelukkig. Eenmaal boven rij ik van trail naar trail. De namen nodigen uit om er heen te gaan. Sidewinder-, Big Canyon- en Cowboy Trail schieten onder de wielen van mijn eigen Specialized Stumpjumper 29-er door. Het rijden gaat echt veel beter dan met mijn bike met 26 inch wielen. De € 200 enkele reis heb ik er graag voor over. Op de South Rim Trail is mijn band lek. Normaal geen echt probleem, want een binnenband is snel vervangen. Maar mijn nieuwe pomp blijkt niet goed te werken. Na een minuut of twintig prullen, komt de redding. Denk ik. Er komt een biker voorbij met een pomp. Maar die werkt nog minder dan de mijne. Dus mijn pomp uit elkaar gesloopt. En opnieuw in elkaar gezet. Blijkt er een rubber aan de binnenzijde verkeerd gemonteerd. Blij verder. Totdat, juist een tweede lekke band. Deze keer loopt hij maar langzaam leeg. Dus zo snel mogelijk retour naar de camper. Af en toe pompen en dan weer rijden, brengt mij veilig terug.
Colorado trail
Met een nieuwe binnenband in het zadeltasje is het tijd voor mijn tweede tour. Een kilometer of acht over de verharde weg en dan de beroemde Colorado Trail op. Die trail is één lange singletrack die, zoals de naam al doet vermoeden de staat Colorado doorkruist. Ik prijs mij gelukkig dat ik er een stuk van fietsen kan fietsen. Mijn deel volgt eerst het stroomgebied van de Junction Creek. Dat gaat over een smalle strook met af en toe diepe kloven en onverwachte hindernissen in de vorm van stukken rots, krappe bochten of een afgekalfde zijkant. Naar links in de diepte kijken is niet aan te raden voor de stuurvastheid. Het oog vooruit is het devies. Als na de nodige kilometers een klein brugje de oversteek over Junction Creek mogelijk maakt is dat het signaal voor nog steviger klimmen over soms erg krappe maar neembare haarspeldbochten. Als ik eindelijk bij de afsteker naar Hoffheins Connect kom, schrik ik van de tijd die nodig is geweest om zo ver te komen. De zon geeft signalen dat hij het over een uurtje of twee voor gezien gaat houden. Goede raad is duur. Wat doe ik? Doorgaan of omdraaien. Een blik op de trailkaart, een korte overpeinzing en het besluit is daar. Omdraaien want je wilt echt niet in het stikkedonker moederziel alleen op deze trail vast komen te zitten. En onderaan de berg ligt nog een leuk trailnetwerkje dat Dalla mtb Park heet. Ook niet slecht.
De afdaling terug naar de ‘trailhead’ zoals de Amerikanen de start van een trail noemen is een en al fun. De soms lastige beklimming is nu een kronkelende afdaling met een hoog cruise gehalte. Het gezonde verstand gebruiken blijft nodig, want over de rand duikelen zal op veel plaatsen niet goed bevallen.
Eenmaal in het Dalla mtb park kom ik Rob tegen. Spreek Rob uit met een zwaar Amerikaans accent want dat doet hij zelf ook. Rob is een local die vertelt dat op de dag dat hij zijn snowboard voor de laatste keer gebruikt het tijd is om met de mountainbike de trails op te gaan. Een lichte vorm van jaloezie maakt zich van mij meester. Sommige mensen wonen op precies de juiste plek. Voor onze wegen zich scheiden nodigt Rob mij nog uit om die avond met zijn buddy’s mee te gaan naar de kroeg om te gaan poolbiljarten. Helaas moet ik afhaken. En wel om twee goede redenen. Ten eerste kan ik net zo goed stijldansen als poolbiljarten, niet dus. En ten tweede slaat Ingrid mij met een biljartkeu in mijn nek als ik niet voor het donker bij de camper ben.
Met pijn in het hart neem ik afscheid van Durango. Het is een coole plek om als mountainbiker een tijdje door te brengen op de schier oneindige trails. Troost is er ook, Monument Valley roept.
Internet Durango: http://www.durango.org/
Mountainbike in Durango: http://www.trails.com/activity.aspx?area=14172
BLOG: Niet te vroeg juichen
7 mei 2012 | Door Edwin | Geplaatst in Blog Marcel Kruithof, Fietsnieuws, Homepage
In 2004 heeft Marcel Kruithof, toenmalig technische redacteur van Fiets, in onze eigen extreem make over zich in zes maanden voorbereid op de Marmotte. In 2012 is Marcel opnieuw van plan de zware cyclo in de Alpen te gaan rijden. Wekelijks vertelt hij over zijn belevenissen op weg naar 7 juli in: Extreem make over 2.0: 8 jaar en 30 kilo verder:
Oké, het doel is in zicht. Maar hoeveel schepen zijn er niet bij het zien van de haven vergaan? Hoeveel wedstrijden gaan er niet in de laatste secondes verloren. Nee, te vroeg juichen daar moet ik niet aan doen. Natuurlijk ben ik al trots op wat ik in het de laatste vier maanden heb bereikt. Toen ik in januari met deze blog begon woog in nog 129 kilo. ‘Slechts’ 19 blogs later zijn dat er bijna 27 minder. Een schitterend resultaat natuurlijk. Iets wat ik in mijn stoutste dromen niet had durven denken. Maar toch wil je altijd meer.
BLOG: Ranch (3)
4 mei 2012 | Door Edwin | Geplaatst in Vier maanden USA
(Blog Ronald Jacobs)
Ranch
Tijd om verder te trekken. Big Bend verlaten we via Study Butte (wie verzint zo’n naam?). Onderweg naar Marfa, ons doel voor vandaag, zien we de ene ranch na de andere. Bij het woord ranch gaan de gedachten al snel naar royaal uitgevallen wit omheinde optrekken met een veranda en een schommelstoel. Vaker is het tegenstelde waar. Een grote camper of caravan met een dakje erboven. Armoe troef dus. Landschappelijk is Texas hier zoals we het ons hadden voorgesteld als we aan het woord prairie denken. Uitgestrekte vlakke stukken droog land met her en der een koe. Meestal klopt dat beeld niet en liggen er heuvels en bergjes in het landschap. Het is voorjaar en dat betekent dat het relatief groen is. Nou is groen een relatief begrip. Als je beleving van groen begint bij beige, is het hier echt wel groen. Anders is het gewoon droog en dor.
De Tom Tom geeft aan dat we 138 mijl (220 km) rechtdoor moeten. Die route bepalen is een makkie, want in het hele stuk ligt geen enkele zijweg. Ook dat is Texas, eindeloze wegen, vaak kaasrecht, zonder verkeer van betekenis.
In het stadje Alpine is het tijd om de tank met benzine te vullen. Hij is nog maar voor 1/8 vol. Dat duurt even, want er kan honderdtachtig liter bij. Hoeveel zegt u? Inderdaad 180 liter. Dat betekent evenveel dollars afrekenen. Nou kost die omgerekend € 0,75 per liter, dus duur is de benzine niet. Na een volle tank is het tijd voor een volle koelkast. Dus op naar de supermarkt in het zeldzaam ongezellige stadje (2300 inwoners).
Om de een of andere reden hebben wij wel een traktatie verdient. Een Chinees restaurant biedt ‘all you can eat’ voor $8,- per persoon. De kwaliteit van het restaurant ‘Chez Ingrid à la RV’ is beter, maar een keer zondigen met ijs en andere toetjes en niet te hoeven koken, is prima.
Met een (te) volle buik volgen we de laatste 35 km naar het stadje Marfa. Op een RV-park in aanbouw vinden we een plekje. Naast onze camper staat een oude Chevrolet uit een film met Humpfrey Bogart met kogelgaten in de ramen. Cool! Een stukje verderop ligt de oude ingang van een mijn. Overdag komt hier met regelmaat een trein voorbij. En dan zo’n Amerikaanse met drie locomotieven gevolgd door meer dan 1,5 km (niet overdreven) wagons. Volgens het spoorwegwet moeten ze bij steden geluidssignalen geven. En net als alles in de States zijn die Big. De eerste keer val je spontaan uit je stoel omdat je denkt dat er een Boeing 747 naast je neerstort.
Lichtbollen
De reden waarom we in dit vergeten stuk land zijn gestopt is vanwege de Marfa lights. De mysterieuze lichtbollen verschijnen zo af en toe boven de woestijn. Dat ze bestaan is duidelijk, maar wat het zijn weet geen mens. Dus na zonsondergang, naar het parkeerterrein een paar mijlen terug, waar het allemaal te doen is.
Wij gaan niet bij de meute zitten (een man of 20) maar klappen onze stoeltjes uit voor de camper. Met een drankje in het donker zien de ontelbare sterren aan het firmament er nog veel indrukwekkender uit. Behalve mysterieuze koplampen van vertrekkende en inparkerende auto’s, zijn er spannende lichten te zien. Om 23.00 uur terug naar de camping. Een kop pepermuntthee dient als opwarmertje, want het koelt stevig af hier in de dessert.
Marfa naar Guadalupe Mountains
We worden langzaam gewoontemensen. Klokslag 07.30 uur wakker. Als de zon langzaam opkomt boven de eindeloze vlakte zitten we buiten. Met een vest en capuchon over ons hoofd en warme koffie is onze handen, is de damp van onze adem duidelijk zichtbaar. Dat duurt niet lang want binnen een kwartier schiet de temperatuur omhoog van te koud, naar lekker voorjaar. Met de schoenen naar binnen is not done op deze RV-plek. De bodem ligt bezaaid met kleine bolletjes vol scherpe dorentjes. Die wil je echt niet in je blote voeten hebben. Die stukken venijn zijn zelfs een fakier te machtig.
Fort Davis
Eerste stop is Fort Davis, genoemd naar Jefferson Davis, gesticht in 1854. Hij was de man die als minister van Oorlog, kamelen in Texas introduceerde. Het fort staat dramatisch met zijn rug naar een vulkanische rots toe genaamd sleeping lion mountain. In het fort is het leven van de late negentiende eeuwse frontsoldaten tentoongesteld. We lopen door de originele gebouwen uit de dagen dat de soldaten te paard de huifkarren en postkoetsen begeleiden. We lopen er rond, nemen nog plaats op de veranda van het huis van de commander en zijn familie. Het huis is nog geheel origineel ingericht. Je krijgt echt het gevoel terug te zijn in die tijd, eind 1800.
Voor de geschiedenisfreaks: http://www.fortdavis.com/
Mc Donalds Observatory
Aan de schitterende highway 118 (een smalle weg door de Davids Mountains) ligt het Mc Donalds Observatory met een paar van de grootste telescopen van de wereld. De planeten, de zon en andere sterren worden bestudeerd door ontelbare geleerden uit alle delen van de wereld. In een twee uur durende presentatie en rondleiding inclusief busrit worden alle in- en outs vertelt. Heel interessant.
Tijdens de presentatie keken we life naar uitbarstingen op de zon. Heel indrukwekkend allemaal.
Voor de astonomen onder ons: http://mcdonaldobservatory.org/
Voor de fietsers is hier een mooie, maar pittige ronde te fietsen. 77 mijl bijna 2000 hoogtemeters.
Na de bergen volgt er weer zo’n kaarsrechte Texaanse weg en een stuk Interstate (de echte snelwegen van Amerika). Als laatste, 88 km over Highway 54. Die afstand is interessant omdat al vanaf het begin de Guadalupe Mountains duidelijk te zien zijn. Zo helder is de lucht. Ter vergelijking dat je vanuit Eindhoven de Pietersberg in Maastricht ziet liggen. We passeren onderweg het bord dat aankondigt: Mountain time. Onze klok moet een uurtje terug.
Pine Spings is ons doel van vandaag. Deze State camping kost slechts € 8,- per nacht. Daarvoor krijg je een prima plek met picknicktafel, watervoorziening en toiletfaciliteiten. En, voor de camper beginnen de hikingtrails. Wat wil een mens nog meer? Fietsroutes, maar dat blijkt verboden. Een boek dat ik in Nederland heb gelezen gaf aan dat je hier kon mountainbiken. Geen schijn van kans!
Nu merken we echt wat zo’n camper allemaal kan. Als de generator loopt hebben we 110 volt stroom. De geiser levert warm water om af te wassen en te douchen (geen stortbad, maar toch prima). Als we willen kunnen de airco en de magnetron ook nog een aan. Pure luxe in de vrije natuur!
Naar de top van Guadalupe mountain
Na een koude, winderige nacht, worden we om half zeven locale tijd (mountain time) gewekt door het af en aan rijden van auto’s. Kinderen worden uitgeladen. Al kijkend vanuit ons slaapvertrek zien we verschillende ‘pietamientjes’ inclusief wandelstok ongeduldig wachten totdat ze mogen starten. De meesten dragen groene petjes of t-shirts en rugzakken. Het is een schoolreisje en ze staan te trappelen van ongeduld. Na een ontbijtje op bed, schieten wij ook in onze wandelkleren, het is slechts tien stappen lopen naar het begin van de routes. Er starten hier vier wandeltochten, wij besluiten de 2667 meter hoge Guadelope Peak trail te lopen. Een rotsachtige, inspannende tocht van 13,5 kilometer en 1000 hoogtemeters. Deze Peak is tevens de hoogste berg van Texas. En we willen altijd naar het hoogste punt met de fiets en nu dus ook te voet. Het foldertje waarschuwt dat we minstens een gallon (3,8 liter) water mee moeten nemen op een hete dag. Aangezien we om half negen starten en we op het heetst van de dag terug komen, besluiten we onze drinkzakken te vullen met ruim twee liter water. Met nog de nodige powerbars op zak moet het ons lukken. De hele tocht gaat over smalle rotsachtige paadjes en langs diepe afgronden. Dit is het gebied waar de Apache indianen hebben geleefd en hun vee lieten grazen. Zo rond 1850 zijn ze verjaagd, zogenaamd omdat ze niets moesten hebben van de pioniers. Volgens mij gaat integratie net andersom en past de nieuwkomer zich aan. Ook is dit gebied bekend vanwege de vele fossielen die hier nog steeds worden gevonden. Miljoenen jaren terug was dit alles zee, vandaar dat er in de lagere gebieden nog heel veel zoutvlaktes liggen.
Knieën op slot en een zonnig humeur
De stenen zijn ongelijk en het stijgingspercentage is hier en daar flink, maar met het uitzicht links en rechts is dat laatste snel vergeten. We bereiken zonder enige moeite, na iets minder dan 7 kilometer, de top. Het is er winderig en het verre uitzicht is schitterend. Een fotootje maken en dan weer naar beneden. Ook hier halen we Amerikanen in en steeds weer dezelfde vraag hoe het met ons gaat, en waar we vandaan komen.
Meer informatie over Guadalupe National Park: http://www.nps.gov/gumo/index.htm
Guadalupe Mountains naar Alamogordo
De nacht was onrustig. Niet vanwege amoureuze verwikkelingen, maar door een heftige (zand)storm. De camper schudde op zijn wielen en de ramen stonden bol in de sponningen. Tel daarbij op een temperatuur waarbij een gebreide borstrok verplicht zou moeten zijn. Vrieskou dus.
Ik sliep zoals altijd de slaap der onschuldigen, maar daar weet Ingrid wel raad mee. Omdat volgens een bekende Nederlandse filosoof “ieder nadeel zijn voordeel heb” stonden we vroeg op en scheurden we richting het Nationale Park White Sands in New Mexico. De kortste weg voert ons door El Paso, waar je alleen al vanwege de naam doorheen wilt rijden. Bij die naam krijgen we visioenen van ‘Once upon a time in the west’ of een spaghetti western. Nou deze keer is de werkelijkheid een stuk beroerder. Wie een lelijkere stad kan vinden, heeft recht op een medaille. De weg erheen had al een waarschuwing moeten zijn. Die is in zo’n deplorabele staat dat de broodrooster bijna door het dakraampje van de RV naar buiten springt. Ook wordt iedereen die de stad binnen rijdt door de Border Patrol (grenspolitie) gecontroleerd. Wij ook, maar dat zijn we in de buurt van de Mexicaanse grens inmiddels wel gewend.
Nou heeft iedere stad natuurlijk wel één lichtpuntje. En die hebben we gevonden, restaurant Ranchers, waar je voor € 5,- per persoon onbeperkt soep en salade kunt eten, en dat van een geweldige verse kwaliteit. Kort na El Paso rijden we de staat New Mexico binnen, door haar bewoners liever the land of enchantment genoemd.
White Sands National Monument New Mexico
Rond de klok van twee rijden we White Sands National Monument binnen. In het visitorscentrum krijgen we een informatieve videofilm te zien. Met een oppervlakte van 780 km² is het de grootste gipswoestijn ter wereld. Op de spierwitte duinen groeien alleen op sommige plaatsen woestijngrassen en yucca’s. Het mooist zijn de duinen als er helemaal niets op groeit en het spel van licht en schaduw zijn werk kan doen. Dat is natuurlijk het allermooist in de ochtend en de avond. Maar dat maken wij helaas niet mee. Toch is het ook nu genieten geblazen. Er is een 10 km lange doodlopende weg in het park aangelegd van waaruit veel moois te zien is. Er wordt door dagjesmensen gerecreëerd, zonder dat het echt vol is. Ze glijden op sleetjes naar beneden alsof ze in de sneeuw aan het spelen zijn. Of ze gebruiken – net als wij – een van de vele overdekte picknicktafels die bescherming geven tegen de onbarmhartig stralende zon. We hebben een paar uurtjes vertier in het witte zand.
Minder fraai is het feit dat het natuurpark ligt ingeklemd in de White Sands Missile Range. Dit enorme militaire complex overheerst hier alles. Als ze een nieuw (nucleair) wapensysteem willen testen, komt alles hier tot stilstand. En dat gemiddeld twee keer per week, een uur tot twee uur. Zelfs de snelweg en het natuurpark worden dan afgesloten. De militaire basis heeft al een lange geschiedenis want in de Tweede Wereld Oorlog is hier de allereerste atoombom getest die later is gebruikt in Hiroshima en Nawasaki.
In een kwartiertje tijd leggen we het laatste stukje af naar Alamorgordo om op het veruit ongezelligste RV-park tot nu toe terecht te komen. Maar ook hier heeft ieder nadeel zijn voordeel; het ligt naast de Wal Mart, en daar moeten we morgen toch zijn.
Informatie over White Sands National Park: http://www.nps.gov/whsa/index.htm
Alamogordo naar Santa Fe
Het besluiten het wat rustiger aan te doen. We voegen de daad bij het woord en gaan naar het ruimtevaartmuseum. Uiteraard na een bezoek aan de Walmart, want een dag niet naar de Walmart, is een dag niet geleefd. Een kar vol boodschappen verdwijnt in de RV. Dan naar het museum met Imax bioscoop. Best leuk, al kan het natuurlijk niet tippen aan Cape Canaveral in Florida waar we vorig jaar waren. Stom toevallig krijgen we ook hier de film voorgeschoteld die we in Florida al hadden gezien. Niet erg want de film gaat over de reparaties aan ruimtetelescoop Hubble, en is ook voor de tweede keer de moeite waard.
Informatie ruimtevaartmuseum: www.nmspacemuseum.org
Van ons voornemen om na een mijl of honderd de RV rust te gunnen komt niets terecht. Heel ongewoon, er zijn geen RV-camping sites. Dus toch ongewild in één ruk door naar Sante Fe.
Als de weg de reis is, klopt dat hier. Prachtig is het. Ruig, kaal, met schitterende bergen rondom de oneindige vlakte waarover wij rijden. En die bergen nemen allerlei kleuren aan. Van beige tot donker rood. Het is genieten met een hoofletter G.
Op de uitgezochte camping is het niet mogelijk om zelf in te schrijven. Heel on Amerikaans. Dus naar de volgende. Die ligt een stukje buiten de stad op een heuvel.
’s Nachts wordt het koud. Heel koud. Alles wat dienst kan doen als deken wordt gebruikt. Met een trui aan en een muts op worden we wakker. Pas dan leren we het gebruik van de kachel. Want behalve koelen kan de airco ook verwarmen. Stelletje sukkels!
Santa Fe per bike
De hoogste tijd om weer eens wat aan beweging te gaan doen. Fietsen van het rek en op naar Down Town Santa Fe. Volgens de uitbaatster van de camping is er een systeem van ‘trails’ die naar het centrum leiden. De moeilijkheid is vooral om daar op te komen. Via een rustige weg die min of meer parallel loopt aan Interstate 25 sluiten we aan op een systeem van kronkelende paden bestemd voor wandelaars en fietsers. Duidelijk is het allemaal niet, want routeborden zoals wij die kennen zijn hier onbekend. Op iedere splitsing of kruising is het dus een beetje gokken. Het lukt om zonder al te veel problemen in het centrum te komen. In alle reisboeken wordt er hoog opgegeven over de authentieke adobe gebouwen. Computerfreaks denken bij Adobe natuurlijk meteen aan het programma Adobe Reader. Mensen met meer historisch inzicht weten dat adobe een bouwstijl is waarbij de muren van huizen uit een mix van leem en stro worden gemaakt. Eerst worden er een soort bakstenen gevormd die in de zon worden gedroogd. Nadat de muren zijn gemaakt komt daar nog een glad gestreken laag overheen. De balken van de plafonds steken vaak karakteristiek buiten het gebouw uit. Gemiddeld eens per jaar moet de deklaag worden hersteld en opnieuw worden aangebracht.
De Plaza is het hart van downdown Santa Fe en daar is het te doen. Het is duidelijk nog geen hoogseizoen want de sfeer is relaxed. Er speelt een bandje met rustige muziek en bijzondere types van allerlei pluimage schuifelen rond. ‘Artiesten’ schilderen de gebouwen rond de Plaza. Nou dat kan Ingrid tien keer beter. Alle historische gebouwen zijn een museum, een eetgelegenheid of een winkeltje. Gewoon het bekende toeristengedoe dus… Op de een of andere manier roept de naam Santa Fe bij ons het beeld op van stoffige straten uit een spaghetti Western met Lee Van Cleef in de hoofdrol en dan in het Duits na gesynchroniseerd. Zo van “Hé dad, hier mit die Kanone”. Maar niets van dat alles. Alles keurig netjes. Conclusie van het bezoek aan downtown Santa Fe: “bin there, seen it, done it”.
We besluiten de kortste weg terug te fietsen. Dat is kicken. We rijden over highways van het formaat A2. Het zijn zelfs officiële fietsroutes. Fietsen doe we op ‘the shoulder’, zeg maar de vluchtstrook. Niemand die dat gek vindt. Sterker nog als we bij en uitvoegstrook rechtdoor moeten, geven alle automobilisten ons ruim baan.
Met 48 kilometer op de teller, staan we weer bij de RV
Santa Fe naar Taos
Grote kloof, kleine kloof
Lekker op tijd vertrokken en dus een hele dag voor ons. Niet al te ver buiten Santa Fe verandert het landschap ingrijpend. De grote droge badkuip met kaarsrechte wegen verandert in bergachtig met kronkelende wegen met meer groen. Na een tijdje pikken we een oude bekende op, de Rio Grande. In Texas nog de grens met Mexico, hier stroomt hij midden door de staat. De 120 km leggen we snel af. De camper vindt een plaats in de Orilla Verde Recreation Area, beheerd door het ministerie van Landmanagement. Voor slechts $ 7,50 staan we op een wonderschone plek aan de Rio Grande. Eigenlijk is de prijs dubbel zo hoog, maar onze jaarkaart voor de Nationale Parken geeft de 50% discount. Je zou denken dat het hier storm loopt, maar niets van dat alles, samen met minder dan een handjevol jongeren van een jeugdkamp zijn we solo. Bij het bezoekerscentrum krijgen we uitgebreide informatie over de streek en jawel, de fietsmogelijkheden. De Rim Trail spreekt meteen aan en na de lunch gaan we op de pedalen. De eerste 12 kilometer gaan lekker glooiend stroomopwaarts op en af over een asfaltweggetje langs de Rio Grande. Dan uit het niets een vette klim over een breed, maar onverhard pad. Door het remmen van auto’s is het wegdek verandert in een eindeloos wasbord. De 200 steile hoogtemeters rollen wat moeizaam onder de wielen door. Boven begint de echte trail. Over een singletrack door laag struikgewas gaan we naar de ‘rim’, de rand dus. Ingrid heeft er niet meer zo veel zin in en besluit om te draaien. Verdwalen is niet mogelijk want er is maar één weg terug. Hoewel dat nogal ongewoon voor mij is, ga ik alleen verder. Na een kilometer verandert het pad in een jeeptrack, met her en der wat rotsen en stenen, bochten en kleine dipjes en klimmetjes. Niets om ongerust van te worden. De omgeving lijkt vlak met op afstand een paar stevige bergen. Schijn bedriegt. Het pad draait namelijk af naar de rand van een enorme diepe en vrij brede kloof. In ontelbare jaren door de Rio Grande in het landschap uitgesleten. In de diepte zie ik twee gekleurde drijvende objecten. Pas al ik door mijn telelens kijk zie ik dat het flinke rafts zijn. Het is een spectaculaire omgeving, de diepe kloof met zijn bochten, ruig afgesleten wanden en op de achtergrond een paar bergen waarvan de toppen nog met sneeuw zijn bedekt. Een rare gewaarwording, want waar ik sta is het bloody hot. Gelukkig heb ik volle bidons met water, want in lucht met 0% vochtigheid merk je niet eens dat je uitdroogt. En daar heb ik deze reis al ervaring mee zoals bekend.
Als een jong veulen dat na een winter in de stal de wei in mag, cross ik verder. Als de trail na 26 kilometer bij een reusachtige brug over de kloof eindigt, draai ik om. Niet erg om dezelfde weg terug te moeten, want vreemd genoeg ziet die er op de een of andere manier nog indrukwekkender uit.
Terug bij de RV heeft Ingrid al de voorbereidingen getroffen voor een heerlijke maaltijd. En ze klaagt over het afwasmiddel. Ze krijgt er kloofjes van in haar handen. Heel veel kloofjes. Klopt de wereld toch weer een beetje. Ingrid de kleine kloof ik de grote.
Het bekijken van de foto’s is een waar feest en tevreden stappen we in ons bed. We verwachten een koude nacht. Mis. In de luwte van de canyon blijft de warmte beter hangen.
BLOG: Het doel is in zicht
30 april 2012 | Door Edwin | Geplaatst in Blog Marcel Kruithof
In 2004 heeft Marcel Kruithof, toenmalig technische redacteur van Fiets, in onze eigen extreem make over zich in zes maanden voorbereid op de Marmotte. In 2012 is Marcel opnieuw van plan de zware cyclo in de Alpen te gaan rijden. Wekelijks vertelt hij over zijn belevenissen op weg naar 7 juli in: Extreem make over 2.0: 8 jaar en 30 kilo verder:
Gaan week van fiets hoogtepunten deze week. Wat een drama weer. Sinds mijn laatste uurtje in de regen tijdens de Amstel Gold Race ben ik niet meer op gestapt. Regen, voorspelde regen, hagel, wind, onweer, alleen maar narigheid buiten. En zoals vorige week al gemeld, fiets ik eigenlijk niet meer buiten wanneer de hemel huilt. Sommige ‘fietsvrienden’ vinden dat doetjes gedrag, maar ik schaam me er niet voor.
Ik fiets niet als het regent, er hevige regen wordt voorspeld of de buienradar aankomende regenval voorspeld. Dat maakt het fietsleven er in april niet gemakkelijker op. Ik fiets de laatste tijd meer binnen dan buiten. Iets dat niet goed is vooral voor het duurvermogen. Maar of ik me daarover zorgen maak? Daar is mijn antwoord resoluut op. Nee. Niet meer en niet minder. Want ook al staat de 7de juli 2012 met rood in de agenda, de Marmotte is, zoals al eerder geschreven, een onderdeel om mijn doel te bereiken.
Natuurlijk hoop ik dat ik 7 juli in een blakende vorm aan het vertrek sta in Bourg-d’Oisans. Het op opnieuw rijden van de Marmotte staat echter in het teken van genieten. Dat is iets wat ik in 2004 totaal niet heb gedaan. Met oogkleppen op ben ik op de 3e juli toen door het Franse landschap gereden. Onderweg heb ik niks anders gezien dat het smeltende asfalt voor me en af en toe een
verdwaalde fietser die me moed in sprak. Ten minste zo is het in mijn herinnering. Natuurlijk reden er toen ook duizenden mensen mee, en zijn er maar weinig stukken waar je echt alleen fietst, maar niet in mijn gedachte.
Op de plek waar ik het in 2004 het zwaarste had, het ‘tussenstuk’ na de afdaling van de Col du Télégraphe en de echte klim van de Galibier, heb ik dan ook al mijn voorzorgsmaatregelen genomen. Vanaf zaterdag 7 juli heb ik daar een huisje gehuurd voor de week na de Marmotte. Mocht ik het daar al niet meer zien zitten, kan ik gewoon het huisje in en daarna een duik nemen in het zwembad. Alleen deze gedachte stelt mij al gerust. Natuurlijk weet ik ook wel, dat als ik eenmaal op de fiets zit, dan wil ik de rit afmaken. Zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Maar niets moet alles mag. Ik heb een ander doel!
Misschien wordt het grootste probleem wel dat ik mijn doel al heb bereikt voor de 7de juli. Ik heb de dubbele cijfers nu namelijk echt al in het zicht. Met nog tien weken te gaan staat de weegschaal namelijk nog maar 2,2 kilo verwijdert van de dubbele cijfers. Hoewel mijn sportvastencoach Allard overtuigd was dat het mogelijk was om voor de Marmotte al onder de 100 te wegen, heb ik dat lang niet willen geloven. Maar nu kan ook ik er niet echt meer omheen. Met minder dan 100 kilo aan de start staan, moet mogelijk zijn. Ik juich alleen niet te vroeg, als meervoudig afvaller weet ik dat dit juist heel gevaarlijk is. Daarom wil ik ook nog niet nadenken over een eventueel volgend doel.
Ik weet uiteraard ook wel dat als ik straks 100 kilo weeg, ik nog steeds niet licht ben. Dat zal ik waarschijnlijk ook wel nooit worden. Maar ik heb dan mijn doel bereikt. Dat is waar het om draait. En dat tijdens de Marmotte elke kilo minder mooi meegenomen is, weet ik ook. Maar de Marmotte is geen doel, maar een middel om mijn doel te bereiken. Tussen mij en mijn doel staat nog ‘slechts’ 2,2 kilo. Maar die 2,2 kilo moet ik eerst verslaan, voordat ik ook maar ergens anders over na wil denken!
Lees VerderBLOG: The hanging judge (2)
28 april 2012 | Door Edwin | Geplaatst in Vier maanden USA
Vier maanden USA met de camper én de fiets (blog Ronald Jacobs)
The hanging judge
We gaan naar Big Bend National Parc. Niet helemaal, want de afstand van 450 mijl (720 km) is met een camper echt te ver om nog prettig te zijn. We komen tot Marathon toch nog steeds ruim 350 mijl (560 km). Op de kaart lijkt het heel wat, maar het is niet meer dan een gehucht met een paar huizen. Hier ervaren we voor het eerst dat Texas echt leeg is. In de binnenlanden is niets. Alleen ruimte.
De route is prachtig. Naarmate we verder komen wordt het landschap steeds droger en ruiger. We genieten iedere meter. Onderweg gaan we nog even langs bij de oude saloon van de beroemde cowboyheld judge Roy Bean, the hanging judge is een onderwerp in veel westerns. Roy had een levenslange liefde voor de actrice Lilly Langtry. Hij heeft haar nooit ontmoet. Toen hij net dood was, bezocht de actrice de saloon annex rechtszaal van Roy. Je kunt tenslotte niet altijd geluk hebben.
Voor de liefhebbers: http://nl.wikipedia.org/wiki/Roy_Bean
Happy in the Dessert
Als ik dit schrijf zit ik naast de camper op een kaal stuk grond bij een motel. Objectief gezien zou je het kunnen beschrijven als drie, nee vijf keer niets. Toch voelt het heel anders. De bergjes rond ons, de ruigheid, het western gevoel, het geluk hier te mogen zijn, maken dat ik mij hier meer thuis voel dan in het mooiste vijf sterren hotel in Amsterdam om maar eens een zijstraat te noemen.
Tijdens het ontbijt komen we samen tot de conclusie dat dat het tempo van ons rondreizen, zeg maar, racen is. Terugschakelen is de opdracht. Tijd nemen om meer te genieten. We voegen de woord bij de daad en rijden in tempo ‘hoogbejaard’ naar Rio Grande Village in Nationaal Park Big Bend. Nou impliceert village dat er wat is. Nou een benzinepomp, een winkeltje dat ook meteen de receptie voor de 20 RV’s en tenten is, kun je toch niet met droge ogen een village noemen. Niet dat we dat erg vinden, integendeel. Het geeft het genieten van de rust en de magnifieke omgeving iets exclusiefs.
De route van ca. 80 mijl hier heen is een groot genieten. Dwars door het ruige, bijna onwerkelijke woestijnlandschap. Het is zo perfect dat het niet echt lijkt, aangelegd zelfs. En alsof Walt Disney himself het heeft bedacht.
De naam Big Bend dankt het park aan de enorme bocht die de grensrivier de Rio Grande hier maakt. De Spanjaarden noemden het Despoblado, leeg land. Dat hadden we zelf niet beter kunnen bedenken. Aan de andere kant is leeg een relatief begrip. Er gaat een rijke fauna en flora verscholen achter de kennelijke monotoonheid. We hebben dan ook nog eens geluk. Veel planten en cactussen staan in bloei, en dat doen ze maar een paar weken per jaar. En bergen met pieken tot 2400 meter zie je toch ook niet over het hoofd. Warm wordt het wel in de middag. Voor de middelbaren onder ons, de hier levende handelaar in runderen, Don Milton Faver, heeft model gestaan voor de eens populaire westernserie Rawhide. Dus vermoedelijk eten we vanavond bonen (beans). Deze laatste wordt alleen begrepen door de adepten van de serie.
In de tijd van de dinosaurussen was het voor mensen hier ook gevaarlijk, maar dan vanuit de lucht. Hier leefde de Gargantuan Pterosaur een vliegend reptiel met een spanwijdte van 15,5 meter. Bijna twee keer zo groot als onze camper. Er zijn in de park nog resten gevonden, die we hebben bekeken.
Beginner
We besluiten om eerst een rustige fietstocht te maken naar de Boquillas Canyon. Vanuit onze ‘village’ RV park leidt een 15 kilometer lange golvende asfaltweg ons er naartoe. We vertrekken vroeg, dan zijn we de warmte voor. Vannacht heeft het enorm geonweerd, de eerste regen in maanden. Het gevolg is een kraakheldere lucht. Als we bij het begin van het wandelpad zijn, dat ons naar de canyon brengt, ontdekken we dat we het fietsslot zijn vergeten. Dus slepen we de fietsen een eindje omhoog en leggen ze in een kuil. Hopelijk liggen ze er straks nog. Via een rotsachtig pad lopen we verder richting de Rio Grande rivier. Aan de overkant ligt Mexico. Een Mexicaanse man zingt ons toe, hij heeft aan de Amerikaanse kant, onze kant dus, busjes neergezet waar we geld in mogen doen. Ook verkoopt ie wat prullaria. Als we dat zouden kopen dan hangt ons een grote geldboete boven het hoofd, geregeld staan er borden, met waarschuwingen. Ook border control via helikopters en checkpoints zijn we tot nu toe ook geregeld onderweg tegen gekomen. Even terug nu naar die Mexicaan. Voor The Voice hoeft ie zich niet op te geven, want het klinkt gewoon vals. Door de steile rotswanden galmt het geluid met ons mee, we zingen zijn deuntje mee, met andere teksten weliswaar. We wandelen verder de kloof in, eten een meegebracht boterhammetje met peanutbutter. Al etend kijken we tegen de enorme wand aan die de Rio Grande in vroeger tijden hier heeft uitgesleten. Als we weer terug de canyon uitlopen komt er een groep dikke Amerikanen ons tegemoet gepuft. Ze hebben de fietsen ongemoeid gelaten, hoe kan het ook anders.
Met wat pijn in het hart laat ik Ingrid onder ‘haar’ boom bij de camper achter. De trail roept als een sirene naar Odysseus. Het is het warmste moment van de dag en de thermometer wijst in Fahrenheit het equivalent van 34 graden aan. Maar met ‘slechts’ ongeveer 65 km voor de boeg kan dat het probleem niet zijn. Twee volle bidons meenemen dan maar. En natuurlijk de fotorugzak. Die heb ik nog nooit gewogen, maar dik tien kilo is het zeker. Na een kilometer of 6 over de verharde weg gaat het linksaf de dirt road op. Die heet River Road East. Het is om te beginnen één lang wasbord. Niet echt prettig voor de billen, maar hij rolt niet slecht. Tenminste de eerste kilometers niet. Dan verandert de trail geleidelijk. Steeds meer grind waar de wielen zo lekker in wegzakken. Steeds is er een beetje meer energie nodig om vooruit te komen. Ook begint de weg langzaam te klimmen. Toch voel ik mij ontzettend happy. Een volwassen man die op zijn mountainbike door een woestijnlandschap mag raggen dat een landschapsarchitect niet mooier aan had kunnen leggen. Gelukkig heb ik een computer op mijn fiets, anders had ik gedacht dat ik al veel eerder bij de afslag naar de Glenn Spring Road had moeten zijn. De 15,5 km had ik volgens mijn benen al 10 km geleden afgelegd. Glenn Spring moet een sadist zijn geweest. Anders was deze road vast niet naar hem genoemd. Venijnige klimmetjes en kilometerslang diepe gravel. Recht vooruit ligt de 2301 m hoge Casa Grande met daarnaast Pummel Peak (2018 meter). Hoe ik ook mijn best doe, Pummel komt maar niet dichterbij. Wat wel dichter bij komt is het einde van mijn watervoorraad. Met nog een halve bidon te gaan, is het tijd om te rantsoeneren. Dat is schrikken, want nog meer dan de helft van de tocht ligt nog voor de wielen. Op de volgende bult komen de zorgen opzetten. De weg slingert oneindig in de verte en in de hoogte. De zon brandt onbarmhartig en het woord schaduw is hier onbekend. Ik ploeter verder. Af en toe schiet er een koude rilling door mijn lijf en komt er een licht zweverig gevoel opzetten. Dat is niet goed. Helemaal niet goed. Toch maar gaan drinken dus? Wat is wijsheid? Iedere mijl een klein slokje is het besluit. Maar één mijl duurt lang als de computer snelheden onder de 10 km per uur aangeeft. Niet opgeven, niet opgeven, trappen, trappen, trappen motiveer ik mijzelf. Bij de weg naar Juniper Canyon een kleine pauze. Nog 10 km naar de hoofdweg. Als je hier neervalt hoef je voorlopig niet op hulp te rekenen. Deze dirtroads worden door geen toerist gebruikt. Het is wachten op een ranger. Aan het einde van mijn latijn kom ik bij de hoofdweg aan. Nog 34 km terug. Gelukkig weet ik dat de weg op het laatste stukje na alleen vals plat naar beneden loopt. Maar dan helpt de wind weer niet mee. Die staat vol in het gezicht. Rustig trappend en enigszins gekoeld door de wind bereik ik Rio Grande Village.
Twee blikjes cola en een galon water (3,8 liter) later, komen de krachten een beetje terug. Op de een af andere manier heb ik tocht het gevoel een beetje door het oog van de naald te zijn gekropen. MET DE WOESTIJN VALT NIET TE SPOTTEN. Ook niet als je veel fietservaring hebt. Zo’n beginnersfout had ik nooit mogen maken!
Rondje door het park
We ontbijten onder een boom,vergezeld van een viertal javelinas, die afstammen van de tapirs. Thuis noemen we dat zwijntjes, maar dat klinkt een stuk minder charmant.
Om wat van de uitdroging te bekomen besluiten we om een rondje met de RV door het park te maken. Onderweg het ene uitzichtpunt na het andere. Allemaal even mooi. Het weer is wel iets minder dan gisteren. Het is niet veel minder warm, maar wel veel bewolkter en dat drukt de oneindige kleurschakeringen die de bergen hebben een beetje. De Scenic Drive loopt dood bij de Rio Grande, daar waar de rivier met oneindig geduld een reusachtige berg door midden heeft gekliefd. De nauwe doorgang luistert naar de naam Santa Elena Canyon.
Na te hebben genoten rijden we weer terug. Op de soms steile klimmen schakelt de automaat soms terug en komt er een indrukwekkende brom uit het vooronder. Hij geeft geen krimp en slingert het niet geringe gewicht van de RV iedere keer zonder problemen tot boven aan de klim. Terug op het RV-camp hebben we toch iets meer dan 200 km afgelegd. Gewoon een rondje door nog minder dan de helft van het park. Hoezo groot…..
Er verdwijnen weer een paar dollars in de wasmachine en wasdroger om een tas vol was schoon te krijgen. Onderwijl zitten wij te internetten, dat hebben ze dan weer wel in the middle of nowhere
Wie meer wil weten over Big Bend:
http://www.nps.gov/bibe
De fiets informatie vind je op:
http://www.nps.gov/bibe/planyourvisit/biking.htm
BLOG: 4 Maanden USA (1)
23 april 2012 | Door Edwin | Geplaatst in Vier maanden USA
Vier maanden USA met de camper én de fiets
Blog Ronald Jacobs
Een lang gekoesterde droom is begonnen. Vier maanden gaan mijn meisje Ingrid en ik door de westelijke staten van Amerika reizen. En als wij op reis gaan, hoort de fiets tot onze standaard bagage. Rodrick de Munnik, de hoofdredacteur van FIETS, vroeg of wij een blog bij willen houden om onze belevenissen met de lezers van FIETS te delen. Dat doen wij graag.
Met het vliegtuig naar de plaats van bestemming betekent één fiets meenemen. Dat kost een bak met geld, maar dan weet je tenminste dat je een fijne fiets bij je hebt. De keus welke fiets mee te nemen op deze reis is niet zo moeilijk. Met de mountainbike kun je zonder problemen ook op de weg fietsen, dus die verdwenen in de fietsdozen.
Op Schiphol moeten we de € 400,- voor het meenemen van de fietsen nog betalen. Vanaf dat moment start ‘Murphy’s Law’. De al wat oudere vrouw achter de betaalbalie van United maakt er een zooitje van. Het duurt in en uit, ze typt met één vinger en maakt zuchtend, kreunend en mopperend kenbaar dat ze niet met het computersysteem overweg kan. Zij is het prototype waar werkgevers aan denken als ze een 55-plussers in dienst willen nemen, of liever vooral niet in dienst gaan nemen. Als dan eindelijk de instapkaarten kreunend uit de printer rollen, heb ik een voorgevoel dat er iets niet klopt. En dat voorgevoel heeft gelijk. Ingrid is verworden tot Mevrouw Koster echtgenote van Jacobs en ze vliegt heel ergens anders heen. In onze computerwizard komt een excuus niet op. Er zijn ten slotte vandaag twee Jacobsen die vliegen. Wat mokkend komen er nieuwe boardingpasses. Probleem opgelost.
Naar Chicago vliegen is een makkie. We zitten goed en de bijna acht uur vliegen letterlijk om. Volgens onze informatie hebben we anderhalf uur om over te stappen. De rij bij ‘immigration’ is enorm en het gaat zoals altijd in de States tergend langzaam. Gelukkig klopt onze info niet en is er een uur meer tijd. Een opluchting, het lukt ons om langs emigration te komen, onze fietsen en bagage op te halen, ongeschonden langs de douane te glippen, de bagage weer in te leveren, met het railsysteem naar een andere vertrekhal te scheuren, door lange gangen te lopen en op tijd in het volgende vliegtuig te zitten. Al bijna op de startbaan, draait de piloot om. Te weinig brandstof om een stukje om te mogen vliegen langs wat slecht weer af. Dus terug naar de gate, wachten op een tankauto, tanken en een uur later staan we weer op de startbaan.
In Dallas / Fort Worth blijkt dat er een tas is achter gebleven. De man van United beloofd dat die naar het hotel wordt gebracht. Wij naar de shuttle. Na een half uurtje komt het busje van Holiday Inn. Met veel moeite passen de fietsdozen erin. Al onderweg komen we er achter dat we niet in de juiste bus zitten. Er gaat namelijk helemaal geen shuttle naar ‘onze’ Holiday Inn Express. Foutje van onze reisagent. Er wordt voor ons een taxi besteld. Moet een busje zijn, anders kunnen de fietsen niet mee. Drie kwartiertje later komt het busje voorrijden. Volgens mij hebben wij een taxichauffeur zonder rijbewijs getroffen. Hij bakt er niet veel van.
Duizelig van vermoeidheid komen we in het hotel aan. Toch moeten we nog een paar uurtjes doorbijten. Vanuit het hotel waar we nu zitten, gaat er namelijk helemaal geen transfer naar de camper verhuurder. Het is wel duidelijk, we zitten absoluut in het verkeerde hotel. Dus de nodige mails verstuurd om e.e.a. in gang te zetten. De contactpersoon van onze reisagent in Amerika doet namelijk ook niets, behalve adviezen geven die wij zelf ook hadden bedacht.
Diep in de nacht komt mijn tas aan. Weer een zorg minder.
Na de mails komt er een telefoontje van onze reisagent met de oplossing die we al in gang hebben gezet. Neem een taxi naar het juiste Holiday Inn, zorg dat je daar om 07.30 uur bent, dan haalt een shuttle je op en brengt naar de camperverhuurder. Overigens geeft onze contactpersoon bij Travelhome ruiterlijk toe dat zij de fout hebben gemaakt. Daar hou ik van. Gewoon toegeven als er iets mis gaat. En ik begrijp het eigenlijk ook nog wel een beetje. Er zijn vijf Holiday Inn’s Express met dezelfde naam. Na letterlijk twee uurtjes slaap kreunen we naar het ontbijt.
Na een typisch Amerikaans calorie rijk hotelontbijt staat stipt om 07.00 uur de taxi gereed. Na de pannenkoekjes met siroop, eieren, en havermout zitten we met een mega koffie op de highway. Na een kilometer of dertig komen we op tijd bij het transfer hotel aan. Daar komt een nieuwe taxi die ons weer vijftig kilometer naar het verhuurbedrijf brengt.
Daar staat de camper klaar. We hebben via internet al onze gegevens al doorgegeven, dus het papierwerk gaat lekker snel. Ook de uitleg over alle aansluitingen en voorzieningen duurt niet al te lang. Twee winkelwagentjes vol beddengoed, kleerhangertjes, potten en pannen en andere spulletjes krijgen een plekje in het Recreational Vehicle of RV zoals de Amerikanen een camper noemen.
Achterop hangt een fiks fietsenrek waar we onze fietsen ophangen nadat ze in elkaar zijn gezet. De fietsdozen zet ik achter de winkel zoals opgedragen door de mevrouw die ons helpt.
Code Black
Volgende actie is naar de Walmart een keten van de mega supermarkten. Niet erg om naar binnen te gaan, want het lijkt erop dat het gaat regenen. We schokken bijna drie uurtjes door de winkel op zoek naar dingen om de koelkast en de voorraad kastjes te vullen. Als we nog even naar de diepvriesproducten willen, mag dat niet, we worden naar het midden van de winkel gedirigeerd. “Code zwart” wordt omgeroepen. Dat betekent dat er een tornado op komst is. Het wordt inderdaad pik zwart buiten. We horen donder en bliksem. Na een half uurtje is het voorbij. Tijd om af te rekenen. $ 350, dat halen we thuis niet iedere week.
Op het nieuws horen we dat er 650 huizen zijn verwoest en auto’s als speelgoed door de lucht zijn gevlogen. Er zijn geen doden gevallen, wel de nodige gewonden. Ja, we zijn in tornadogebied, dat is duidelijk.
Ik rij nog even terug naar het verhuurbedrijf omdat ik zeker wil zijn dat ze mijn fietsdozen binnen hebben gezet. Dat hebben ze gedaan, wel heel erg binnen, in een vuilcontainer. Zwaar beschadigt en kletsnat haal ik ze daar weer uit. Over en maand of vier ga ik ze wel repareren. Nu maar niet te druk over maken.
Twintig kilometer naar het noorden ligt een aardig RV-park. Daar sluiten we voor de eerste keer de camper aan op een zogenoemde ‘full hook’. Dat betekent dat de RV wordt aangesloten op water, riool en elektra. Het wordt dan een echt klein huisje met satelliet TV, airco en magnetron. De overige apparaten werken ook zonder elektriciteitsnet. Een flinke koelkast en diepvries, warm en koud stromend water, licht zijn altijd paraat. Dat is toch geen kamperen meer. En dat is maar goed ook ….
Longhorns
Om te acclimatiseren gaan we als echte toeristen naar The Stockyards samen met twee musea dé attractie van Forth Worth. Hier komt een stukje Amerikaanse geschiedenis tot leven. Een wijk waar de sfeer van ‘How the West was won’ is vastgehouden. Dat is althans de bedoeling, maar de gebouwen zijn verworden tot Hamburgertenten en wat te opdringerig uitgedoste winkeltjes met allerhande cowboy prulifinario. Bijvoorbeeld een hele rij John Wayne attributen, cowboyhoeden en ander gedoe. De plaquettes in de grond moeten doen denken aan de walk of fame in Hollywood. In dit geval dan the Cowboy walk of fame.
Buiten drijft een groepje cowboys koeien met horens tot 1,8 meter spanwijdte, de Longhorns, door de straten. Die koeien weten precies wat er van ze wordt verwacht en ze schuifelen gedwee tussen de paarden en maken hun tweemaal daagse rondje. De Amerikanen vinden het prachtig. Het is net te nep. Voor hen komen ‘the good old days’, weer tot leven. Toen kon je nog gewoon met een dikke colt op je heup door de wijk banjeren en her en der een outlaw neerknallen. Wij zijn geloof ik wat te nuchter voor dit soort vermaak. Wat mij betreft tijd voor de buitengebieden en de fiets.
We willen eindelijk de natuur in, dus zetten we koers naar The Hill Country, een heuvelachtig gebied ten westen van Austin (de hoofdstad Van Texas en de woonplaats van Lance Amstrong). Uit informatie op een fietssite blijkt dat er vanuit Fredericksburg een mooie tocht is te rijden. Dus niet gedraald en het kompas eerst maar eens richting zuiden gezet. Dan zeggen ze dat Texas leeg is. Nou niet op de Interstate (het hoofd snelwegennet) tussen Dallas en Austin, want het is flink druk. Zo af en toe zelfs een heuse file.
Zijn wij gewend op weg naar de bergen met hoge snelheid over de Duitse Autobahn te scheuren, dat laat je hier wel uit je nek. Niet alleen vanwege de lage toegestane maximum snelheid van ongeveer 110 km per uur en de dikke boetes bij overtreding. Nee veel meer de enorme dorst van onze ruim acht meter lange RV. Die drinkt zo’n liter per 4 of hooguit 5 km. Daar moet je in Nederland toch niet aan denken, iedere 5 km € 1,80 armer. Gelukkig kost de loodvrije plus benzine hier ‘maar’ € 0,75.
Bedankt voor die bloemen
Bij de Toeristeninformatie van Fredricksburg hebben ze een map vol fietsroutes. Die zijn ook te vinden op de site van CycleTexas. http://cycletexas.com/. Ik kies de Willow City Loop uit. Die gaat dwars door het gebied waar de prairies in bloei staan. http://cycletexas.com/routes/willow_loop.php
Eerst even de twee extra miles naar Fredericksburg, want daar is de start op de Marktplaz. Al snel draai ik een binnenweg op. Die gaat onophoudelijk op en neer en dat blijft de rest van de dag ook zo. Sommige klimmen zijn wat langer en pijnigen de jetlag-kuiten. Dat doet pijn, maar toch zit ik letterlijk te zingen op de fiets. De panorama’s worden steeds mooier. Het toch wat saaie Texaanse landschap tot nu toe, krijgt een totaal andere dimensie. De velden met paarse , rode, gele en witte veldbloemen zijn soms gewoon wat onwerkelijk. Dat weten de Amerikanen ook en die tref ik in behoorlijke aantallen. Per Harley, dikke auto of ander dingen met wielen en een motor. Fietsers none. Gek, want dit is nog wel de achtertuin van Lance Armstrong. En je weet hoe sterk die is geworden. Een goede reden om er een tandje bij te schakelen. Gekke term is dat eigenlijk een tandje bij schakelen, want in feite schakel je naar en tandwiel met minder tanden. Enfin, genoeg gezeverd.
De velden worden steeds uitbundiger. Wat wel raar is, is dat er overal borden staan met No Trespassing, verboden toegang dus. Zelfs een strook zand is afgezet met borden No Parking. De reden ontgaat mij totaal. De stukken grond van de farmers zijn immens. Waarom is het dan erg dat er iemand drie meter op loopt. Geen idee, maar voor Texanen is andermans grond heilig. Om niet als eigenwijze Nederlander door de eerste beste Hill Billy met een schotgun naar de eeuwige jachtvelden geblazen te worden, blijf ik keurig op de weg.
De laatste tien mijl doen toch nog pijn en ik vind het niet erg om bij de camper op een stoeltje met een glaasje fris met een tevreden gevoel terug te denken aan 61 mijl (bijna 100 km) en op een haar na 1000 hoogtemeters.
Wie georganiseerd naar de Hill Country zou willen kijkt op: http://www.usafietstours.com/fietstours_in_amerika/wildflowers/
GPS bestand Willow City loop 61 mijl
BLOG: Balanceren
23 april 2012 | Door Edwin | Geplaatst in Blog Marcel Kruithof, Fietsnieuws, Homepage
In 2004 heeft Marcel Kruithof, toenmalig technische redacteur van Fiets, in onze eigen extreem make over zich in zes maanden voorbereid op de Marmotte. In 2012 is Marcel opnieuw van plan de zware cyclo in de Alpen te gaan rijden. Wekelijks vertelt hij over zijn belevenissen op weg naar 7 juli in: Extreem make over 2.0: 8 jaar en 30 kilo verder:
Topvorm is balanceren tussen vorm en ziek zijn. Doordat je conditioneel op je hoogtepunt bent, is je weerstand lager en ben je sneller vatbaar voor allerlei virussen. Blijkbaar was ik vorige week zaterdag in topvorm, want de twee dagen voor de tocht voelde ik het al aankomen. Zondag was nog redelijk door te komen, maar maandag was ik echt stront verkouden. Met flink want gesnotter, verstopte holtes en een bak aan medicijnen was het de eerste dagen deze week dan ook niet echt genieten.
Verkouden zijn is iets wat ik de laatste jaren ook niet meer echt had mee gemaakt. Er zitten namelijk ook voordelen aan het hebben een ruime vetlaag. Allerlei ziektevirussen kun je daar prima in opslaan. In huis met twee kleine kinderen is dat best makkelijk. Terwijl vrienden en collega’s om mij heen met kinderen het ene na het andere virus van hun kinderen oppikken, sloeg ik dat gewoon in mijn vetlaag op. Naast het bijna nooit koud hebben was dat een van de grotere voordelen.
Nu ik ruim 30 kilo kwijt ben merk ik niet alleen dat ik het systematisch koud heb, ik pik ook elk virusje mee dat langskomt. Na schijtvasten was dat deze week dus een snottervirus. Echt slecht kwam dat overigens niet uit. Als je deze week af en toe naar buiten hebt gekeken, zag het er meestal niet echt aantrekkelijk uit. Met enige regelmaat kwam het met bakken uit de hemel, terwijl de temperatuur ook niet echt aantrekkelijk was. Nadat de verkoudheid was verminderd was het dan ook niet de Rose Xenon waar ik op kroop, maar de RPM-fiets in de sportschool.
Ook de komende twee weken ziet het er naar uit dat ik meer tijd in sportschool Den Edel door zal brengen dan buiten op de Rose Xenon. Het weer lijkt momenteel meer op herfst dan op voorjaar. En fietsen in de regen dat doe ik in principe niet meer. Meer tijd op de sportschool heeft echter ook voordelen. Want deze week heb ik weer ontdekt, dat je body pump beter met regelmaat kunt doen. Ruim tweeëneenhalve week niet de rest van je lijf trainen, resulteert in een behoorlijke hoeveelheid spierpijn. Ook al denk je namelijk dat je op de fiets al de beenspieren traint, na een serie goede diepe squads onder de bezielende leiding van Mariolein Schulenklopper, weet je zeker dat er nog ongetrainde spieren blijken te zijn. Zelfs een uurtje RPM daarna om je spieren los te rijden helpt daartegen niet.
Gelukkig regent het komende week en zal ik dus geen bodypump les overslaan. Zo hoop ik de spierpijn die ik nu nog steeds voel, niet weer te krijgen. Hopelijk zijn de RPM-uurtjes die ik daarbij ook nog kan maken, genoeg om de huidige vorm vast te houden. Uit mijn ervaring de afgelopen maanden weet ik wel dat dit genoeg sport uren zijn om nog wat gewicht te verliezen, waardoor de magische 100 kilo grens steeds dichter bijkomt. Als de temperaturen dan uiteindelijk wel gaan stijgen, het droog wordt en de zon echt wil gaan schijnen heb ik dan een goede basis liggen om nogmaals naar een piek van absolute topvorm toe te groeien op 7 juli. Hopelijk wordt die echter niet gevolgd door een virus. Dat zou zonde zijn van mijn dan wel verdiende vakantie.
Tweet
BLOG: Eerste test geslaagd
16 april 2012 | Door Edwin | Geplaatst in Blog Marcel Kruithof, Fietsnieuws, Homepage
In 2004 heeft Marcel Kruithof, toenmalig technische redacteur van Fiets, in onze eigen extreem make over zich in zes maanden voorbereid op de Marmotte. In 2012 is Marcel opnieuw van plan de zware cyclo in de Alpen te gaan rijden. Wekelijks vertelt hij over zijn belevenissen op weg naar 7 juli in: Extreem make over 2.0: 8 jaar en 30 kilo verder:
Ook al is het hoofddoel mijn gewicht terugbrengen onder de 100 kilo, het is natuurlijk fijn als het fietsen bij de Marmotte ook prettig gaat. De kilometers die ik momenteel op het vlakke maak zijn daarbij wel een leuke indicatie, maar ik weet uit ervaring dat omhoog rijden iets heel anders is. Conditie is daarbij eigenlijk pas van secundair belang. Bij klimmen gaat het in eerste instantie om een strijd met de zwaartekracht. Elke kilo meer of minder heeft daarbij een grote impact.
Gelukkig zijn er mogelijkheden genoeg om het klimmen te testen, bijvoorbeeld in ons prachtige Limburg. Bij het overhalen van Remko om mee te gaan naar de Marmotte, had ik hem ook beloofd mee te gaan naar de toerversie van de Amstel Gold Race. Normaal is dat niet zo’n mijn ding, want bij lekker fietsen stel ik me iets anders voor dan met 15.000 fietsidioten tegelijk door Limburg crossen. Maar belofte maakt schuld en met het gewicht richting de 100 kilo vertrok ik vrijdag vol goede moed richting het zuiden om daar met de ‘BIT Bikkels’ vooral ook een gezellig weekend te hebben.
Hoewel de Amstel Gold race korter is en ‘slechts’ 1500 hoogtemeters telt, was dit ook wel weer een moment om de voorbereiding te testen. Zorgen dat de fiets in orde is, de juiste kleding mee gaat, voldoende voedsel en drank voor onderweg en het lijf proberen perfect te ‘taperen.’ Want ook al heb ik zowel de AGR als de Marmotte al een keer gedaan, het blijft een soort gezonde spanning oproepen. Gelukkig verliep de week zoals gepland en stond ik zaterdag optimaal voorbereid met duizenden anderen aan het vertrek.
Hoewel ik met de BIT Bikkels op stap was, had ik ook nog zwager Jaco nog zover gekregen om mee te rijden door het Limburgse land. Jaco ‘huur’ ik altijd in om voor mij te hazen. Zo reed hij in mijn voorbereiding in 2004 al 240 km op kop in de Elfstedentocht, hielp hij mij toen door moeilijke momenten in Luik-Bastenaken-Luik en was hij erbij op vele andere lastige ritten. Jaco vindt het op een of andere manier niet vervelend om zich voor mij ‘op te offeren.’ En ik maak daar regelmatig dankbaar gebruik van.
Ook tijdens deze 150 kilometer was Jaco weer mijn meerdere, al kon ik hem op het vlakke dit keer al redelijk bijhouden. Op de stukken tussen de verschillende klimmen konden we samen heerlijk doortrekken en vooral veel slap lullen. Zo viel het ons op dat er een hoop vrouwen behoorlijke mannelijke trekjes hadden. Zag je een rugnummer met een vrouwenvoornaam, bleek er toch een man van middelbare leeftijd voor je te fietsen.
Omhoog is het gewichtsverschil van 15 kilo gewoon nog net even te veel. Gelukkig heb ik in de afgelopen jaren geleerd dat eigen tempo dan heel belangrijk is. Dat maakt dat klimmen aan het einde van de rit nog steeds leuk is. Het lukte me dan ook om relatief gezien ‘fit’ aan de streep te komen op de Cauberg. Zelfs de regen die het laatste uur met bakken op ons neer kwam, kon dat gevoel niet verpesten. Als ik met sportvasten nog 10 kilo kwijt raak, weet ik dan ook bijna zeker dat ik ook op 7 juli met dat gevoel over de streep moet kunnen komen.
De Amstel was ook voor schoonzus en Marmotte-genoot Saskia de vuurdoop op een racefiets in de heuvels. Zij koos voor een kortere afstand, maar heeft die wel keurig volbracht. Die kilometers komen vanzelf! Remko had al wel een keertje Limburg verkend, maar nog nooit zo’n afstand door de heuvels reden. Ook hij heeft keurig in zijn eigen tempo de finish bereikt. Met de Marmotte gaat dat dus wel goedkomen!
Tweet
BLOG: 8 jaar in 3 maanden
9 april 2012 | Door Edwin | Geplaatst in Blog Marcel Kruithof
In 2004 heeft Marcel Kruithof, toenmalig technische redacteur van Fiets, in onze eigen extreem make over zich in zes maanden voorbereid op de Marmotte. In 2012 is Marcel opnieuw van plan de zware cyclo in de Alpen te gaan rijden. Wekelijks vertelt hij over zijn belevenissen op weg naar 7 juli in: Extreem make over 2.0: 8 jaar en 30 kilo verder:
Hoewel ik begin oktober al ben begonnen met het bereiken van mijn doel (gewicht in de dubbele cijfers), is het startschot echt gegeven op 4 januari 2012. Op die dag startte ik met mijn sportvastenkuur. In de drie voorafgaande maanden heb ik vooral het sporten weer op gepakt en het plezier daarin terug gevonden. Met het gewicht verliezen ging het toen niet zo hard. Want ook al zal elke diëtist je vertellen dat 6 kilo in drie maanden prima is, met de Marmotte in het vooruitzicht was dat voor mij niet voldoende.
De 10-daagse sportvasten, gaf mij niet alleen een conditionele boost, het bijkomende gewichtseffect van -7 kilo was ook erg welkom. Wat ik na deze kuur vooral hoopte was dat die kilo’s niet binnen 10 dagen er ook weer aan zouden komen. Dat was gelukkig niet het geval. Na een kleine stabilisatie, begon de weegschaal zelfs weer minder aan te geven. Een grotere stimulans is er eigenlijk niet. Het was daarom voor mij gemakkelijk om het “keep the switch” gedeelte vol te houden.
Het koolhydratengehalte in de voeding laaghouden en de suikers beperken is bovendien nog lekker ook; Kwark met fruit in de ochtend, ’s middags een lekkere salade waar mijn collega’s regelmatig jaloers naar kijken en ’s avonds gewoon een gezonde warme maaltijd met liefde door mijn vrouw bereid. Neem daarbij nog pistachenootjes tussendoor, voldoende water, lekker groene thee en blijkbaar heb je het recept om de kilo’s eraf te laten vliegen. Zeker als je daarbij genoeg sporturen maakt. Iets wat de afgelopen maanden prima is gelukt. Naast 1800 buiten kilometers, zijn er in de sportschool ook de nodige uurtjes gemaakt.
Het resultaat van dit voedingspatroon gecombineerd met de sporturen verbaast echter mij nog elke keer weer als ik op de weegschaal ga staan. Eerlijk gezegd had ik gehoopt om met de Marmotte (7 juli) onder de 110 kilo te wegen. Want ik heb al best wel wat afval ervaringen, maar 25 kilo in 6 maanden is al heel veel. Het is nu echter pas drie maanden na mij sportvastenkuur en ik ben aan gewicht al kwijt wat ik in 8 jaar was aangekomen. Vrijdag 6 april stond de schaal op ‘slechts’ 104 kilo. Dat had ik in mijn stoutste dromen niet durven dromen. De dubbele cijfer komen nu al heel dichtbij.
Ik weet wel dat ook al gaat het nu heel goed, dat ik scherp moet blijven. Want die 4 kilo moeten er eerst nog wel af. Het moment dat het gewicht verliezen niet meer zo makkelijk gaat, komt ook steeds dichter. Op vragen over wat dan ook mijn uiteindelijke gewichtsdoel is, geef ik dan ook nog geen antwoord. Eerst de dubbele cijfers, daarna zien we wel verder. Ik blijf het gewoon rustig, stap voor stap bekijken .
Voor nu ben ik vooral erg blij dat ik al 31 kilo kwijt ben. Komend weekend staat namelijk de Amstel Gold Race op de agenda. En ook al zijn de bergen in Limburg niet te vergelijken met de cols in de Alpen, ook hier moet elke kilo mee omhoog. Elke kilo minder is dan mooi meegenomen. Aan de voorbereiding zal het niet liggen. Dit weekend nog samen met mijn zwager 140 km gefietst op de Rose Xenon RS. Van de eerste 90 waren dat er 80 tegenwind. De benen zijn dus sterk genoeg. Hopen dat het weer zaterdag meezit en het gewicht misschien nog wel weer een kilootje minder is!



















































